Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Ludo Mich (L. Claessens en T. Raeymaekers, 2010)

Datum

April/mei 2010

Plaats

Antwerpen

Bio

Interview

Wat drijft je tot een werk en wie zijn je inspiratiebronnen?

Mijn ideeën kunnen ontstaan door bijvoorbeeld de ruimte of de omgeving die ik zie. Maar soms werk ik die ideeën niet direct uit, maar kan het zijn dat ik die tien jaar later uitwerk. Zoals bij Leonardo’s Emission In Space And Time [= installatie + performance voor tentoonstelling 'Exhibition In A Matchbox', Slachthuislaan 68, Antwerpen, sept. 2009].

Het idee was eigenlijk ontstaan in 1965 toen ik aan de assistent van Flor Bex vertelde dat Leonardo da Vinci de voorloper was van de televisie maar als je dit zeg dan valt iedereen plat van het lachen. Televisie is eigenlijk 'ver-zien', de elektronische beeldoverbrenging bij televisie gebeurde in het begin met 625 lijnen die met elektroden op een beeldbuis werden samengebracht. Nu in het digitale tijdperk wordt een beeld samengebracht met pixels. Leonardo Da Vinci had het idee een model te schilderen zonder dat het in zijn atelier aanwezig was. Dus gingen de assistenten van Leonardo het model observeren en sloegen het op in hun geheugen. Daarna sprongen ze te paard en reden in galop naar het ver afgelegen atelier.

De assistent van Flor Bex zei dat ik met dat idee iets zou moeten doen. Maar dat is er toen nooit van gekomen. Ik heb dat pas uitgewerkt voor een project van Hans Wuyts, omdat het zo een grote ruimte was. Het was een heel grote tentoonstelling, 3000 vierkante meter ruimte en ik had een zaal boven in het atelier links. De bedoeling van mijn performance Leonardo's Emission in Space & Time bestond erin het concept op een hedendaagse manier uit te werken. De installatie waarin het model poseerde, stelde de superstrings van de 11de dimensie voor uit de kwantumfysica. Dit was een heel maffe installatie, wat bestond uit een tableau vivant van Bacchus (naar het schilderij van Leonardo Da Vinci), met als achtergrond de snaren van de kwantummechanica en een raster ervoor verdeelt in 38 vakken. Die installatie was live in die ruimte opgesteld. Dan stond er in een andere zaal een paneel met daarop dezelfde afmetingen van het raster getekend. De bezoekers/toeschouwers die vrijwillig wilden deelnemen, moesten één vak in hun geheugen opslaan en dan te paard naar het paneel rijden om hun deel in te vullen met olieverf. Elk vak is dan een pixel en het resultaat is bijgevolg een collectief kunstwerk.

Zo zijn er nog ideeën die ik aan de hand van de ruimte uitwerk of niet uitwerk door omstandigheden, en dan later de draad weer van opneem. Ik heb nog heel veel onuitgewerkte ideeën en die kunnen zowel ludiek zijn, serieus of heel minimalistisch. Mijn ideeën kunnen uit de Griekse mythologie komen, maar het kan eigenlijk uit alles komen.

Hoe lang duren je performances meestal?

Een performance kan maar fracties van seconde duren of ook langer. Ik heb bijvoorbeeld ook een performance gedaan die dertig jaar lang duurde. Dan ben ik iets terug gaan uitgraven dat ik 1975 heb begraven. In 1975 heb ik een film opgenomen in het voormalig koninklijk paleis, toen het ICC. Dit was een experimentele film naar een theaterstuk van Aristophanes, een anti-oorlogsstuk. Die wordt nog steeds opgevoerd al meer als tweehonderdduizend jaar. En ik heb er een experimentele versie van gemaakt, heel Antwerpen naakt in de kelders van het ICC, dat zijn nu allemaal bekende artiesten geworden. Niet dat ik iedereen naakt wilde hebben, want het was daar min 10 graden in die kelders. Ik alleen had een warme trui aan (lacht). Die hebben daar zwaar afgezien! Er was alleen warmte van de lampen, er was meer dan tweeduizend watt licht in die kelders dus daar konden ze zich wel aan verwarmen.

Ik had er ook een minotaurus bij betrokken, een geslachte stierenkop en nog verschillende ingrediënten van de slachterij, het bloed was nog warm. Ik kom er aan met die geslachte stierenkop en zet daar alle lampen op. Zo heb ik dus een tafereel gemaakt waar die minotaurus in hoorde, rond een orakel waar het Griekse thema weer in terug komt. Wanneer de opnames gedaan waren kon ik die stierenkop toch niet in de vuilnis bak dumpen, want dat gaat toch stinken. Dus keek ik even rond zodat niemand het zag en heb ik een grote put in de tuin gegraven en dichtgegooid. Nu dertig jaar later heeft factor 44 een project om iets te doen rond het ICC [= performance Minotaurus Project, 2005]. En daarrond heb ik een performance gedaan om die kop terug te gaan zoeken.

Maar het was geen ICC meer, de staatsdiensten zaten daar. Dan ben ik zonder toelating met een ploeg archeologen binnen gestapt. We beginnen daar in de tuin te graven, maar ik was naar de verkeerde richting aan het graven. Dus waren wij uren aan het graven, gelukkig met een hele ploeg want mijn tong hing er al uit. Met scheppen en met zeven zoals echte archeologen helemaal afgespannen met draad, onder de stadsdiensten hun neus.

