Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Wout Vercammen (S. Wouters, 2011)

Datum

25 feb. 2011

Plaats

Wilrijk

Bio

Interview

Als ik het goed voorheb, bent u autodidact?

Correct.

Hoe zou u uw beginstijl omschrijven?

Ik ben lang in het oriëntale blijven hangen eigenlijk. Vanaf begin 1957, hoewel ik daarvoor ook al bezig was, gestoeld op Indische muziek en sjik en sjak. En allerhande filosofietjes, daar was ik vlug door. Maar het taoïsme dat vond ik wel... Dat werk was niet realistisch, de informele school. De geste op zich, de seconde.

Anny De Decker vertelde me dat u van in het begin succes had, is dat juist?

Ja.

Was dat via tentoonstellingen of gallerijen?

Ik had zo mijn adressen, als ik wist dat ze geïnteresseerd waren.

U verkocht rechtstreeks aan collectionneurs?

Ja.

Anny De Decker vertelde me ook dat u reeds gesettled was, wanneer Panamarenko en Hugo Heyrman de kunstscene betraden. Vond u dat zelf ook?

Een generatie verschilt soms maar een paar jaar. Vier, vijf jaar verschilde ik met de oudere generatie: Vic Gentils, Paul van Hoeydonck, Jef Verheyen.

De periode van G 58?

Ja. Anny De Decker is iemand die ik al heel lang mag kennen. Zij noemt dat zen-achtig. What’s in a name. Ik ben daar wel veel mee bezig geweest. Het is zo dat ik Yoshio Nakajima heb leren kennen.

Panamarenko en Heyrman zouden Yoshio hebben opgewacht in het station?

Panamarenko heeft geen station gezien (lacht). Nakajima stond daar ineens in het Pannenhuis [een kunstenaarscafé op het Conscienceplein te Antwerpen]. Ik meen dat John Huybrechts en Ludo Mich er nog meer van af weten dan ik. Die zaten toen ook allemaal in de Wolstraat, met de Kroeg en de Mok van Mike Zinzen. En de Moe Kat, dat was het aankomst- en vertrekpunt van de hoeren in de straat.

Zou Hugo Heyrman mogelijk Yoshio gecontacteerd hebben?

Het zou best kunnen, want ik werd voorgesteld aan Yoshio door John Huybrechts. Die had er blijkbaar veel mee te maken.

Wie was John Huybrechts?

Een fotograaf die een winkel had in de Wolstraat. Eén van de eerste bewoners van de Wolstraat.

Heeft u daar ook gewoond?

Ik woonde op het Conscienceplein, vlak over de Kroeg. Dat was een Bauerscheit-achtige woonst toen. Tegen de kerk en in de slaapkamers hoorde men heel sterk de klokken. Op de kerk ben ik trouwens later nog geklommen. Er stond toen een stelling rond die kerk en dan ben ik daar opgeklommen samen met Thom Jaspers. We hadden afgesproken boven op de toren en ik denk: waar blijft hij nu? Ik begon de bol, de toren van de kerk wit te schilderen en ineens zie ik op de voorgevel, wat toch wel een afstand is, dat is de lengte van de kerk, hem staan (lacht). Intussen waren de pompiers al aangekomen in de Katelijnevest. Ik denk dat dat na de happenings was. Het was een andere soort van happenings.

Om even terug naar het begin terug te keren, met de Yoshio...

Oh ja, na Yoshio heb ik Hugo Heyrman leren kennen, op dezelfde dag, allemaal in ene namiddag!

Wat weet u nog van de “eerste” happening?

Van wie dat het idee juist kwam, weet ik niet meer, maar het kwam er toch op neer dat het alludeerde op de Viëtnamoorlog. Dat was heel bepalend voor die tijd. Dat kunnen wij ons niet meer voorstellen vandaag, maar toen was dat precies naast de deur. Die mentaliteit is gedraaid, veranderd. Bij die eerste happening hing Nakajima aan een heel lang touw, dat ik dan van de Blindestraat [Vercammen had daar zijn atelier], vlakbij de Academie, helemaal naar de Groenplaats had geleid. Dat was zo een weg die je normaal deed en dan heeft die daar een enorme kreet gelaten, zo een oerkreet. En dan wat trekken en duwen. Dat werd scherp, zo eventjes en dat was eigenlijk goed gespeeld van Hugo. Dat was Hugo die dat durfde. En daar stonden dan wat mensen en ik ging daar bij staan, ik had geen goesting om mee te trekken.

