Home‎ > ‎Publications‎ > ‎

Emil Hrvatin, Chronologie (1994)

SOURCE:

Emil Hrvatin. Herhaling, waanzin, discipline: Het theaterwerk van Jan Fabre. Amsterdam: International Theatre & Film Books, 1994.

Universiteit Antwerpen, Theater- en Filmwetenschap, 2010

Belgium is Happening

chronologie

(Indien andere preciseringen ontbreken, zijn alle citaten afkomstig uit een gesprek dat ik met Jan Fabre had te Kassel op 20 september 1992.)

1958 Jan Fabre wordt geboren te Antwerpen (België) op 14 december. Hij studeert er aan het Stedelijk Instituut voor Sierkunsten en aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten.

1975 -1980 Begint theaterteksten te schrijven, die hij pas in 1989 zal ensceneren.

1976 Eerste acties in de straten van Antwerpen en bij hem thuis ('privé performances', zoals Fabre ze noemt): Avondmaal, in de haven. Ik neem alles serieus maar niet tragisch, Cultureel Centrum. "Ik nam al mijn schilderijen van de academie en exposeerde ze omgekeerd in de straat, nog voor ik ooit iets van Baselitz had gehoord. Er hingen bordjes naast en op één ervan stond te lezen: "ik neem alles serieus maar niet tragisch". Het was het antwoord op het classicisme dat door de Academie gehuldigd werd." Hier leeft mijn..., Offerandestraat. Red Lines Performance, performance in de straten met de Nederlandse dichter Albert Hagenaars. "We hebben Amsterdam, Berlijn en Antwerpen bezocht en we hebben onderweg in die steden een rode draad achtergelaten."

1977 Lange Beeldekens - Jan Fabrestraat. In de straat waar hij woont vervangt hij het straatnaambord Lange Beeldekensstraat door het opschrift Jan Fabrestraat. Window Performance, Offerandestraat. Straatperformance in dozen, met slakken die met de Belgische driekleur (zwart, geel en rood) beschilderd werden en over Fabres huid kropen.

Fabre realiseert scenografieën en kostuums voor het Nieuw Vlaams Theater te Antwerpen dat uitsluitend teksten van hedendaagse Vlaamse auteurs bracht. De samenwerking duurde tot 1980, meestal met betrekking tot stukken die door Wil Beckers, artistiek directeur van het gezelschap, geregisseerd werden. "Ik wilde toen scenografie studeren bij Josef Svoboda en was op zoek naar geld om mijn studies te betalen. Ik klopte bij vele gezelschappen aan, maar Wil Beckers was de enige die me een kans wou geven. En ook al waren de meeste van zijn voorstellingen slecht, ik blijf erbij dat ik veel van die man geleerd heb. Ik heb er een zekere discipline geleerd - als ik enkele seconden te laat op de repetitie verscheen, werd hij heel kwaad. Ik begreep pas later waarom. Daar heb ik de praktijk van het theater geleerd en daar is eigenlijk mijn carrière begonnen. Later speelde Wil Beckers met me mee in Theater geschreven met een K is een Kater in de Verenigde Staten. Hij heeft me ook financieel geholpen toen Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was nog in de kinderschoenen stond." Kleurt een schoendoos blauw met een balpen: het begin van een oeuvre dat later, naar de merknaam van de balpennen, ironisch 'Bic-Art' wordt genoemd.

1978 My Body, my Blood, my Landscape, Lange Beeldekensstraat 240, Antwerpen. Performance waarin hij met zijn eigen bloed tekent. Vincent Van Gogh - Jan Fabrehuis, Lange Beeldekensstraat 240, Antwerpen. In de straat waar hij leeft, hangt een bord met de tekst: "Hier leefde en werkte Vincent Van Gogh". Fabre hangt een plaat met een gelijkaardig opschrift boven zijn deur.

Buy by Jan Fabre, tentoonstelling van zwartwit-tekeningen in galerij Van Eek, Antwerpen. Bic-dweilen en wetspotten, Jordaenshuis, Antwerpen.

1979 Money Performance, Ankerrui Theater, Antwerpen. Creativity, School H.H., Turnhout. Voordracht-performance over zijn werk. Wetspotten, fossielen, Omganckstraat, Antwerpen. "Performance waarin ik alle voorwerpen die ik in de galerij kon vinden, heb samengeraapt en samen met de bokalen in brand gestoken." Bill us later, Mott Street Gallery, New York. "In die tijd stonden er in Amerikaanse tijdschriften bestelbonnen voor kranten met de mogelijkheid om achteraf te betalen, 'bill us later'. Ik heb naar zowat vijftig tijdschriften gebeld en zei hen: "bill me later, bill me later." De galerij moest natuurlijk voor de kosten opdraaien. Dat was nog één van de 'terroristische' acties (eerder dan een performance), die ik toen tegen de maatschappij ondernam."

Wetskamer, galerij Workshop, Antwerpen. Tentoonstelling. Wets-WorldProject.Stelt weck-potten op in de installatie The Beaneryvan Edward Kienholz in het Stedelijk Museum van Amsterdam; daarna draagt hij enkele weck-potten naar het Middelheimpark te Antwerpen en naar het Centre Pompidou te Parijs. "De objecten bleven daar nog twee, drie jaar. Het was mijn bedoeling om een kunstwerk te maken waarvan de musea niet eens zouden weten dat ze het in hun bezit hadden. Op die manier veranderden ook de tentoongestelde kunstwerken."

Eerste groepstentoonstelling, Hedendaagse Vlaamse Kunst, Palazzo Rucceli, Florence.

