Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

William Phlips (E. Claeyé, 2013)

Datum

13 januari 2013

Plaats

Gent

Bio

William Phlips is beeldend kunstenaar, scenograaf en tekstschrijver. Zijn roots ligt in Aalst, maar de stad Gent is al meer dan veertig jaar zijn habitat. De stad begeesterde hem vanaf het moment dat hij er voor het eerst naar toe kwam om aan de Koninkijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) te gaan studeren. Na zijn afstuderen werkte hij voor heel wat theatergezelschappen, onder andere Les ballets C. de la B. van Alain Platel. Naast heel wat acties tijdens de Gentse Feesten en zijn werk als scenograaf en beeldend kunstenaar, maakte hij in 2007 zijn eerste eigen theaterproductie, die hij omschrijft als ‘wonderbaarlijk muziektheater’. Eind jaren zeventig en begin jaren tachtig maakte hij deel uit van het Etherisch Strijkersensemble Parisiana, een Gents performancecollectief dat onder invloed van Jerzy Grotowski en het dadaïsme experimenteerde met nieuwe vormen van performance. 

Interview

Hoe is Parisiana eigelijk ontstaan en hoe raakte u bij het gezelschap betrokken?

Het ging eigenlijk allemaal van start tijdens de Gentse Feesten. Het is begonnen met de Fanfare van de Lochte Genteneers met onder andere componist Clee Van Herzele en Eric De Volder. Clee Van Herzele kwam uit het jazzmilieu. Zelf ben ik begonnen in het experimentele werktheater PAN in Aalst. Ik werkte daar samen met onder andere Frans Redant en Jo Corthals. Reeds in Aalst was er invloed van Eugène Ionesco en Samuel Beckett. Ook de invloeden van het Living Theater waren daar al aanwezig. Eric De Volder, afkomstig uit Sint-Niklaas, had in die tijd ook een groep, de Papadox. Ik werkte samen met New Reform Gallery in Aalst. Wij baseerden ons op traditioneel carnaval en de figuur van de einzelgänger. In Aalst hadden we een heel dankbaar publiek. Parisiana is ontstaan in Gent. Dadaïsme en Luis Buñuel waren raakvlakken. Eric De Volder was in die tijd leraar aan de kunstacademie van Gent (KASK). Performance, happening en Fluxus zagen wij als de drie ijkpunten van de fanfare. Ons trefpunt was een café in Assenede, Den Hoek, uitgebaat door Margaretha de Bouvé (ook bekend als Kiki de la Fauteuille) en Pim De Ridder, gelegen tussen Nederland en België, en nu nog steeds een galerie. Simon Vinkenoog en Louis Paul Boon waren daar ooit ook over de vloer geweest en nu kwam Hugo Claus er geregeld. 

Het idee van Parisiana is daar van start gegaan. De hele artistieke scène van Gent en Antwerpen kwam daar bijeen. Parisiana speelde op de Gentse Feesten met onder meer Walter de Buck. Parisiana was geen vaste groep, we waren naast Parisiana met eigen projecten bezig. 

Beschouwt u deze optredens op de Gentse Feesten als performances, guerilla art, of met welke term zou u het werk van Parisiana omschrijven? 

Ja, dat waren performances. Eric De Volder was vooral met jazz bezig, voornamelijk vooroorlogse muziek uit de jaren twintig, waar hij elementen aan toevoegde. Een voorbeeld van zulke elementen is het vals spelen, of een solist die zich niet aan de partituur houdt. Dit alles vermengd met heel karikaturale, droge, absurde humor.

Eric werd gevraagd om in Waregem met zijn orkestje op een feestje op te treden. Hij werd gevraagd ook de bediening te verzorgen. De fanfare werd dan strijkersensemble Parisiana. Wij werden bijeengeroepen en gevraagd of we dat zagen zitten. De groep kende elkaar allemaal van op de academie. Onder andere Michiel Hendryckx, Guido Claus, Johan Dehollander, we waren toen al met een vijftiental personen. 

Welk creatieproces ging er vooraf aan zulke performances? Werd er vooraf overlegd, of vertrok de actie vooral vanuit improvisatie?

We brainstormden over ideeën en verdeelden de opdrachten, maar repeteren deden we niet. We brachten alles zeer serieus. Er werd niet geacteerd, gewoon ‘gedaan’. Er waren wel wat afspraken op voorhand gemaakt. Iedereen zat mee in het complot: van de kuisvrouw tot de portier en zelfs de politie en de toeschouwers zelf. We moesten constant improviseren, wat een enorme levendigheid creëerde. 

Werden deze performances aangekondigd? Was dit via mond-aan-mond-reclame of werden er posters ontworpen?

Soms werd er aangekondigd, soms niet. Dat hing er van af. Soms wel met heftige gevolgen. We zijn eens door de politie opgepakt. 

Waar vonden deze performances meestal plaats? 

Het gebeurde dat we in theaterzalen terechtkwamen, maar we traden vooral op tijdens vernissages. Op een bepaald moment is het wel meer een show geworden. Dan kregen we de naam "het Etherisch Strijkersensemble Parisiana". Soms traden we op straat op, zelden in zalen. We hebben ooit wel eens in Amsterdam een internationaal festival aangedaan, het ‘Festival of Fools’, en in Berlijn op de bühne gestaan. 