Panamarenko deed niets op dat moment?

Nee. Wat hij wel heeft gedaan en dat moet gezegd worden, toen het feest dan verder ging in het Letteren...huis, het Letterenland (lacht), daar stond Yoshio ineens van voren op de trede, de lessenaar in feite, op dat schoolbord en zo. Daar waren ook veel toiletrollen. Dan kwam Panamarenko daar toch binnen en die maakte Polaroidfoto's. Er stond een grote projector, echt een grote met een grote lens en daar was een lichtbak aan. Hij maakte polaroids van de zaal of wat er gebeurde en hij projecteerde die direct in het groot. De mensen zagen zichzelf zitten. Straf hè. Dat is geniaal hè.

En wat deed Yoshio precies met die toiletrollen?

Wel daar zijn foto’s van...

Ik heb wel een foto gezien waarbij hij water van het ene glas in het andere giet...

Dat is het, ik ben blij dat je het zegt.

Er werden ook gedichten voorgelezen en geprojecteerd?

Dat weet ik niet meer, misschien was ik al weg.

Deed het publiek mee op de Groenplaats?

Die zagen dat het niet echt gevaarlijk was, want we zijn daarna ook rustig kunnen vertrekken naar het Letterenland (lacht).

Kunnen we spreken over een “echte” happening, aangezien het publiek niet participeerde?

Ik heb dat ook gelezen in jouw interview met Ludo Mich, maar ik trok me niet aan wat dat precies was. Ik denk dat dat Yoshio was die zei: happening, happening. En die die naam gebruikte.

Op de affiche van Een Bezette stad III zien we dat Panamarenko zichzelf onderaan plaatst, want hij heeft de affiche ontworpen, althans dat denk ik.

Nee, dat was ik.

Dat is straf.

Ja, want ik heb ze zelf nog laten drukken en zelf betaald. Dat waren de schoonouders van Ludo Mich. Ik heb er twee à drie betaald. Panamarenko die heeft nooit iets betaald. In de Sarma op de Katelijnenvest was er toen zo een eetbar en hij bestelde maar crème-glace en betaalde dat niet. Toen heette Panamarenko ook nog niet Multi-miljonair, toen was dat nog poval. Toen hij van bijnaam veranderde, was er al een psychische transactie gebeurd. Multi-miljonair komt eigenlijk van Hugo Heyrman. Hij had dat in zijn oor gefluisterd. Het is al wel een tijdje geleden, maar op een gegeven moment zat ik op een terras op de Meirbrug, bij Monika, en Heyrman passeerde. Toen heeft hij me verteld dat hij de naam had bedacht voor Panamarenko. Heb je hem al ontmoet?

Ja, maar hij wil over deze periode niet meer spreken.

Hij weet veel.

De psychische transactie bij Panamarenko waarover u sprak, heeft dat iets te maken met het gebruik van mogelijke hallucinogenen?

Nee, dat denk ik niet. Ik denk niet dat hij veel hallucinogene middelen dingen heeft genomen, ik denk dat niet.

Dus eerder zuiver mentaal?

Die klik was al langer bezig, op de Academie ook al. Dat is zo iemand die met de puberteit en sjik en sjak, nu kan ik dat veronderstellen, maar het blijft delicaat. Je ziet zo’n mensen evolueren. Op een gegeven moment met een wilde haarbos had hij een klak op met speldekes, niet genaaid, want dat kon hij natuurlijk aan niemand vragen. Dus hij moet dat allemaal zelf hebben uitgeknipt en opgespeld zodat het toch enigszins paste. Naar de Amerikaanse Stock gingen hij ook zo van die gordels halen, pistoolgordels, zonder pistool natuurlijk. Dat moet iets vertegenwoordigd hebben voor hem, daar kon je niet aan ontsnappen precies. Dat moest gebeuren en dat gebeurde op een manier waarvan je je afvraagt of dat nog klopte. Maar wie ben ik om te zeggen of er iets klopt of niet. Het ging vrij snel. Na de expositie in het C.A.W. [op de Meir te Antwerpen] met die koperen plaatjes. Die waren fluorood geschilderd met een spuitbus. Dan moet je toch een kwink kwijt hebben om te zeggen: ik exposeer dat als een volwaardig kunstwerk. Dat is toch maf, hè. Een vreemd standpunt om iets te benaderen. Maar ik weet niet of dat juist is. Dat is toch te gek. Die krokodillen, dat is wel knap.