1980 The Rea(dy)make of the Performance Money, Ankerrui Theater, Antwerpen. Had of the Bic-Art, Stichting De Appel, Amsterdam, performance. Money (Art) in Culture, Universiteit Gent, in het kader van een symposium van kunstfilosofen. Het debat met Joseph Beuys. Hij verkoopt 'op z'n Amerikaans' de werken die hij van het verbrande en aaneengekleefde geld gemaakt heeft. Enkele Amerikaanse filosofen zijn erg onder de indruk en nodigen hem uit, eerst op de jaarlijkse bijeenkomst van filosofen te Milwaukee, later aan andere universiteiten, om performance-voordrachten te geven:

After-Art, Helfaer Theatre, Milwaukee (Verenigde Staten); Sea-Salt of the Fields, Marquette University, Milwaukee; Creative Hitier Act, Saint-Louis University, Milwaukee. Performance waarin hij boeken beschadigt, stukken van die boeken op een schoolbord overschrijft en letters uitwist tot hij een tekst krijgt die hem bevalt. In een oud sprookjesboek kleurt hij een groot deel van de tekst en van de illustraties met het groen van schoolborden.

Oog-Oor-Mond Arts in de galerij Workshop te Antwerpen, tentoonstelling met als ondertitel Will doctor Fabre cure you? Tijdens de vernissage wierp Fabre, die als arts verkleed was (arts betekent niet alleen dokter maar verwijst ook naar 'kunst'), vanaf het balkon van de galerij plastieken oren en ogen op straat.

American Works, galerij Blanco, Antwerpen. Tijdens de vernissage stelt Fabre de Window Performance voor. Zoals de titel reeds aangeeft, ontstonden deze werken gedurende zijn verblijf in de Verenigde Staten. Alle werken die op één of andere manier met de Verenigde Staten verband houden, behoren tot deze cyclus (het muntstuk met de afbeelding van Kennedy dat met een kogel doorboord is, de tekeningen met lippenstift gemaakt, waaronder ook de tekening van de Amerikaanse vlag, enzovoort). "Het was de periode van de beruchte Studio 54 in New York, de heetste plek op aarde. De tentoonstelling flirtte met de controle van de bewakers aan de ingang van Studio 54. Zo posteerde ik zelf enkele bewakers voor de galerij en samen beslisten we wie erin mocht. In plaats van een hapje en drankjes aan te bieden, vergastte ik de bezoekers op warme 'Campbell'-soep."

Theater geschreven met een K is een Kater, Ankerrui Theater, Antwerpen, première op 16 november. Regie en scenografie: Jan Fabre. Acteurs: Jan Fabre, Wil Beckers, Stef~Goossen, Harry Beckers, Els Overmeire. De eerste voorstelling van Fabre naar een eigen tekst, i n het Engels; de tekst was in het Nederlands geschreven maar achteraf, tijdens de voorbereiding van het stuk, heeft Fabre er een Engelse verkorte versie van gemaakt. Tijdens de Amerikaanse tournee, in Milwaukee, lokte de voorstelling een schandaal uit. De plaatselijke moraalridders waren door de naakte lichamen en de obsceniteit van de voorstelling geschokt. De politie stormde op de scène en arresteerde de acteurs. De volgende dag begon het proces voor de plaatselijke rechtbank. Fabre en zijn acteurs werden in naam van de artistieke vrijheid vrijgesproken maar de voorstellingen te Milwaukee werden geannuleerd. In enkele hernemingen van het stuk treedt Fabre op als acteur ter vervanging van acteurs die moeilijkheden kregen met hun familie of met de universiteit. "Tijdens de repetities eiste ik steeds van de acteurs dat ze tot het uiterste zouden gaan. Later, toen ik zelf speelde, verwachtte ik niets anders van mezelf en dat kwam me op het einde van de voorstelling duur te staan. De jongen die het Beest vertolkte, ging zo ver dat ik er een hersenschudding aan overhield en de twee volgende weken te bed moest doorbrengen in de kliniek."

1981 Bad of the Bic-Art, The Bic-Art Room, Salon Odessa, Leiden, performance. This ain't work, this is evolution, Cultureel Centrum Antwerpen. Performance die deel uitmaakt van de tentoonstelling Homo Fabere. In de tentoonstellingscatalogus vindt men de teksten terug die Fabre voor een rockgroep, M . Bryo & DMT, schreef. Enkele van die teksten verwijzen expliciet naar zijn performances. Denk aan Creative Dictator of nog aan Sea-Salt of the Fields:

He was living like a god in France Playing like a king in Argentina And acting like an American star

He was a seller of kitchen-crystals By a lot of people damned to hell But later on, when the prizes got high The crystals became a bigger sell

Eros that's life That's what men say Sea salt of the fields

He was a champ in creating stress And in playing creative chess to strip the bridge, he created fresh He didn't make a frame

But what's in a name He was always playing that game

Eros that's life That's what men say Sea salt ofthe fields

He was sailing with his nervous twitch And painting like his cactus periodics We are flying now with his prophecies

The one you love to hate Born on the planet earth I'm still alive My age is not important Stripshow

Art as a Gamble, Gamble as an Art, School of Visual Arts, New York, performance. T. Art, Washington University, Saint-Louis. De titel is een woordspeling: tart betekent hoer; T. Art kan dus begrepen worden in de zin van kunst als prostitutie ofwel in de zin van de kunstenaar als hoer. "De Deense filosoof Lars A . Mogelsen had me naar de universiteit van Saint-Louis uitgenodigd, waar hij professor was. Wat ik zou doen, had ik niet vooraf gezegd. Ik was toen nogal bezig met terrorisme, ook in België. De dag van de performance stormde ik zijn bureau binnen, ik sleepte hem naar buiten tot op de scène. Eerst was hij bang maar al vlug doorzag hij het spel en alles wat ik met hem deed, onderging hij lijdzaam (ik knevelde hem en zette penselen en een schilderij op zijn hoofd...). Iemand in de zaal had de politie verwittigd en zo werd ik een tweede keer naar het politiebureau meegenomen. Toch had ik

het gevoel dat de agent wist dat het om iets ging dat tegelijk echt en gespeeld was. En in plaats van me in de gevangenis te gooien, liet hij me met zijn auto de stad zien." Performance X, Art as cultivated boredom, Cairn, Parijs. "Performance met woordspelingen waarin ik via het discours een nieuwe taal probeerde uit te vinden."