Speelde de stad Gent een belangrijke rol in het werk van Parisiana? 

Gent was de broeiplek. We kenden elkaar van de academie. De academie was een soort levende gids. De leraren stonden open voor invloeden van het buitenland: Jerzy Grotowski en The Living Theatre waren onder andere invloeden die zij aanbrachten. Het café Hotsy Totsy Jazz Club bij Guido Claus (de broer van Hugo Claus), was een trefpunt waar allerlei artistieke nachtraven bijeenkwamen. Er was ook de beginnende muziekscène in 't Pand in het Patershol, waar artistieke bohémiens hun gading vonden. Maar in andere steden waren zeker gelijkaardige projecten aan de gang. 

Guido Lauwaert, die de Nachten van de Poëzie organiseerde, was ook bij de scène betrokken. Ook Sint-Jacobs en Trefpunt hadden hun deel, maar het was vooral in Gent zelf gegroepeerd. Café De Groene Kikker, vlakbij Sint-Lucas Gent, was een verzamelplek van de avant-garde, en in café De Kubieke Meter werd iedere eerste woensdag van de maand een performance-avond georganiseerd.

Is de naam van het gezelschap ontstaan uit een referentie naar de stad Parijs? Was deze naam ludiek bedoeld?

Er was geloof ik een pelsenwinkel vlakbij het justitiegebouw, bij de Veldstraat, die Parisiana heette. Eric De Volder heeft die naam gekozen. Ik vermoed dat die naar Parijs of het paradijs zou kunnen verwijzen. 

Was er sprake van politiek engagement?

Er was een actiegroep Parisiana die meer op de actualiteit inspeelde. Niet acteren, gewoon ‘doen’. De meeste van ons hadden ook geen acteeropleiding en kwamen uit de fotografie of de beeldende kunsten. We kenden elkaar van de academie, waar Proka veel organiseerde in de Zwarte Zaal. De academie haalde alles van avant-gardetheater uit het buitenland naar Gent. 

Rond diezelfde periode is ook Radeis tot stand gekomen. 

Parisiana was een bom van creativiteit. Alle individuen die eraan meewerkten, hebben ook later hun eigen weg gemaakt in het Vlaamse kunstenlandschap. Parisiana was ook een bom van ego’s. Het heeft hierdoor maar zeven tot acht jaar standgehouden. Iedereen wou daarna aan zijn eigen projecten werken. Dirk Pauwels en Josse De Pauw starten later Radeis. Radeis brak internationaal door. Het was net als Parisiana avant-gardistisch ingesteld. Het feit dat het woordenloos theater was, was een voordeel om internationaal door te breken. 

U sprak daarnet van een ‘actiegroep’ Parisiana, naast het Etherisch Strijkersensemble. Hoe ging dit in zijn werk?

De actiegroep was nog meer improviseren, met Fluxus-achtige ingrepen. Er werd maar twee keer vergaderd en het overige was improvisatie. Er was zeker en vast een ondertoon van anarchisme. We waren alvast sterk antiklerikaal. In die tijd was dat nog choquerend. In die tijd kon je ook nog choqueren zonder zelf door te hebben dat je choqueerde.

U bent van opleiding beeldend kunstenaar. Heeft deze achtergrond invloed gehad op uw rol in het gezelschap, hoe u de dingen zag en hoe u het creatieproces van het gezelschap beïnvloedde? 

Zeer zeker. Maar in Parisiana had iedereen inspraak. Er werd wel geregisseerd, maar dat waren enkel aanwijzingen op het moment zelf. We hadden allemaal evenveel inspraak in de actie. Erik De Volder wordt wel de leider genoemd, maar we hadden allemaal inspraak. 

In de essays van het Toneelstof-project wordt jullie werk omschreven als ‘absurdistische performances en totaalspektakels’. Had u op het moment door dat u bij een avant-garde hoorde? 

Onze slogan was ‘Kunst is modder’. Avant-garde is eigenlijk een oudbakken woord. 

Tijdens mijn opzoekwerk stootte ik op het feit dat er heel weinig documentatie te vinden is rond Parisiana, was dit een strategie van de groep? Vindt u dat archiveren het werk teniet doet of vindt u het jammer dat er zo weinig documentatie is? 

Er is nochtans wel heel wat gedocumenteerd. Een groot deel zit momenteel bij de weduwe van Eric De Volder. Michiel Hendryckx heeft ook nog heel wat beeldmateriaal liggen. Momenteel is er ook een deel in handen van het Dr Guislain Museum. Er is dus wel degelijk documentatie, maar die is gewoon niet verzameld. Je kan ook heel wat terug vinden in Dansen met de schaduw van het onbewuste, een boek over Eric De Volder en Ceremonia dat ook een deel over Parisiana bevat. Er is ook veel info te vinden bij het KIP. Eric beschouwde Parisiana als een afgesloten hoofdstuk. Hij wou daar niet veel meer over zeggen tijdens de laatste jaren.


Interview: Evelien Claeyé

Transcriptie: Evelien Claeyé

Eindredactie: Thomas Crombez
Comments