De afwissellende lettergrootte op de affiche, is dat een directe verwijzing naar Paul van Ostaijen?

Ik ben typograaf van stiel. Ik heb op de kunstschool in de Cadixstraat gezeten. Toen was die pas overgeheveld van de Eikenstraat naar de Cadixstraat en ik was één van de eerste studenten. Toen gebeurde er ook van alles, vooral tijdens het derde jaar. Ik heb toen ook nog Ferre Grignard zien binnenkomen. 

Had u daar ook contact mee?

Dat was niet gemakkelijk, geen gemakkelijke mens en dat had hij al heel vroeg. Toen ik ’s morgens vroeg met mijn houten kop over de dakgoot keek, zag ik hem bij de scouts, met zijn vriend Jules van de parfumeriewinkel in de Abdijstraat, waar wij een boekenwinkel hadden. Bibberend op zijn beentjes met zo een hoed, ken je dat? Met een gitaar, dat wel.

Wie is Jules? Was hij ook een kunstenaar of muzikant?

Nee, hij was een vriend, maar wat daar van geworden is, weet ik niet.

De tweede happening, the KYRPWWAWAX-happening, vond plaats in Oostende. Was u daar ook bij?

Die affiche heb ik trouwens ook ontworpen. Ja, dat was met de auto van Panamarenko, zo een Cadillac, dat we naar daar reden. Beter kon op dat moment niet. Hugo met een ruimtetuigpak. Wij gingen precies op een bepaald doel af, ik weet niet wat eigenlijk. We konden elkander wel vinden. Panamarenko en Heyrman dat was al een duo en dan nog een gast erbij. Hugo zinde dat wel, maar Henri precies niet, acheraf gezien, het zij zo.

Betekende het woord KYRPWWAWAX iets?

Neen.

En daar werd iets voorgelezen of voorgedragen?

Wat daar allemaal gebeurde, weet ik ook niet meer zo goed. Hier komen we aan een aspect dat eigenlijk altijd weinig belicht wordt, namelijk dat je opgaat in iets. Daardoor vervliegen de details. Het feit dat een confrater [doelend op Panamarenko] zegt dat ik daar niet bij was, dat wringt. Dat is een bepaalde stijl, hoewel je je kunt vergissen natuurlijk. Ik was toen nihil [bijnaam van Vercammen], dat was ook zo en ik heb dat lang vol gehouden. Nihilisme is eigenlijk een zwaar onderschatte stroming in Rusland rond 1850, denk ik, die hadden vrije universiteiten en vrouwen en alles. Dat was rap afgeschaft terwijl het eigenlijk een boeiende zaak was. Nihilist wordt heel denigrerend gebruikt.

U vermeldde reeds bij de “eerste” happening het thema van de oorlog in Viëtnam. Zat er, wat uzelf betreft, méér achter de happenings dan alleen de vorm?

Ja, bij mij zit er altijd een motivatie achter, zo werkt dat ook. Mocht dat er niet zijn, dan is het niets.

Was het om de kunst op straat te brengen?

Ja, maar ik kom uit een zeer links nest. Van vóór de oorlog met de uitdeinende situatie tot 1949. Dat tekent een mens, zoals bij de katholieken. Nu pas begin ik daar een klein beetje inzicht in te krijgen. Toen werkten de hersenen eerst en vooral op basis van wat je raakte, zodat je naar de eenvoudige vragen teruggrijpt of de eenvoudige antwoorden.

Wat deden uw ouders dan?

Mijn ouders zijn in 1950-1951 een boekhandel begonnen: geen gazetten, sigaretten en geen postzegels. Dat hing aan de deur. In het prachtige handschrift van mijn vader. De eerste letters in het rood en dan de rest in Chinese inkt. Dat was in de Abdijstraat.

Hebt u nooit de boekenwinkel willen voortzetten?

Nee, dat ging me wel eventjes een stap te ver. 

Omdat u zich te geroepen voelde om uitsluitend met kunst bezig te zijn?