The Interim-Art Works ofJan Fabre, Peperstraat 37, Groningen, actie - tentoonstelling. Negatief, zwartwit-film, acht millimeter, zeventien minuten.

1982 It's Kill or Cure, performance in Franklin Furnace te New York. "Voor deze performance gebruikte ik journalisten die met een revolver op mij moesten schieten. Er waren er zes, ieder van hen kreeg een patroon." Fabres laatste performance.

Money and Art, Art and Money, Gallery School of Visual Arts, New York, tentoonstelling.

Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was, Stalker, Brussel, première ap 16 oktober. Concept, regie, scenografie en belichting: Jan Fabre. Choreografie: Mare Vanrunxt en Jan Fabre. Muziek: Guy Drieghe. Acteurs: Els Deceukelier, Dominique Krut, Eric Raevens, Mare Van Overmeir, Paul Vervoort, Philippe Vansweevelt, Rena Vets, Danny Kenis. Met deze voorstelling, die acht uur duurt (er was stof voor zeventien uur) wordt Fabre wereldberoemd. De acteurs werden via een auditie geselecteerd en twee van hen, Els Deceukelier en Marc V an Overmeir, worden Fabres huisacteurs. Op tournee in Kopenhagen vervangt Fabre een gewonde actrice: "Ik speelde bar slecht, ik kende mijn tekst niet, ik ging op de verkeerde plaatsen staan... Kennissen die de voorstelling hadden gezien, kwamen me nadien vertellen dat ik dat nooit meer moest doen."

Portraits, kleurenfilm, acht millimeter, dertig minuten.

1983

Een theatervoorstelling omtrent acteren waarin enkele personen verenigd zijn die mogelijk het acteren in twijfel trekken, een werksessie van twee maanden in het produktiehuis Stuc. te Leuven, met vijf acteurs die via een auditie geselecteerd werden. Voorstelling in drie delen op 2, 9 en 15 december. Fabre experimenteert er met elementen uit zijn latere voorstelling De macht der theaterlijke dwaasheden. Eén van de deelnemers aan het atelier, Paul Verduyckt, omschreef zijn ervaring in termen van Fabres esthetiek: "De drie belangrijkste onderdelen van het atelier waren de fysieke training, de gesprekken en de repetities. Op die manier kon Fabre de capaciteiten en remmingen van de acteurs beter leren kennen. [...] In het begin gingen de gesprekken en de repetities over het theater en het acteren in het algemeen. [...] De tweede fase was meer op persoonlijke interesses gericht, de fascinaties en ideeën van de vijf personen waren het belangrijkste gespreksthema en dat is wat later gedramatiseerd werd. {...] Jan Fabre wees er de acteurs voortdurend op dat ze zich moeten bewust zijn van wat ze op de scène doen. Controle over lichaam en geest zijn de twee basiselementen van de 'Fabriaanse' acteur. [...] Fabre houdt van verschillende speelstijlen: realistisch, naturalistisch, overdreven spel, dans ... Hij brengt alles onder i n een complex geheel."

1984 Vrienden, Provinciaal Museum, Hasselt. Tentoonstelling van tien portrettekeningen van mensen die Fabre als vrienden beschouwt. Onder hen Jules Verne, Jim Morrison, John Lennon, David Bowie...

Stichting van zijn eigen produktiehuis dat eerst Project 3 heet, maar later, na De macht der theaterlijkedwaasheden,Troubleyngenoemd wordt.

De macht der theaterlijke dwaasheden, Goldoni Theater, Venetië, première op 11 juni in het kader van het theaterprogramma tijdens de Biënnale van Venetië, waar Fabre ook exposeert. Concept, regie, scenografie, choreografie, belichting: Jan Fabre. Muziek: Wim Mertens, Soft Verdict. Kostuums: Pol Engels. Acteurs: Ingrid Dalmeyer, Els Deceukelier, Marion Delforge, Mare Hallemeersch, Roberto de Jonge, Erwin Kokkelhoren, Katinka Maes, Annamirl van der Pluijm, David Riley, Werner Strouven, Wim Vandekeybus, Mare Van Overmeir, Philippe Vansweevelt, Paul Vervoort. Productieleiding:Geert van Goethem. Assistentie: Miet Martens. Artistieke coördinatie: Tijs Visser. Techniek: Bruno Aertsen, Maart Veldman. De voorstelling duurde vier en een half uur, er waren vijftien acteurs. Ze werd twee jaar lang opgevoerd; tournees in de Verenigde Staten en Australië. Enkele interessante gegevens: even werd er aan gedacht om de Antwerpse kunstenaar Panamarenko (afkorting van Pan AmericanAirlines & Co) als scenograaf in te huren, maar de samenwerking ging niet door; tijdens de voorstelling wilde Fabre aanvankelijk vliegen in de zaal laten vliegen (de mythische sprinkhanenplaag indachtig waar ook Sartre in Vliegen naar verwijst) maar dat ging uiteindelijk niet door omwille van de technische moeilijkheden die dit met zich mee zou brengen; de voorstellingen waren vaak controversieel: in Nederland waren het de verdedigers van kikkers die zien druk maakten (er ontstond een hevige polemiek omtrent de theatrale suggestie dat kikkers werden vermorzeld op de scène; de vraag werd gesteld of kikkers al dan niet een beschermde diersoort zijn). In Japan waren er dan weer de waakhonden van de openbare zeden, omdat een naakt lichaam slechts vertoond mag worden, als al zijn 'schandelijke' delen onthaard zijn. In Tokyo stond men dus voor de keuze: of de geslachtsorganen zedig bedekken, of ze scheren. De acteurs kozen voor een derde mogelijkheid: spelen alsof er niets aan de hand was. Na de voorstelling werden ze ter verantwoording geroepen, met een video-opname als getuige. Omdat de voorstelling echter met zeer zwakke verlichting werd gespeeld, was de opname niet haarscherp en kon men onmogelijk uitmaken of de acteurs al dan niet de Japanse gedragscodes hadden gerespecteerd. En omdat video in Japan iets heiligs is, werd het proces hiermee afgesloten. Twee dagen na de dood van Michel Foucault en tijdens het Inteatro Polveriggi-festival te Jesi draagt Fabre de herneming van De macht der theaterlijke dwaasheden op aan de filosoof en historicus aan wie deze voorstelling veel te danken heeft.

