Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Wybrand Ganzevoort (T. Peeters, 2009)

Datum

17 mei 2009

Plaats

Klappeistraat 33, Antwerpen

Bio

Interview

Herinneringen aan VAGA

De 'Vrije Aktiegroep Antwerpen' (VAGA) ontstond in mei 1968 en beleefde zijn hoogdagen in de zomer van datzelfde jaar. Was de sfeer van mei ’68 naar Antwerpen overgewaaid? Of kwam het, dichter bij huis, van de bezetting van het Paleis voor Schone Kunsten in Brussel?

Er waren geruchten over die bezetting in Brussel die bij een aantal kunstenaars en studenten uit de omgeving van de Koninklijke Academie en het Hoger Instituut voor Schone Kunsten niet in dovemansoren vielen. In Antwerpen was er tussen de sector van de musea en de kunstenaars zelf geen communicatie. Opgejut door wat daar in Brussel gebeurde, zijn we al snel tot actie overgegaan. Dat ging heel spontaan en verliep om die reden in het begin ook erg chaotisch. Er werd op 30 mei 1968 ’s avonds in een huis in de Keizerstraat een bijeenkomst gehouden, met een vijftiental studenten en kunstenaars, die tot diep in de nacht bleven schrijven aan een pamflet over het kunstbeleid in Antwerpen. Serge Largot was daar nog niet bij, hij vertelde mij later dat hij bij de ‘bezettingsactie’ van het museum ernstig getwijfeld had voordat hij besloot zich bij de actievoerders aan te sluiten. Hugo Heyrman en Panamarenko waren er vermoedelijk al wel bij. 

In het pamflet werden klachten en eisen geformuleerd over het kunstbeleid in Antwerpen. De volgende dag, rond een uur of tien ‘s morgens, werd het pamflet uitgedeeld aan bezoekers en voorbijgangers op de trappen van het museum. Er waren een tiental kunstenaars en aanverwanten en veel meer politie, maar die leken niet gevaarlijk en wij ook niet.

Het pamflet moest ook afgegeven worden aan de conservator van het Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen, Walther Vanbeselaere. Vanbeselaere bleek een minzaam man, die het wel interessant vond eens met levende kunstenaars in gesprek te komen. De positieve uitkomst was dat wij elke zaterdagnamiddag de beschikking kregen over een zaal in het museum waar we naar hartelust ‘vrije vergaderingen’ mochten houden. De zaal had de sfeer van een mausoleum, maar dat kon de conservator niet zo gauw veranderen - intussen is dat wel gebeurd.

Wat werd er zoal besproken op die ‘vrije vergaderingen’?

Op de eerste vergadering, op 7 juni 1968, werd een basisverklaring opgesteld. Daar is veel om te doen geweest. Het was een soort grondwet waarin ideeën als inspraak en medebeslissingsrecht aan de orde kwamen. De clausule dat het algemeen belang boven het eigenbelang ging kwam al van het begin zwaar onder vuur. Er was in elk geval veel chaos en dat was  mooi. De tweede zaterdag, denk ik, werden de werkgroepen georganiseerd. Er moest wat structuur in de chaos komen. En ook dat was mooi, want daarmee konden we aan de slag gaan.

Het publiek in de ‘vrije vergaderingen’ bestond uit kunstenaars, studenten, nieuwsgierigen, ‘pol- en sokkers’ [studenten politieke en sociale wetenschappen] en afgevaardigden van het politburo (dat dachten wij toch) die agitprop pleegden, en vermomde mannen van de CIA (dat dachten wij ook, er heerste wel eens enige paranoia, het was tenslotte niet voor niets Koude Oorlog). 

De agitproppers vonden die kunstenaren maar egocentrische en elitaire mannetjes die vooral actie voerden om in het museum te kunnen exposeren. De kunstenaars ontdekten dat er mensen bestonden die zich met iets anders dan kunst en exposities bezighielden, en vooral veel ruis veroorzaakten… Die ruis kreeg de overhand op de twee volgende vergaderingen, maar misschien had dat te ook te maken met het contrast tussen de bedrukkende donkerte van het mausoleum en het prachtige zomerweer buiten.