Nee, meer door de vader-zoonrelatie. Daar is weinig over te zeggen. Tot mijn zesde was ik uitsluitend door vrouwen omringd, en dan kun je zeggen: zo kan je bezig blijven, maar ja zo wil ik bezig blijven. Er was een opvoedkundig geschil, niet verschil, maar geschil. Dat doet raar om dat te ervaren als een vorm van persoonlijkheid die er op een vreemde manier is ingeslopen. Daar moet je je soms tegen verzetten. En van vreemde bloede zal ik maar zeggen.

Mijn moeder is dan gestorven en ineens dacht ik dat ik hier even goed zou kunnen wonen. Voor de oorlog was mijn vader vertegenwoordiger voor de uitgeverij de Sikkel. Hij had ook al twee romans op zijn actief. Begonnen hier in Hoboken op de scheepswerf en zo heeft hij mijn moeder leren kennen en die kwam uit een heel links nest.

Op politiek vlak?

Ja, de transportvakbond is daar uit voort gekomen. Ik denk dat mijn ouders vier of vijf generaties niet gedoopt zijn, maar bij het leger was dat moeilijk, daar hebben ze me willen dopen. Daar ben ik oneervol ontslagen.

Hoe hebt u dat voor elkaar gekregen?

Een kolonel niet welwillend willen zijn. Ik speekte voor zijn voeten. Ik werd naar de gevangenis gestuurd ten aanschouwen van heel de kazerne. Ik heb amnestie gekregen van Boudewijn of zoiets, wanneer hij huwde. Mijn vader heeft nog wel geprobeerd via de SP om mij vrij te krijgen, maar dat ging niet.

Bij de derde happening duikt onder meer Thom Jaspers op. Wat is de link met provo?

Telkens als ik het over Jaspers had, dachten ze dat het over Jasper Grootveld ging, maar dat was iemand anders. Nee, dat was pré-provo.

Hij heeft toen een tijgerpop in brand gestoken?

Ja, maar dat was niet direct voorzien. De happening splitste. Eerst de Meir en dan de Groenplaats... Er was iets bezig op de Groenplaats en tegelijkertijd voor het Koninklijk Paleis op de Meir.

Ah ja?

Ja, dat was simultaan.

Wat deed u daar toen?

Ik fladderde daar altijd ergens rond.

Maar niet meer echt er mee bezig?

Soms gaat het over accessoires die je moet bij hebben. Als de ene die niet bijheeft, dan heeft de andere die misschien bij. Zo zou je het kunnen omschrijven.

Bent u soms in die periode ook in Amsterdam geweest?

Ja.

Hebt u Open het Graf gezien?

Ja, ik was daar zelfs bij.

Dat was heel vroeg, in december 1962...

Ja, maar in 1962 gebeurden er hier ook dingen. Toen was de abraak van de oude stad volop in gang. Dat was zoals een atoombom die was gevallen. Dan trokken we met een troep naar die plaats en dan gebeurde er ook weer vanalles. Dat waren ook happenings. Daar zijn ook nog foto’s van, samen met Rudi Witse en Tony Rombouts en...

Weet u hier iets meer over?

Hoe het precies in mekaar zat, er zijn documenten van die hier beneden liggen en ik denk dat die door Hugo Heyrman nog getrokken zijn. Vandaar een corresponderende factor die dan later in de happenings of performances zou uitmonden. In 1963 met Stella Magnolia, niet dat dat een referentiepunt zou zijn, maar er gebeurde ook veel in 1963 en 1964 en 1965. 1965 bleek een ventieljaar te zijn. Provo en blote voeten. Wat er tussen 1960 en 1965 gebeurd is, dat speelt uiteraard een rol. En zoals Ludo Mich begint bij 1958, zo was er ook nog een periode daarvoor, al was die maar drie, vier of vijf jaar, de jaren vijftig. Zo kun je natuurlijk bezig blijven. Eind jaren vijftig, begin jaren zestig zat ik veel in Brussel.

Deed u ook mee aan de tentoonstellingen van Onderaards?

Ik denk dat ik daar eventjes ben bij geweest, maar ik had daar al direct ambras natuurlijk. Ik denk dat het met Serge Largot zelf was.

Was Hugo Heyrman ook in Amsterdam?

Hugo Heyrman was er ook. Met ons drieën, Henri, Hugo en ik.