1985 De vervalsing van het geheime feest, New Math Gallery, New York, tentoonstelling. Op de tekeningen staan drie zinnen te lezen: "A man without a myth is no man", "Sometimes we sing, sometimes we don't" en "Das Glas im Kopf wird vom Glas". De laatste zin wordt de titel van zijn eerste opera.

Tekeningen; exposeert voor het eerst de werktekeningen van de voorstellingen van de theatertrilogie in het Museum voor Hedendaagse Kunst te Gent. De directeur van het museum, Jan Hoet, vraagt zich in de catalogus af of die tekeningen een autonoom statuut hebben, dit wil zeggen of men de tekeningen als tekeningen kan bekijken.

Collectie, Museum Boymans van Beuningen, Rotterdam. Dialogo, Gulbenkian Museum, Lissabon, groepstentoonstelling.

Robert Mapplethorpe fotografeert de voorstelling De macht der theaterlijke dwaasheden. De foto's worden later samen met Fabres tekeningen gepubliceerd door ICA te London.

1986 Chosen with Care, Zuiderpershuis, Antwerpen, groepstentoonstelling (Morellet, Panamarenko, Henk Visch, Marcel Bróodthaers). Exposeert voor het eerst de met bic gemaakte blauwe tekeningen.

1987 Het Uur Blauw, De Selby, Amsterdam. Tentoonstelling van blauwe, met bic gemaakte tekeningen op papier. De titel verwijst naar het moment in de natuur waarop de dieren van de nacht gaaïi slapen en die van de dag nog niet wakker zijn. De gerenommeerde entomoloog Jean-Henri Fabre (1823-1915) noemde dat moment 'het uur blauw'.

Uit het oude Europa, Stedelijk Museum, Amsterdam. Groepstentoonstelling met Boltanski, Coleman, Gilbert & George, H o m en Kounellis. Fabre toont voor het eerst een bic-tekening op kunstzijde van 8 op 10 meter.

Blue Sunday, kleurenfilm, zestien millimeter, twee uur en vijfenveertig minuten.

Das Glas im Kopf wird vom Glas (De danssecties); de danssecties van de opera die drie jaar later in première zal gaan. Première op 18 juni in het Staatstheater te Kassei tijdens Documenta 8. Het ballet duurt vijfenzeventig minuten. Om verwarring met de opera te vermijden, sprak men later van De danssecties. Concept, regie en choreografie: Jan Fabre. Muziek: Symfonie der Klagelieder, de derde symfonie van Henryk Mikolai Górecki. Kostuums: Jan Fabre, Pol Engels. Belichting: Jan Fabre, Jan Dekeyser. Dramaturgie: Maart Veldman. Regie-assistente: Miet Martens. Danseressen: Erika Barbagallo, Tamara Beudeker, Hadewych van Bommel, Renée Copraij, Jemina Dury, Susanna Gozzetti, Phil Griffin, Claudia Hartman, Marina Kaptijn, Annamirl van der Pluijm, Angelique Schippers, Maria Voortman. Fressia: Els Deceukelier. II ragazzo con la luna e Ie stelle sulla testa: Maarten Koningsberger. Bewakers: Paul Vervoort, Peter Vervoort. Productieleiding: Paul Vervoort. Artistieke coördinatie: Tijs Visser.

1988 Hé wat eenplezierige zottigheid!, Galerie Ronny van de Velde, Antwerpen. Een in glas gevormd opschrift uHé wat een plezierige zottigheid!", zeven glazen uilen, zeven blauw geschilderde badkuipen. Fabre draait een documentaire in zwartwit van tien minuten over de

tewaterlating in de Schelde van het glazen opschrift en een glazen uil."Mijn gift aan mijn rivier en mijn stad" [Gesprekken metJan Fabre, p. 42). DerBlaue Raum, Künstlerhaus Bethanien. Berlijn. Hij kleurt de hele galerij met blauwe bic en op het 'uur blauw', op 1 juli, vroeg in de morgen, voert hij een stuk van twintig minuten op: Prometheus Landschaft, naar Aeschylos' tragedie; het is de eerste keer dat hij een tekst van iemand anders regisseert, het stuk werd bij dageraad gespeeld, in het licht van de eerste zonnestralen die door de ramen van de galerij naar binnen kwamen. Concept en regie: Jan Fabre. Prometheus: Marcel Bogers, Ditmar Giradelli, Robert Rosso, Herbert Lange, Joachim Von Der Heiden. Io: Anna Lisa Nathan. Oceanos: Achim Rackel. Oceanides: Suzanne Husemann.

Modellen 77-85, Deweer Art Gallery, Otegem. Maquettes die tijdens of na de performances ontworpen werden, maar altijd verband houden met de periode van de performances.

Armoede, Toeval, Vergankelijkheid, Museum voor Moderne Kunst, Gent / Kortrijk. Signaturen, Museum voor Hedendaagse Kunst, Gent (Artschwager, Biberstein, Parthenheimer, Salvadori, Virtue, Beuys, Wols); Four Belgian artists, Jack Tilton Gallery, New York. Theaterbeelden, Fort Asperen, Asperen; Porkkana, Museum voor Hedendaagse Kunst van Finland, Helsinki; Collectie b Collecties, Museum voor Hedendaagse Kunst, Gent; Die Leere mit Bedacht gefüllt, Gesellschaft für aktuelle Kunst, Bremen. Groepstentoonstelling van jonge Belgische kunstenaars.