In elk geval, op de laatste vrije vergadering, op 22 juni 1968, waar ik tot mijn ontzetting tot moderator was gebombardeerd, waren de gemoederen zo verhit dat zelfs een ervaren volksmenner hier machteloos de controle over de sissende stoomwolken zou hebben moeten laten varen. Toen werd er op mijn lessenaar een telegram gedeponeerd: ‘KATHOLIEKE WERKERSBOND STELT VOOR CONSCIENCEPLEIN AUTOVRIJ TE MAKEN STOP’. Later bleek het telegram afkomstig van Matthieu Opdenakker

Dat kwam dus niet uit de hemel vallen, al leek het daar wel op. Ik probeerde om ‘STILTE’ te bulderen, maar bulderen is me nooit zo goed afgegaan. Ik las de boodschap voor en vroeg, als  mensen bezwaar hadden tegen dat autovrij maken, hun hand op te steken. Er gingen geen handen omhoog maar op veel gezichten verscheen blijdschap en opluchting: gedaan met ruziën en eindelijk in de zon buiten spelen. Volgende zaterdagnamiddagen: afspraak op de autoloze parkeerplaats Conscienceplein. 

Dat telegram is echt een sleutelmoment geweest, daarmee is de actie opengebarsten. Het is de impuls die ervoor gezorgd heeft dat het initiatief niet meteen uitgedoofd is. Als er een doel is, dan gebeuren er goeie dingen - anders zit je in het luchtledige te werken. Zonder dat telegram zou de VAGA al snel begraven geweest zijn in de donkere sfeer van het mausoleum.

Hoe verliepen die acties?

Er werd een pamflet gestencild. We hielden van het opschrift ‘Bericht aan de Bevolking’. Dat bericht was deze keer vooral bestemd voor de chauffeurs die we aan de smalle toegangsstraatjes tot het plein zouden proberen tegen te houden. Het moest hen overtuigen om een andere parkeerplaats te zoeken. Die zaterdag, 30 juni 1968, was er volk genoeg om auto’s tegen te houden door op de weg te gaan zitten of toe te kijken of dat lukte – en dat lukte in de meeste gevallen. Maar de pret duurde tot de politie kwam opdagen en ons verbood de auto’s tegen te houden. We mochten de chauffeur wel een pamflet in de handen duwen.

De zaterdag nadien volgde dan een nieuwe actie. De politie had tegelijk een tegenactie georganiseerd en de Wolstraat voor het verkeer afgesloten, zodat het via het Conscienceplein werd omgeleid. Op een gegeven moment komt er in die rij auto’s een bestelwagen aanrijden, die bij een agent stopt. De bestuurder, Ludo Loose, een militant van de Communistische Partij, wijst op de lading achterin en vraagt of hij die mag lossen. Het zijn ijsblokken die zouden moeten dienen voor de koeling van de eetwaar in een restaurant. De politie geeft toestemming en de blokken worden gelost op de volle breedte van het smalle straatje met de vereende krachten van onder meer Hugo Heyrman en Panamarenko, die er een kubusvormige structuur van stapelen. De blokken smelten door de zomerse temperatuur aan elkaar en vormen zo een ‘natuurlijke’ barricade, die verder doorgaand verkeer onmogelijk maakt. Ludo Loose, de bedenker van het plan - dat zijn dus niet de twee happeningmakers - wordt opgepakt en hoort op weg naar het politiebureau in de combi de volgende conversatie langs de boordradio :

‘Hier actie Conscienceplein. Het verkeer kan niet meer langs het pleintje omgeleid worden. Kunnen wij de Wolstraat weer openstellen?’
‘Hoezo, waarom?’
‘Er ligt ijs in het straatje en er kunnen geen auto’s meer door.’
‘Wat, ijs in juli?’
‘Ja, ijsblokken.’
‘Leg die dan opzij.’
‘Hm. Dat kan niet. Dat is niet mogelijk.’
‘Hoezo, niet mogelijk?’
‘De blokken zijn aaneengesmolten.’

VAGA was een kunstenaarsbeweging, minstens door de samenstelling van de actiegroep, maar deze eerste actie had toch veeleer een sociaal dan een artistiek doel?