Dat dacht ik al. Want daar trad ook Jean-Jacques Lebel op. Had u daar contact mee?

(Denkt na) Nu weet ik het weer, dat is de reden waarom we achteraf naar Parijs zijn gereden.

Ik vermoedde al dat Heyrmans bijnaam eye een citaat was van Lebels optreden in Amsterdam. Wat was er in Parijs te zien?

Dat was een idee van Hugo. Met vijven in een bolhoedje, zo’n autootje. En Jean-Jacques Lebel bleek dan gewoon niet thuis te zijn. Dat stond op de bus, onwaarschijnlijk. Die was hier ook in Antwerpen met de Situationisten, geloof ik. Maar als je dat wilt te weten komen moet je informeren bij Rudi Renson. En Roland Rom, maar die is ook niet meer van deze aarde. Roland zijn broer had een boekhandel, allemaal linkse gasten. Linkser dan links kon je niet zijn en dan sloegen die ineens naar rechts over. Voor De Standaard gaan werken en sjik en sjak. Een onafhankelijke boekenwinkel in de Justitiestraat, trapje naar beneden, mooie ruimte, in art decostijl. Ik denk dat die mensen gedesillusioneerd zijn geraakt. Net zoals Ludo Mich enthousiast is over de hedendaagse situatie, blijf ik gespitst tegenover wat er vandaag gebeurt. Zonder me al te vrolijk te maken en zonder de gelegenheid te laten liggen om me te amuseren. Ik was nog aan het denken dat die Renson en andere gasten ook bezig waren met pré-happening eigenlijk. Dan gingen wij vissen in de Schelde met laagtij en Hugo en Henri waren er ook bij. Met een sleepnet en dan moet je toch minstens met vier, vijf man zijn en dan wachten totdat het tij opkomt. Hebben we daar toch een meivis gevangen zeker, een meivis. Greet heeft die meegenomen en dan hebben we die bij mij klaar gemaakt. Dat waren zo wat de pré-happenings eigenlijk.

Zijn jullie dan via Lebel in contact gekomen met het Situationisme?

Nee, dat was ervoor al. Dat concentreert zich rond Leo Dohmen en Renson. Leo Dohmen heeft de vergadering van de Situationisten toen in Antwerpen bij hem thuis ontvangen. Dat is de moeite waard. Er is een boek van. Die had de Speakeasy in de Amerikalei en toen je aanklopte, moest je zeggen: Johnny sent me. Ik geloof dat die in de avondschool chemie ging studeren. En Alexander Trocchi, hier in Antwerpen is het schisma gebeurd met de Internationale Situationisten, waar Trocchi toch niet goed van was. Niet te schatten. Renson, zo zot als een achterdeur, en Trocchi begon een machtsverhouding te ontwikkelen. Hij heeft zich opgehangen, hij zag het niet meer zitten. Sommige dingen worden dan wat kluchtmatig (lacht).

Was de affiche voor Happening 7 ook van uw hand?

Neen, dat is één van Hugo. Prachtige typografie. Maar Hugo is een bijzondere gast. Hij is heel kwaad op Panamarenko geweest, omwille van zijn succes.

En de affiche van Happening in the modern world?

Dat is er ook één van Hugo.

Hier deed u niet meer mee, geloof ik?

Nee. Maar Hugo is ongelofelijk, hè.

Waarom deed u niet meer mee?

Op een gegeven moment deed ik een tentoonstelling met Jeroen Henneman. Dat was nogal een gladde paling, en een goede kunstenaar. Die slingerde zich tussen ons en omdat ik dat goed werk vond, had ik een expositie kunnen organiseren in de Madeleine te Brussel. Ik exposeerde daar mijn pneumatische elementen. Daar was ik mee bezig en dat waren grote werken. Ik heb daar nog tekeningen van. Dat staat ook in het boekje dat is uitgegeven voor mijn 70ste verjaardag. De kleuren zijn wel slecht, dat is door een Indiër gezet, ja dat is weeral een ander verhaal. Maar in de Madeleine zitten we in 1965 toch?

Ja.

Ja, dat was mijn periode toen.

Wat waren die pneumatische elementen precies?

Daar hingen ballonnen aan, avant Panama, en dat was sealing. Dat was industrieel materiaal aan de lopende meter en dat moest ik aaneen sealen met een strijkijzer, zilverpapier en wat had ik weer uitgevonden om dat niet te doen verschrompelen...met kalkpapier. Een heel gedoe alleszins.