1989 Sculpturen, De Selby, Amsterdam, tentoonstelling. Vijf tekeningen en één sculptuur, Deweer Art Gallery, Otegem. Tekeningen, Modellen b Objecten, Provinciaal Museum voor Moderne Kunst, Oostende. Retrospectief van objecten die tijdens acties, performances en voorstellingen gemaakt werden, en van tekeningen en maquettes die met die evenementen in verband staan. De tentoonstelling geeft een globaal overzicht van het theater en de performances van Fabre, maar ze is tegelijkertijd als een echte expositie en niet als een documentaire opgevat. De objecten die hun bestaan aan een reële en ogenblikkelijke actie te danken hebben, zijn nu stukken van een tentoonstelling geworden. Risbe, modeli, objekti. Museum voor Moderne Kunst, Ljubljana. Men stelde er een groot deel van de Oostendse expositie tentoon. Insekten en ruimte, Museum Overholland, Amsterdam. Tekeningen van insekten, geïnspireerd op het werk van Jean-Henri Fabre. Knipschaarhuis, Gallery Jack Tilton, New York. Exposeert een met bic gekleurd huisje, symmetrische tekeningen in inkt naar de Rorschach-tests, waarvan de vormen aan insekten en aan vleermuizen doen denken. Fabre maakte al dergelijke tekeningen op het einde van de

jaren zeventig, maar ze waren toen kleiner en minder zuiver.

Open Mind, Closed Circuits, Museum voor Hedendaagse Kunst, Gent. Groepstentoonstelling. Eerbetoon aan Vincent Van Gogh. Zelfportret in een fotografische triptiek. Twee grote foto's; op de ene een bed, op de andere de weerspiegeling ervan; de foto's zijn bebict en daardoor

ook tekening geworden. Tussen de twee foto's, in het midden, de plaasteren buste van Ost.

Helmut Newton fotografeert De danssecties uit Das Glas im Kopf wird vom Glas. Deze foto's worden samen met tekeningen van Fabre in een monografie gepubliceerd door Imschoot Uitgevers (Gent).

Regisseert voor het eerst de teksten die hij tussen 1975 en 1980 heeft geschreven. Staat ook in voor choreografie en belichting. De premières hebben respectievelijk plaats op 17, 21 en 25juni inhetTheater AmTurmte Frankfurt: Het interview dat sterft..., drie uur. Toonregisseur: Sigurd Rachman. Journaliste: Ulrike Maier. Schoonheidsspecialiste: Els Deceukelier. Cliënte, journaliste: Susanne Schäfer. Danseressen en orkestleden: Marina Kaptijn, Renée Copraij, Kim Adamski.

Het paleis om vier uur 's morgens... A.G., tachtig minuten. Effi Briest: Jacques de Groot. Karl May: Albert de Groot. Mary Poppins: Els Deceukelier. Magdalena: Sofia Ryssèl. Markiezin: Kim Adamski. Danseressen: Marina Kaptijn, Renée Copraij, Tamara Beudeker. Assistenten: Tobias Lange, Sigurd Rachman, Philippe Vansweevelt.

De reïncarnatie van God, vijfenzeventig minuten. Velsa: Susanne Schäfer. Vera: Ulrike Maier. Jean: Tobias Lange. Emile: Eis Deceukelier. De ploeg die deze drie stukken heeft gerealiseerd: Regie-assistentie: Miet Martens; Licht: Jan Dekeyser; Productieleiding: Paul Vervoort; Artistieke coördinatie: Tijs Visser. Zoals reeds gezegd, lokte Het interview dat sterft... in het Hebbel Theater te Berlijn een schandaal uit. Het dagblad Tageszeitung omschreef het als volgt: "Maandagavond is opnieuw iets vreselijks gebeurd i n Kreuzberg: een hoop onschuldige karpers werd plotseling en laaghartig brutaal op de scène gegooid, voor de ogen van het dozijn mensen dat had betaald om hieraan plezier te beleven. Op het tapijt van zout verstikten de karpers, ze beleefden een scenische, heroïsche en authentieke dood. Het bevel tot de terechtstelling kwam van de Belgische totaalkunstenaar Jan Fabre die niet alleen voor de Kreuzberg-dood van de landvissen verantwoordelijk is, maar ook voor de tekst, de regie, de choreografie en de scenografie van Het interview dat sterft....[...] Aanhet begin van dit moorddadige spektakel kwamen enkele jongeren moedig en solidair de karpers te hulp; ze schreeuwden "Dierenmishandeling!", en ze droegen ze naar de toiletten om hun leven te redden. Maar voor die levend gepekelde wezens kwam de hulp te laat. In aanwezigheid van de diereninspectie werd men het dinsdag eens om de rol van de stervende karpers door gekochte en reeds gestorven forellen te laten overnemen. Dit moest ook op het ingangsticket vermeld worden. Er werd voor forellen geopteerd omdat ze het meest op karpers lijken en ze werden dood gekocht omdat ze op die manier een etenswaar belichamen. En met eten doet men wat men wil".

1990 Das Geräusch, Kunsthalle, Bazel. Som, Centrum voor Moderne Kunst, Lissabon.

Op de Biënnale van Venetië exposeert hij samen met Vlaamse kunstenaars in het Palazzo Sagredo. Hommage aan Vincent van Gogh, Gemeentemuseum, Den Haag. Exposeren eveneens: Cucchi, Fabro, de Kooning, Kuitca, Long, Garouste; alle werken werden speciaal voor deze

tentoonstelling ontworpen. Fabre stelt de reproductie van V an Goghs Postbode Roulin tentoon, een schilderij waaraan hij reeds in de performance ïïad ofthe Bic-Art gerefereerd had.

Wolt iemant mir dasselb verkeren, Paleis voor Schone Kunsten, Brussel. Exposeert, samen met Christian Boltanski, vroege insektentekeningen.