De dynamiek van de actie geeft als resultaat de bewustwording van machtsverhoudingen, niet alleen in de kunstwereld. De gevestigde belangen van kunstinstituten, musea, galerieën, kunstkritiek en zo kwamen tegenover de producenten van het materiaal te staan waarvan die instellingen afhankelijk zijn. Wij, als kunstenaars, hadden geen enkele inspraak bij die instituten en daar protesteerden wij eigenlijk tegen. We hadden geen ruimte in het museum en de kunstcritici vertelden maar wat. Eén erg goeie kunstcriticus is wel het vermelden waard. Dat was Marc Callewaert, al zat die in de periode dat de VAGA opkwam eigenlijk ook al in dat autoritaire systeem. Toch, in de tijd van G58 heeft hij ons heel goed begeleid. Met de VAGA zijn we dan eventjes de andere kant uitgegaan, met Not For Sale Art [een tentoonstelling die te zien was van 5 tot 27 oktober 1968 in het KMSKA]. 

Marc Callewaert en ook Geert Beckaert hebben daar, terecht, kritiek op gegeven omdat er absoluut geen selectie meer was. Iedereen kon aan de tentoonstelling deelnemen. Dat was echt een beetje... tenenkrullend. 

Maar het was niet enkel in de culturele sector dat de machtsverhoudingen verwrongen waren. Het probleem zat overal: op de universiteit, in de architectuur - waar Luc Deleu ook tegen heeft geprotesteerd. Dus op een heleboel punten werden we er bewust van hoe de dingen in mekaar zaten en wilden we daar ook iets aan doen. Dat staat ook zo in de basisverklaring: de ‘aksies die gericht zijn op de concrete behoeften van de stad’. Daar scheidden zich de wegen van, laten we het zo noemen, de ‘egotrippers’ en de ‘sociaal-bewusten’. 

Tegen die ‘egotrippers’ werd ook gereageerd door het grootste deel van de VAGA. Bijvoorbeeld: we hadden afgesproken dat er geen namen op de acties gezet zouden worden – dat was ook heel belangrijk natuurlijk – en Panamarenko noemde zijn speakers' corner meteen ‘Panamarenko’s speakers' corner’. [De speakers' corner, of ‘Panamarenko’s Groot Elektronis Uitbazuincomplex’ werd op het overwinningsfeest op 20 juli 1968 op het Conscienceplein geïnstalleerd

Er was binnen de VAGA veel kritiek op die zogenaamde speakers' corner omdat Panamarenko zijn naam daar zo opvallend onder plaatste. Bovendien was die speakers' corner, die meer op een maanlander op hoge poten leek dan op een Londens zeepkistje, alleen toegankelijk via een hoge ladder. Iemand die de behoefte had om zijn boodschap uit te bazuinen moest niet alleen heel wat treden hoogte- maar ook drempelvrees overwinnen. Er bleken weinig speakers op de corner te klimmen.  Het uitbazuincomplex werd dan ook door velen opgevat als het ‘complex’ van de ontwerper om zijn naam uit te bazuinen, en allesbehalve als een democratisch medium voor vrije meningsuiting.

Uiteindelijk bleken de acties het nodige effect te sorteren, en op 19 juli werd het Conscienceplein door het Antwerpse Schepencollege autovrij verklaard. Wat heeft de VAGA met dat gewonnen terrein gedaan?

De concrete veranderingen die we nastreefden, hebben we gevisualiseerd in een maquette, waaraan tal van vrijwilligers meewerkten. Die maquette is dus niet gemaakt door Panamarenko en Heyrman alleen. Dat heeft de pers ervan gemaakt, een duidelijke illustratie van hoe de machtsverhoudingen in de kunstensector liggen. Daar was een vragenlijst bijgevoegd waarop het publiek met ja/nee-antwoorden kon reageren. Bijvoorbeeld: ‘Vindt u dat het asfalt moet vervangen worden door een meer bij de gebouwen passende bestrating?’; Of: ‘Vindt u dat er een boom moet komen?’ Voor de bouw van de maquette hadden zich verschillende vrijwilligers opgegeven. Mijn bijdrage was de tekening van de voorgevel van de Carolus Borromeuskerk, waarvoor ik geen afbeelding op schaal had gevonden - er bestonden nog geen vergrotende en verkleinende fotokopieerapparaten. 

Om te tonen hoe een boom op het plein zou werken, wilde ik een boom ‘planten’ op het plein van de maquette. Ik zocht en vond in een van de zeer zeldzame ‘groene zones’ in mijn buurt, het Hof van Leysen, een struikje dat na een beetje bijgesnoeid te zijn die boom kon voorstellen. Naar mijn herinnering is die maquette eerst twee weken in een kraampje op het Conscienceplein gezet, met de vragenlijst erbij, maar daar kwamen niet veel mensen voorbij. Daarom hebben we beslist om het kraampje naar de Groenplaats te verhuizen, wat meer resultaat opleverde. 