Wat maakte Henneman? Tekeningen?

Tekeningen. Grafisch kon hij heel goed iets uitleggen, pats en dat stond er. We gingen daar exposeren in de Madeleine, waar ik tevoren Hugo Heyrman en de bende had laten exposeren. César Bailleu en Luc Mayeres. Mayeres was een hele goede beeldhouwer en die leeft nog. Hij heeft ook dat werk gemaakt dat in de Muze hangt, dat paard. Dat stond vroeger op zo een sokkel van de verkeersborden. Zo stond dat daar in de Madeleine. Ik wou daar zelf niet exposeren. César Bailleu heette hij later, ervoor was het Jean-Marie. De affiche voor die tentoonstelling is gedrukt door dezelfde drukker als van die affiches voor de happenings. Of heb ik daar nu toch nog aan meegedaan? Ik maakte toen afdrukken van plaaster. Ik vulde plastieken zakken en toen in de Blindestraat had ik een butaanfles en een gasvuur, twee branders, en ik legde die zak met plaaster daarop en dan placeerde ik daar zo een plankje tegen, totdat het af was en dan kon ik dat recht zetten. Heel de bende op de trein en heel tevreden dat ze daar konden exposeren. Een sjieke galerij eigenlijk. Het werk van Hugo Heyrman waren bandages die onmiddelijk hard werden, maar toch een plasticiteit lange tijd konden volhouden zodat je daarin kon moduleren. Dat was op basis van zeep en zeewier. Dat zeewier, waar Hugo Heyrman het vandaan heeft gehaald, ik weet het niet, maar ik denk dat hij het gekregen had via Gaston Burssens, die in zeep deed. Daar heb je toch een aantal producten voor nodig om dat samen te stellen, en zeewier aangelengd met water en vermalen en als product op de markt gebracht, had een emulsie dat je kon snijden na een droogproces. Maakte je dat terug nat, werd dat weer elastisch zodat dat je daar mee kon moduleren. Daar heeft hij verschillende werken mee gemaakt. Ik heb daar nog één van in de kelder staan. Het staat nu al dertig jaar in de kelder, het kan daar nog wat blijven. Maar dat waren de merkwaardige producten waarmee Hugo Heyrman en Panamarenko mee bezig waren. Dat was in het C.A.W, dat was John Trouillard.

Achteraf heb je dan met Henneman daar tentoongesteld?

Ja, het eerste was als curator en met Henneman was als tentoonstelling. Ludo Beckers heeft daar opnames van gemaakt voor de televisie.

En dan kwam de ruzie met de andere kunstenaars?

Ja, dan was het ambras en werd ik op het matje geroepen. Echt waar. Ik kreeg telefoon, bericht dat er wel eens moest afgesproken worden.  Op de hoek van de Mutsaardstraat en Klapdorp. Ik zeg tegen Greta, de moeder van mijn kinderen, het gaat hier lachen worden. Wij naar dat café, boven het Fakkeltheater, een oud café. Ik kreeg te horen dat ik verraad had gepleegd met een andere compagnon. Ik dacht, dit wordt hier onze eerste split. In wat voor een kinderspel ben ik hier terechtgekomen. Nee, dat ging niet, dat kon niet. Dan mocht ik niet meer meespelen met de happenings, dat was al op het einde van die happenings. Toen waren die gasten goed bezig en ik ging me daar niet meer mee moeien.

Wat was Henneman zijn bijdrage tot de happenings?

Ik denk dat hij maar aan één happening heeft deelgenomen [Happening in the modern world, 09/10/1965] en toen bestond mijn deelname erin dat ik panelen had, meer dan manshoogte hoog, die ik met magneten in elkaar klikte, zodanig dat ik een kubus kreeg, eigenlijk een balk en die was beschilderd. Of was het nu gewoon bruin bakpapier...ik denk dat ik hem beschilderd heb. Ik heb die neergezet. Er was geen gat in, maar ik had vanalles bij. Eén schot ging open en Jeroen stond binnen. Dat zal wel bijval geweest zijn en ik maakte gaatjes van binnen naar buiten. Daar stak ik van die dingetjes door, die verdwenen door de mensen die dat pakten en zo heb ik heel die omvang van binnen naar buiten toe, al was het een draadje, maar dat draadje verdween ook. Alles verdween wat ik er doorstak. Dat werd geperforeerd en het was duidelijk dat er iemand inzat, maar wie dat dat was...en door dat gatje loeren. Nu zou je dat experiment noemen: hoe reageert iemand op iemand die vanuit een gesloten ruimte naar buiten toe werkt. Op den duur was dat in stukken vaneen. In stukken vaneen! En toen was Hugo nog bezig en de anderen.