Publicatie van Fabre's Book of ïnsects in een beperkte oplage van tweehonderdvijftig exemplaren; de kaft is gebaseerd op die van Jean-Henri Fabres boek.

Das Glas im Kopf wird vom Glas, Vlaamse Opera, Antwerpen, première op 7 maart. Eerste luik van de operatrilogie, duur: twee uur en vijfenveertig minuten. Componist: Eugeniusz Knapik. Libretto, choreografie, regie en concept: Jan Fabre. Dirigent: Philippe Cambreling. Regie-assistentie: Miet Martens. Dramaturgie: Maart Veldman. Kostuums: Pol Engels, Jan Fabre. Belichting: Jan Dekeyser, Jan Fabre. Speciale effecten: Ted Lesley, Magie Productions. Acteurs: Helena Troubleyn: Torgun Birkeland; Fressia: Els Deceukelier; II Ragazzo: Lionel Peintre; Drie vriendinnen: Linda Watson, Bernadette ter Heyne, Pia Raanoja; Dodeci Ragazinni: Cantate Domino. Bewakers: Paul Vervoort, Peter Vervoort. Danseressen: Kim Adamski, Tamara Beudeker, Renée Copraij, Jacqueline Hopman, Marina Kaptijn, Anett Page, Francesca Rijken, Maria Voortman. Koor en orkest van de Vlaamse Opera van Antwerpen. "Toen ik The Minds of Helena Troubleyn concipieerde, wist ik niets af van opera. Ik dacht dat ik op dezelfde manier als in mijn theatervoorstellingen kon te werk gaan. In het begin dacht ik nog mijn eigen koor en orkest te kunnen oprichten, maar ik realiseerde me snel dat dit onmogelijk was en de op die manier geselecteerde muzikanten nooit een hoog niveau zouden halen. Zo ben ik het systeem binnengekomen."

The Sound of one Hand Clapping, Frankfurt Ballet. Première op 22 december, opgedragen aan Tadeusz Kantor die twee weken eerder gestorven was en aan diens laatste stuk Aujourdliui c'est mon anniversaire. De choreografie die een uur en vijftig minuten duurt werd gecreëerd voor het Frankfurt Ballet dat onder leiding staat van de Amerikaanse choreograaf William Forsythe. Concept, choreografie, regie: Jan Fabre. Muziek: Kwartet smyczkowy van Eugeniusz Knapik; When the Musïc's Over, The End, Love Me Two Ttmes, LA. Woman en Break On Through van de Doors; Requiem für einemjungem Dichter van Bernd Aloïs Zimmermann. Licht: Jan Fabre, Jürgen Koss. Regie-assistente: Miet Martens. Met: Tamara Beudeker, Marina Kaptijn, Kim Adamski, Renée Copraij, en 40 dansers van Ballet Frankfurt, en met Els Deceukelier.

Net zoals De danssecties niet alleen een fragment van de choreografie i n de opera Das Glas im Kopf wird vom Glas waren, maar ook een hernieuwde reflectie op de structuur van het werk, vormt Fabres tweede ballet, The Sound of one Hand Gapping, eveneens een prelude op het tweede luik van de operatrilogie The Minds of Helena Troubleyn, namelijk Silent Screams, Difficult Dreams. Voor het eerst werkt Fabre met het gezelschap van een bepaald huis (Dos Glos im Kopf wird vom Glas werd gerealiseerd met de hulp van het koor en het orkest van de Vlaamse Opera te Antwerpen; Fabre koos echter zelf de solisten en de ballerina's). Het Frankfurt Ballet werd vooral beroemd door de choreografieën van William Forsythe, die zelfs in de niet-traditionele dansmilieus belangstelling wisten te wekken voor het klassieke ballet. Forsythes dansers onderscheiden zich door de perfekte, ja zelfs buitengewone uitvoering. Forsythes belangrijkste vernieuwing is trouwens de choreografie van het lichaam die niet langer alle bewegingen vanuit één centraal punt doet vertrekken, maar decentrerend werkt:

vanaf een gegeven moment kan om het even welk lichaamsdeel als zwaartepunt fungeren en dat zwaartepunt kan zelfs buiten het lichaam liggen. Na een onderbreking van twee jaar werd de choreografie in 1993 hernomen. In die variant vertolkt het uit Poolse violisten bestaande Silezische Kwartet de muziek van Eugeniusz Knapik life op de scène.

1991

Zwei Objekten, Schim Kunsthalle, Frankfurt. Installatie van zes blauwe badkuipen en zes blauwe uilen in glas.

Metropolis, Martin Gropius Bau, Berlijn, groepstentoonstelling. Irony by Vision - Magritte, Broodthaers, Panamarenko, Fabre, Watari-um, Tokio. In deze expositie benadrukt Jan Hoet de ironie in het werk van deze vier kunstenaars als een typisch kenmerk van de Vlaamse kunst. Exposeert op de 21e Biënnale van Sao Paulo. Facts and Rumors, Witte de With, Rotterdam. Groepstentoonstelling, samengesteld door Henk Visch. Naast Visch: D. Arbus, F.E. Walther, M . Cranston, M . Stumpf, B. Lonaus, G. Bijl, R. Winters... Wanderlieder, Stedelijk Museum, Amsterdam. Groepstentoonstelling; Clemente, Gilbert & George, Kabakov, Van Elk, Irwin... Fabre exposeert een groot vensterglas dat met blauwe inkt gekleurd is en waarmee hij een hele muur bedekt. In het midden plaatst hij een asbak, een ready made, met de reklameslogan 'Lucky Strike, sonst Nichts'. Fotografija, Museum voor Moderne Kunst, Ljubljana; met Boltanski, Förg, Molder, Wall...

Tentoonstelling van zwartwit-foto's van Mapplethorpe, Newton en Carl De Keyzer over De macht der theaterlijke dwaasheden, De danssecties en Das Glas im Kopf wird vom Glas (Fotografie Forum, Frankfurt; Festival van Wenen; Städtische Galerie, Erlangen; Kunstverein. München; Area de Cultura, Granada).