Het is heel interessant hoe er rekening is gehouden met alle opmerkingen die we kregen in de ingevulde vragenlijsten. In de definitieve vormgeving heeft architect Dries Jageneau daar erg veel aandacht aan besteed. Om te benadrukken dat het plein ‘door het volk’ was aangelegd, heeft hij bijvoorbeeld de stenenleggers gevraagd om elk een eigen patroon te leggen in de vierkanten die gescheiden worden door de witte stenen. Hij heeft ook gezorgd dat de boom op het Conscienceplein werd geplant. Het is heel mooi dat de actie van het Conscienceplein als een democratisch proces van begin tot einde gelukt is. Dat is democratie ‘van de mensen uit’. Aan dat aspect is helaas weinig aandacht besteed in de verslaggeving. Misschien komt dat ook doordat de mensen die aan de actie meewerkten zich pas tijdens het proces bewust werden van wat er juist aan het gebeuren was. 

[Na het autovrij maken van het Conscienceplein verlegde de VAGA haar werkterrein naar de Antwerpse Groenplaats, waar in augustus 1968 actie werd gevoerd. Die actie liep echter dood op utopische plannen en interne strubbelingen.]

Het is jammer dat die speciale geschiedenis van het Conscienceplein zo weinig bekend is in Antwerpen. Ik heb dat altijd al recht willen zetten, maar ik heb zo de indruk dat die geschiedenis weer een beetje in de belangstelling komt. Het is ten slotte veertig jaar geleden en de boom is veertig jaar oud nu, de lindenboom. Ja, er was wel het idee van die hele grote boom, het megalomane project van Panamarenko, waar de mensen van de VAGA niet mee akkoord waren. Maar de echte boom is er wel gekomen. Daar ben ik ook echt trots op, dat is mijn beste werk, een boom te hebben geplant in de stad!

De anekdote van de lindeboom wint nog aan kracht in het kader van het volgende project van de VAGA: het behoud van het Hof van Leysen als groene zone. Wat hebben jullie daar ondernomen?

Die groene zone was een verwaarloosd park, waar de ‘natuur’ even haar gang had kunnen gaan en veel onkruid had voortgebracht tussen de hoge loofbomen. Het Hof van Leysen was afgezet met prikkeldraad. Bij die omheining had de verwaarlozing ook haar werk gedaan, zodat voor avontuurlijke stedelingen de toegang geen problemen opleverde. Behalve de voor de hand liggende vraag: hoe is het mogelijk dat in een stad waar zo weinig groen is zo’n prachtig stuk groen niet toegankelijk gemaakt wordt voor het publiek? Het antwoord stond een paar dagen later in de krant: er was een aanbesteding uitgegeven voor de bouw van een administratief centrum voor het bisdom van Antwerpen. Met annex een woning voor de bisschop. Waar? In het Hof van Leysen. 

Hier gingen geen belletjes rinkelen, maar klokken luiden.  Dit was echt voer voor actievoerders. Maar ‘vaga’ stond bij mij niet meer met hoofdletters geschreven, daar zaten nu te veel opportunisten in. Dus heb ik samen met Jaak Bakker actie gevoerd, die samen met mij de oase had ontdekt. [Het begin van deze actie kan eind november 1968 gesitueerd worden. In De Standaard van 3 december 1968 verscheen het artikel: ‘VAGA schrijft een brief aan De Vocht. Open Hof van Leysen en domein Hertoghe als groene zones.’]

Ik werkte toen op de Standaard Uitgeverij en vernam dat de aanbesteding al was uitgeschreven. Het proces was al heel ver om dat nog tegen te houden. Ik heb toen een vragenlijst opgesteld die we op tweeduizend exemplaren in de buurt verspreid hebben. Er kwamen tweehonderd reacties op. Dat is een merkwaardig resultaat, want het betekende toch dat de mensen al een beetje op de hoogte waren en, als ze niet op de hoogte waren, dat ze er dan in elk geval toch op reageerden. Uit die tweehonderd reacties is dan een buurtcomité opgericht. Het was een uitloper van VAGA, een splintergroep laten we zeggen, die bij de principes van de basisverklaring wilde blijven. Er is overigens ook een parodie geschreven op de basisverklaring. Daar maakten wij van de basisverklaring een ‘bazen’verklaring. Die is op een klein aantal exemplaren uitgedeeld aan de mensen die ermee akkoord waren.  