Dan deed het publiek toch gretig mee?

Dan wel, omdat er aanleiding was. Er werd aanleiding gegeven.

Wat was uw laatste happening in die periode?

Op de laatste happening waaraan ik meedeed, lag een enorme puinhoop naast de toenmalige Harmonie op de Groenplaats. Ik ben daar toen opgekropen met een vuilzakje. Ik ben dan boven op die berg mest gekropen en dan ben ik zeker een uur aan een stuk blijven zitten, met een sjieke hoed op en Engelse schoenen en met een mooie jas van ons vader, met dat vuilzakje. Dat was toen dat er vliegtuigjes besteld waren. Henri was naar de vlieghaven geweest en daar zou een banner aan die vliegtuigjes komen, maar dat ging niet door.

Hebt u ook meegewerkt aan het tijdschrift Happening News?

Ja. Het was in de Bisschopstraat, een zijstraat van de Turnhoutsebaan, dat ik dacht: dat is een occasie hier. Zo een Rank Xerox. Met Henri en Hugo er naar toe. Spelen, sjik en sjak.

De machine werd dus niet aangekocht door jullie of één van jullie?

Neen, dat stond er. Dat was van Rank Xerox. Daar kwamen ze voor fotokopijen en dat was dan een heel voorstelling met prikjes en wat weet ik nog allemaal.

Dat was dus een copycenter? Was dat bij de opening?

Nee, maar toen werd je zo ontvangen voor een fotokopietje. Ik had zo een plastieken zak gevuld met alle junk die ik kon vinden, met zelfs granullen van de materie waaruit Hugo zijn zeewier mee maakte. Baf op die glazen plaat en die flap erover. Ik heb er nog van denk ik of heb ik ze nu weggegeven? Na dat feit bestelt Panamarenko bij IBM zo een apparaat. Ongeloofelijk, dat hebben ze getakeld naar het eerste verdieping boven de schoenenwinkel van Panamarenko.

In de Offerandestraat?

Ja, in de Offerandestraat en daar woonde een familie boven en dan heeft hij gevraagd of die familie wou verhuizen naar achter zodat dat machien vooraan, aan de straatkant, zou komen. Dat houd ge toch niet voor mogelijk. Er schoot niet veel plaats meer over, ah nee, dat was in de voorplaats. Daar woonden die mensen. Dat kan toch niet, dus dat gebeurt. Obsessie zou te veel gezegd zijn en te maf. Toen heeft Hugo Heyrman zijn toenmalig lief op die scanner gezet, waar dat ik tevoren mijn gezicht had opgelegd. Goede foto van Henri ook, die is subliem.

Weet u soms iets af van een happening, mogelijk op Linkeroever, met Jos Vandeloo?

That’s far away...

Bernd Lohaus, die ook een tijd participant was in de vroege happenings, was een leerling van Joseph Beuys...

Ik ben samen met Bernd nog naar Beuys geweest. Bij zijn ouders gaan slapen. Die zijn vader was zo, de oorlog nog doorgesparteld en zo vanalles en hij zij tegen mij in het Duits: half bezopen, is weggeworpen geld. Dan ben je beter helemaal zat (lacht)! Er werd in de tijd onder artiesten veel gedronken. Dat was behoorlijk. Ik ben nooit alcoholieker geweest in de ware zin van het woord, als je dat mag zeggen. Dat zijn ups and downs.

Heeft Beuys ook een invloed gehad op het Antwerpse happening gebeuren?

Nee, nee, maar Beuys kende me al van voordien via Bernd over zijn verhalen over Antwerpen. Dat was de basissituatie om bij hem op bezoek te gaan. Ik, de Antwerpse happener, geïntroduceerd door Bernd bij Beuys.


Interview: Stefan Wouters 

Transcriptie: Stefan Wouters 

Eindredactie: Thomas Crombez

Comments