This Magnificent Silence, zwartwit- en kleurenfilm, vijfendertig millimeter, vier uur.

Sweet Temptations, Wiener Festwochen. Première op 17 mei. De tekst dateert van 1978 en werd in functie van de voorstelling, die drie en een half uur duurt, herwerkt. Concept, regie en choreografie: Jan Fabre. Muziek: Lust for Life van Iggy Pop. Regie-assistente: Miet Martens. Kostuums: Pol Engels, Jan Fabre. Licht: Jan Dekeyser, Jan Fabre. Acteurs: Els Deceukelier, Renée Copraij, Tamara Beudeker, Marina Kaptijn, Kim Adamski, Jacques de Groot, Albert de Groot, Sophia Ryssèl, Charlotte Ullrich, Jens Reichardt, Philip Danzeisen, Marcus Danzeisen, Mare V an Overmeir, Tobias Lange, Francesca Caroti.

Zij was en zij is, zelfs, Felix Meritis, Amsterdam, première op 5 september. Solo voor Fabres hoofdactrice, Els Deceukelier.

1992 Eerste grote retrospectieve van zijn beeldend oeuvre in het Kunstverein te Hannover (Duitsland). Exposeert potloodtekeningen en bouwt twee hutten met het papier waarmee het Tivoli-kasteelwerd bedekt.

TransForm, Kunstmuseum, Bazel. Tentoonstelling over de transformatie van het object in de kunst van de 2 0 e eeuw. Fabre exposeert zijn insektentekeningen. op Documenta 9 (Kassei) exposeert Fabre éénentwintig wassen kopieën van zijn hand, die een blauw gekleurd glas omvatten, en die in de verschillende tentoonstellingszalen aanwezig zijn. Die handen en een wassen afgietsel van Fabres hoofd vormen een werk met als titel: Jan Fabre luistert. Gedurende de tentoonstelling verdwenen de handen beetje bij beetje tot er op het einde slechts drie overbleven. "Jan Hoet vroeg me iets groots te doen voor Documenta. Ik antwoordde dat ik dat niet zou doen, omdat ik wist dat al de anderen het gingen doen. Langs de ene kant is het goed dat zo'n megalomane tentoonstelling wordt opgezet, omdat ze bewijst dat dergelijke ondernemingen geen zin hebben. Persoonlijk geloof ik meer in kleine projecten, in projecten die niet voor de massa bestemd zijn. Kunst is niet democratisch. Het is zoals op het strand: neem een menigte van tienduizend mensen en je kan het genieten vergeten."

Another World, Art Tower Mito, Tokio. Groepstentoonstelling over de verschillende interpretaties van ruimtelijkheid in de werken van kunstenaars uit Oost en West. Exposeren eveneens: Mark Rothko, Katsushika Hokusai, Anish Kapoor, Richard Wilson, IFP, enzovoort.

Wie spreekt mijn gedachte..., solo "voor iemand met gevoelige oren en ogen", geschreven in 1980: veertig minuten. Acteur: Mare Van Overmeir. Première op 12 maart in het Kaaitheater te Brussel. Silent Screams, Difficult Dreams, Documenta 9, Staatstheater, Kassei. Première op 18 september. Tweede deel van de operatrilogie, duur: een uur en vijfenveertig minuten. Muziek: Eugeniusz Knapik. Libretto, concept, regie, choreografie: Jan Fabre. Dirigent: Koen Kessels. Regie-assistente: Miet Martens. Dramaturgie: Sigrid Bousset. Kostuums: Pol Engels, Jan Fabre. Belichting: Jan Dekeyser, Jan Fabre. Met: Helena: Torgun Birkeland; Fressia: Els Deceukelier; Il Ragazzo: Mark Oldfield; eerste vriendin: Christine Schweitzer; tweede vriendin: Catherine Dagois; derde vriendin: Anne Pareuil; bewakers: Paul Vervoort, Peter Vervoort. Danseressen: Donatella Aglieti, Tamara Beudeker, Francesca Caroti, Renée Copraij, Géraldine Démange, Elizabeth Leigh Flemming, Magalie Glaize, Marina Kaptijn, Elisa Lenzi, Angélique Schippers,

Magali Tissier, Françoise Wilson. Orkest van het Staatstheater van Kassei, koor en orkest van het Théâtre des Arts van Rouen. Vervalsing zoals ze is, onvervalst, solo voor de actrice Els Deceukelier, première op 17 december in het Théâtre National te Brussel. Fabre schreef deze tekst naar aanleiding van de ervaring van de eerste solo voor Els Deceukelier. In de tekst vinden we verwijzingen naar Fabres oeuvre terug, maar het verhaal van het model is ook dat van deze cult-actrice en van Fabres relatie met haar. Félicien Rops, René Magritte en Marcel Broodthaers inspireerden Fabre. Op de scène bevinden zich een twintigtal katten, met leibandjes aan de vloer vastgemaakt, wat menig protest vanwege de toeschouwers uitlokte. Ondermeer daarom werd de voorstelling later zonder de katten gespeeld.

1993 Tekeningen-Sculpturen-Tekeningen, Galerie Ronny Van de Velde, Antwerpen. Grote tentoonstelling van Fabres beeldend oeuvre uit verschillende periodes. Publicatie van 'Gesprekken met Jan Fabre' door Hugo de Greef en Jan Hoet.

3 multiples, CIAP, Hasselt. Tivoli, Mala galerija, Ljubljana. Denkbild und Wirklichkeit, Beierabendhaus BASF, Ludwigshafen; Documenta Halle, Kassei; Museum voor Hedendaagse Kunst, Antwerpen.