In de context van het buurtcomité moeten een aantal mensen vermeld die in de verslaggeving niet aan bod komen, maar toch van het grootste belang zijn geweest voor het slagen van deze actie. Vooral Lydia van Bouwel, een ongehuwde dame uit de buurt, heeft de hele actie ondersteund. Ook Dries Jageneau, die als architect aan de stad werkte, had een belangrijke rol: hij leverde ons de praktische informatie over hoe dat zat met die aanbestedingen. 

Net zoals op het Conscienceplein, waar we als het ware onze opleiding hebben gehad,  hebben we daar ’s zaterdag acties gevoerd samen met mensen uit de buurt. We hebben het afval opgeruimd - dat maakte onze actie acceptabel - en dat staken we dan in brand - dat was minder acceptabel - maar we hebben nooit last gehad van de politie. 

Op een bepaald moment, na twee of drie weken, kwam er wat interesse van de pers. Een aantal sociaal geëngageerde journalisten, ik ben vergeten van welk weekblad, hebben dan een reportage over ons gemaakt. Op een zaterdag, ik woonde toen nog in de Ballaerstraat, kreeg ik het telefoontje dat die journalisten zouden komen. Ik was toen met zeefdrukken bezig en op twee uur tijd heb ik vijftig A4-tjes gezeefdrukt met de slogan ‘geen paleizen in het hof van leysen’. Geert Beckaert citeert dat als ‘geen paleis in het hof van Leysen’, maar dat rijmde niet genoeg. Ik drukte de slogan in grote letters op een A4-tje en die vijftig exemplaren waren nauwelijks droog toen we ze aan de bomen in het Hof van Leysen hebben gespijkerd. Daarvan namen de journalisten een foto en die werd op de volgende omslag van dat weekblad gereproduceerd zodat die vijftig exemplaren meteen in de honderdduizend kwamen. Dus dat was een mooie mutatie. 

Dat waren de media die wij toen konden gebruiken. Maar er was meer. Het geval raakte bekend bij de IKON (Interkerkelijke Omroep Nederland), de progressieve vleugel van de protestantse kerken in Nederland. Voor hen was het zaakje natuurlijk gefundenes fressen, ze wilden er meteen een reportage over maken. Ze zijn naar de woning van bisschop Daem geweest op de Mechelsesteenweg, in de hoop om de bisschop te spreken te krijgen. Die was ‘onvindbaar’, maar ze zijn wel binnen geraakt en hebben dan foto’s genomen van het interieur en dat zag er tamelijk euh... dat zag er niet armoedig uit dus. Dat had wel effect, ze vroegen zich af waarom er een nieuw bisschoppelijk paleis moest komen. 

Het was natuurlijk niet helemaal de intentie van de bisschop dat daar zoveel publiciteit over gemaakt werd. Hij wilde het zaakje liever uit de belangstelling houden. Als het in de krant kwam dan was het nog niet zo erg, maar op televisie, dat vond hij een groter probleem. 

Toen kregen wij een uitnodiging om daar eens over te komen praten, op de Mechelsesteenweg dus. De bisschop had geen ervaring met acties dus die nodigde het hele buurtcomité uit – als hij ervaring had gehad dan had hij zich gericht naar de leiders. Er waren natuurlijk geen ‘leiders’ binnen de VAGA, maar er waren wel een paar ‘zelfverklaarde leiders’ zoals Serge Largot - maar dat is dan weer een andere kwestie. 

We waren ongeveer met vijftien, onder andere ook Serge Largot was er bij, en dan tal van mensen uit de buurt die niks met de VAGA te maken hadden. De bisschop zat daar met zijn vicaris. Hij heeft heel weinig gezegd maar wij hadden het de hele tijd over het ‘bisschoppelijk paleis’ en dat vond hij niet goed. ‘Ik ben er tegen dat u steeds “bisschoppelijk paleis” zegt, want het wordt een administratief centrum van het bisdom,’ zei hij. Daar kwam een villa bij met twee of drie verdiepingen en een lift en zo, allemaal op kosten van de belastingbetaler - want dat was het terrein van de provincie uiteraard.  Wij waren echt verontwaardigd, want een groot deel van het terrein zou bezet worden door dat gebouw, en het koste ook best veel geld, ik geloof zeventig miljoen Belgische frank, en dat was in die tijd een vreselijk bedrag. 

Er zouden bomen gekapt worden en dat terwijl er in heel Antwerpen veel te weinig groen was. Beneden stonden een paar journalisten te wachten, nieuwsgierig naar wat de bisschop gezegd had. En Serge Largot was een heel slimme gast. Hij was erg efficient in zijn informatie, een beetje van ‘het doel heiligt de middelen’ en toen de journalisten vroegen: ‘Wat heeft de bisschop gezegd?’ heeft Serge Largot geantwoord: ‘Nou, de bisschop heeft heel aandachtig geluisterd en met veel van onze bezwaren was hij akkoord.’ Daar was dus niks van waar. Niet veel later hoorden we dat de journalist die dat in zijn artikel geschreven had een heel boze telefoon had gekregen van het bisdom en een week later stond er in de Gazet van Antwerpen dat in het bisdom een PR-centrum was opgericht, dat vanaf dan de relaties met de pers zou gaan onderhouden. Dat was dus een brandje dat te laat geblust was. 

Er was ook een actie, een echte happening in de stad waarbij aan het project bekendheid werd gegeven, maar daar was ik niet bij. [Ganzevoort doelt hier op de happening van 1 februari 1969, waarbij leden van de actiegroep een fictief bezoek van ‘Moseigneur van Leysen’ en ‘vicaris d’Hertoghe’ een bezoek brengen aan Antwerpen. Ze arriveren in het Centraal Station, waar ze papieren bloemen uitdelen aan de passanten, en gaan van daaruit in een ‘bisschoppelijk wagentje’ naar het oud-provinciaal gebouw in de Schoenstraat waar ze een pseudo-burgemeester een symbolisch ‘stuk groen’ overhandigen.]

Wij hebben aan de uitgang van de Onze Lieve Vrouwkerk, waar mensen ’s zondags naar buiten kwamen van de mis, ook nog pamfletten uitgedeeld. Het was verschrikkelijk hoe verontwaardigd die mensen waren over onze actie. Ook in de buurt hadden we niet zoveel contact met de katholieken. De niet-katholieken waren degenen die tegen de bouw protesteerden, maar wij wisten niet zo goed hoe daar onder de gelovigen over werd gedacht.

Tenslotte is de bouw uitgesteld en uiteindelijk ongedaan gemaakt. Dat was een berichtje in Kerk en Leven: ‘door kerkelijke gevoeligheden zal de bouw van het bisschoppelijk paleis uitgesteld worden.’ Er stond ‘uitgesteld’, maar dat is dan geruisloos helemaal ongedaan gemaakt. 

De tweede actie die gelukt was, dus wij konden tevreden zijn. Maar dat is ondere andere dankzij Lydia van Bouwel. Het was trouwens niet alleen het Hof van Leysen, we hadden daar meteen ook het domein Hertoghe bijgenomen. Ik heb nog geweten dat daar de laatste boerderij van de stad, binnen de singel, stond. Die staat er niet meer maar er staan nog wel fruitbomen van de boomgaard. Aan dat park hebben de projectontwikkelaars ondertussen een groot flatgebouw gezet en wij hebben daar dus eigenlijk voor meerwaarde gezorgd omdat het gebouw vlakbij een park gelegen is. Er is wel een mooi deel van dat park behouden en dat is dankzij de volharding van Lydia van Bouwel. 

Ik ben zelf na die actie van het Hof van Leysen even in een depressie geraakt. Dat krijg je als je alles daarin steekt, zonder remmen. Toen heb ik zelf even niet zo veel meer gedaan, maar Lydia dus nog wel. Het had dan ook hoe langer hoe minder met de VAGA te maken, maar het heilig vuur was nog niet geblust! De naam van Lydia van Bouwel komt nergens voor in de verslaggeving, hoewel zij de actie grotendeels gedragen heeft. De mensen die hard gewerkt hebben zijn dus in de vergetelheid geraakt en daar ben ik wel eens boos over geweest. Ik heb daarover ooit een brief geschreven naar de krant, maar daar is nooit een reactie op gekomen. Daaraan zie je ook hoe geschiedenis uiteindelijk geschreven wordt, en vooral nageschreven wordt. Als er iets in de pers verschenen is, wordt dat geciteerd en dat wordt dan langzamerhand ‘de waarheid’.