Dolls in Art, Haggarty Musem of Art, Milwaukee (Verenigde Staten). Exposeren eveneens: Steinbach, Koons, Gober... Kunst in België, Museum voor Moderne Kunst, Brussel. Zoersel '93, Domein Kasteel van Halle. Fabre exposeert er de installatie Graf voor de onbekende computer, 600 bebicte houten kruisen, openlucht.

Het Fischer Verlag te Frankfurt beslist om alle teksten van Jan Fabre in de toekomst uit te geven en de rechten ervan te verzorgen voor het Duitse taalgebied.

Da un'altra faccia del tempo, première op 29 september in het Lunatheater te Brussel. Fabres derde ballet, voorbereid met zijn eigen gezelschap, samengesteld uit danseressen en dansers waarmee hij reeds heeft samengewerkt, plus enkele nieuwkomers die via audities geselecteerd werden. Een interessant gegeven: in dit ballet vinden we de danser Antony Rizzi terug, die deel uitmaakt van het Frankfurt Ballet, en die reeds te zien was in The Soundofone Hand Clapping, en ook Mare Vanrunxt die tien jaar eerder samen met Fabre de choreografie maakte voor Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was. Choreografie, regie, en concept: Jan Fabre. Muziek: Partita van Eugeniusz Knapik, Stimmen... verstummen van Sofia Gubaidulina, Devil in disguise van Elvis Presley. Regie-assistente: Miet Martens. Dramaturgie: Sigrid Bousset. Balletmeester: John Wisman. Licht: Jan Fabre en Jan Dekeyser. Kostuums:Pol Engels en Jan Fabre. Dansers: William Artaud, Tamara Beudeker, Francesca Caroti, Renée Copraij, Gregor Dreykluft, Yellie Emmerink, Emio Greco, Marina Kaptijn, Elisa Lenzi, Thomas Moritz, Daire O'Dunlaing, Anthony Rizzi, Magali Tissier, Jacqueline van den Ham, Mare V anrunxt. Acteurs: Els Deceukelier, Mare V an Overmeir.

1994

De kunstvereniging Diepenheim neemt Fabres werk Het graf voor de onbekende computer voor een jaar in bruikleen. Tevens expositie van enkele tekeningen en sculpturen van Fabre, rond het thema dood en insekten. Mur de la montée des anges, Galerie Bernd Klüser, München; Portside Gallery, Yokohama; Galerie Galliani, Genua. Jan Fabre exposeert een reeks sculpturen, gemaakt uit duizenden insekten.

Uitgeverij L'Arche te Parijs en De Bezige Bij te Amsterdam, besluiten om de teksten van Jan Fabre in de toekomst uit te geven en de rechten ervan te verdedigen, respectievelijk voor het Franse en het Nederlandse taalgebied.

De keizer van het verlies, première op 29 oktober in de Koninklijke Vlaamse Schouwburg te Brussel. Nieuwe monoloog geschreven voor de acteur Mare Van Overmeir. De Schouwburg

neemt in dezelfde periode twee andere teksten van Fabre op het repertoire, Vervalsing zoals ze is, onvervalst in een regie van Franz Marijnen, en L'interview qui meurt... in een regie van de Fransman Pascal Rambert. Ook in andere theaters in binnen- en buitenland worden teksten van Fabre op het repertoire genomen, onder andere in de Kammerspiele te München.

De produkties van Jan Fabre worden door de VZW Troubleyn (Antwerpen) gecoördineerd. Zakelijke leiding: Paul Vervoort. Produktieleiding: Barbara De Coninck. Artistieke planning: Miet Martens. Artistieke Coördinatie: Tijs Visser. Dramaturgie: Sigrid Bousset. Technische leiding: Geert van der Auwera. Produktie-assistentie: Annabel Francois.

bibliografie

1. TEKSTEN VAN JAN FABRE

a) Theaterteksten

FABRE (Jan), Het interview dat sterft..., Het paleis om vier uur 's morgens... A. G. De reïncarnatie van God, Brussel, Kaaitheater, 1989.

FABRE (Jan), Een familietragedie..., een theatertekst, Sweet Temptations, Brussel, Kaaitheater, 1991. FABRE (Jan), Zij was en zij is, zelfs, Brussel, Kaaitheater, 1991.

FABRE (Jan), Wie spreekt mijn gedachte..., Brussel, Kaaitheater, 1992. FABRE (Jan), Vervalsing zoals ze is, onvervalst, Brussel, Kaaitheater, 1992.

b) Essays, lezingen

FABRE (Jan), 'Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was', in: Aktualiteiten BASTT, nr. 10,1982, Antwerpen.

FABRE (Jan), Fragmenten uit een lezing, Amsterdam, De Rijksakademie, nr. 8,1989.

c) Interviews

DE GREEF (Hugo), HOET (Jan), Gesprekken met Jan Fabre, Kritak, Galerie Ronny van de Velde, Leuven, 1993.

FABRE (Jan), 'II potere della follia teatrale', in: II Patalogo 7, Milaan, 1984. MALLEMS (Alex), 'I want to create something divine', in: Articles, nr. 2, 1987-

HRVATIN (Emil), 'Terorji zgodovin', in: MARS, vol. 2, nr. 2, Ljubljana, 1990.

2. TEKSTEN OVER JAN FABRE

GILPIN (Heidi), 'Symmetry and Abandonment: The Dance/Theater Work of Jan Fabre', in: Jan Fabre-Texts on his Theatre Work,Kaaitheater/TheaterAm Turm,Brussel/Frankfurt,1993- KUSPIT (Donald), 'Jan Fabres blaue Zeichnung', in: Jan Fabre - Texte zum Werke, Kunstverein, Hannover, 1992.

LAERMANS (Rudi), 'De aangekondigde dood en haar kortstondig hiernamaals', in: Jan Fähre, Texts on his Theatre Work, Kaaitheater / Theater am Turm, Brussel / Frankfurt, 1993- VERDUYCKT (Paul), 'Het is theater zoals te verwachten en te voorzien was', in: Rival, nr. 1-2, Rijeka, 1989.

Comments