Dat is het verhaal van de actie rond de St. Laurentiuskerk in de Markgravelei. Het is een mooi park geworden, als je je dan voorstelt dat daar een villa van de bisschop zou hebben gestaan, maar dat er nu kinderen kunnen spelen. Er is een grote zandbak, glijbanen ... allemaal dankzij een happening... Het is nu elke dag een happening als de kinderen daar spelen.

Een interessant aspect in deze hele evolutie is ook de rol van de media. Je had de zeefdruk in die tijd, en ik heb de stencils laten drukken op een nieuwe offsetmachine bij de Standaard Uitgeverij waar ik werkte. Dat kon dus heel snel gebeuren maar er was natuurlijk nog geen gsm of zo. Je had de weekbladen, die eigenlijk het middel waren waardoor we uiteindelijk op televisie zijn gekomen. Vooral dat was een goede schakel om de informatie te verspreiden. Dat was de eerste keer dat een actie op die manier ruchtbaarheid kreeg. Nu heb je internet voor zulke dingen, zoals de acties tegen de Lange Wapper bijvoorbeeld. 

Even actueel was de laatste actie van de VAGA, het behoud van het Noordkasteel.

Ook het Noordkasteel is weer bedreigd nu. De actie die wij toen deden is dus nog steeds relevant. Dat het Noordkasteel toen niet verdwenen is, was niet de verdienste van onze actie, maar het gebeurde zo doordat er andere oplossingen gevonden werden. 

Het Noordkasteel was een heel populair recreatieoord voor de mensen die geen geld hadden om op vakantie te gaan. Daar was ook een heel gezellig café, zoiets als het café van het Nachtegalenpark nu, maar dan veel groter. De mensen gingen daar zwemmen, dat was echt heel plezierig. Wie niet met vakantie kon gaan ging daar in het weekend met de kinderen heen. 

Bij de actie van het Noordkasteel hoort ook de ludieke actie ‘toren te koop’. [Onder het motto ‘Als ze het Noordkasteel opofferen aan de havenbelangen, waarom zouden ze de kathedraal dan niet aan Bokrijk verkopen' klommen op vrijdag 30 mei 1969 vier jonge architecten, J. Verhavert, Jan Willems, Jean Steenmans en Jan Baudouin in de kathedraal om een metersgroot spandoek aan te brengen dat de toren te koop stelt.

Een heel mooi detail bij die actie: ze hadden de laatste trappen van de kathedraal ingesmeerd met groene zeep, om de politie te hinderen. Ze zijn alle vier gearresteerd, natuurlijk, net zoals Ludo Loose gearresteerd werd. 

Van verdere acties voor het Noordkasteel is niet veel in huis gekomen. We hadden het plan om in zwempak op de Grote Markt te gaan demonstreren op 5 juli 1969, maar daar is niet erg veel volk opgedaagd. We hebben de burgemeester wel een manifest afgegeven, ik had daar een tekst voor opgesteld. 

Burgemeester Craeybeckx stond positief ten opzichte van onze actie op het Conscienceplein en heeft er toen ook voor gezorgd dat er heel snel resultaat kwam. We hebben achteraf gehoord dat ook de hoofdcommisaris van de verkeerspolitie heel blij was dat die actie gebeurd is, omdat dat het begin kon zijn van het saneren van de binnenstad, het autovrij maken van de kleine straatjes. 

Als je nu aan het Noordkasteel gaat wandelen is er enkel nog een jachtclub, dat is het enige wat er overgebleven is. Verder is dat natuurgebied geworden, heel rustig en dat is wel mooi om daar te wandelen, maar het zou verdwijnen als de Lange Wapper daar zou komen. Wat wij daar deden in die tijd, leeft nog altijd. Het zijn nog altijd dezelfde knelpunten, er wordt absoluut geen rekening gehouden met wat mensen echt nodig hebben. Dat was een slogan in de jaren 1968: ‘Het geld gaat naar de groten en de stad gaat naar de kloten’. Dat is nog niet veranderd.


Interview: Taana Peeters

Transcriptie: Taana Peeters

Eindredactie: Taana Peeters, Thomas Crombez
Comments