June (dochter): Maar die kwamen iets vragen.

Ja er komt een vrouw vragen of we toestemming hadden. Waarop ik heel serieus antwoordde dat de dienst plantsoenen ervan afwist. Maar dat was natuurlijk gelogen. We waren al bijna drie uur aan het graven toen het al donker begon te worden. Dan kreeg ik ook wel een beetje schrik, misschien was die wel vergaan? Tot ik de ingeving kreeg om dichter bij de boom te graven. Het moment dat we hem vonden was heel euforisch. Dus dit was eigenlijk een performance van dertig jaar lang. Daarna hebben we die stierenkop tentoongesteld in het M HKA met de voorstelling van het boek van Johan PasBeeldenstorm in een Spiegelzaal. Flor Bex was zo enthousiast dat hij die minotaurus wilde tentoonstellen. 

Je doet ook aan klankperformances?

Een van mijn klankperformances was Multidimensional performance: ‘Superstrings’ in De Branderij [= Antwerpen, 2003]. Gefilmd door Philippe Van Damme. De performance begon met Jan Adriaenssens die in twintig minuten de snaartheorie en de 11 dimensies heeft uitgelegd, dat kwam uit de kwantummechanica. Hij begon met de eerste dimensie, de tweede, de derde dimensie, en op de vierde dimensie werd het al moeilijk want dat is tijd en ruimte van Albert Einstein enzovoort tot de elfde dimensie. Dat was een serieuze boterham voor het publiek. 

Toen hij gedaan had heb ik mijn muziekstuk van de elfde dimensie getoond. Hier hebben we zwaar voor moeten repeteren met elf mensen omdat het de elfde dimensie was, elf minuten moest dit duren, met elf kamera’s werd er gefilmd en elf partituren van elf bladzijden enz... Ik was de dirigent, maar muziek in de elfde dimensie kan je niet horen en ook niet zien, en dat was de moeilijkheid. Iedereen moest een denkbeeldig instrument zelf creëren in hun hoofd in de vorm van een snaar. Normaal wilde ik dit eerst in glas laten blazen die snaar dat zou heel knap zijn geweest, maar door budgettaire redenen heb ik het maar laten verbeelden. Het was niet gemakkelijk om alles qua timing juist te krijgen daarom hebben we veel repetities moeten doen.

Chantal: En de mensen luisteren daar dan naar!

De muziekperformance, die ik de laatste keren georganiseerd heb, zijn eigenlijk performances die ik ook heb gedaan in het begin van de jaren zestig en nu terug gevraagd worden, soms nodigen ze me uit, jongeren vragen me veel tegenwoordig. Op het No Fun Festival [= The Hook, Brooklyn, New York (with Thurston Moore, Burning Star Core, 2007] ging ik normaal gezien samen met Vaast Colson en Dennis Tyfus een optreden doen met ons groepje Hacki pack sak sak, waar ik al een paar keren samen mee heb opgetreden. Maar Vaast had op hetzelfde moment een tentoonstelling in Italië. En Dennis zei op het laatste moment dat ik het maar alleen moest doen! Gelukkig kwam ik twee meisjes van Glasgow tegen, die ik op het Instal festival daarvoor al had ontmoet. Maar we hadden nog maar vier minuten. 

Gelukkig zijn die Amerikanen zo professioneel dat je je vinger maar hebt op te steken en twee extra micro’s vliegen door de lucht, dat was ongelofelijk. Hier in België moet je die altijd gaan zoeken. We hebben uiteindelijk een heel goede performance gegeven, samen met Sarah Albury en Maureen Farell. Samen met Karen Constance hebben samen de groep The Polly Shang Kuan Band. Als performer moet je goed kunnen improviseren, en daar zijn we heel straf in. 

Vindt u het belangrijk om reactie van het publiek te krijgen? 

Ja…Das altijd leuk natuurlijk, dat streelt je ego. Meestal krijg ik goede reacties van het publiek, maar moesten ze nu met tomaten gaan gooien dan zou ik dat ook niet erg vinden. Want bij de dadaïsten gebeurde dat regelmatig. Zoals wanneer er iemand flauw viel tijdens een performance, dat was toevallig natuurlijk, daar kon ik niks aan doen [= klankperformance zonder titel in Freaks End Future te Antwerpen, 2007]. Maar iedereen dacht toen dat die persoon iets op zijn hoofd had gekregen, omdat ik daar had staan zwaaien met kettingen van dertig kilo (lacht uitbundig). Er waren kreten, de plon general viel af, wat er daar allemaal is gebeurd! (lacht) Die ruimte was eigenlijk veel te klein en dan kan dat wel eens gebeuren. 

Heb je ook al meegemaakt dat een publiek gewoon niet reageert? 

Hier in België gebeurt dat veel… niet altijd bij mij natuurlijk want ze vallen soms van hun zelf (lacht) Dat is ook een reactie natuurlijk. Ja, dat is ook een reactie. Vooral in het galeriecircuit durven de mensen soms niet reageren. In het buitenland staan ze juist enorm open dat is echt ongelofelijk die openheid. Ze vinden alles goed daar, soms is dat ook wat overdreven. Zelf ben je ook niet altijd tevreden met wat je zelf gedaan hebt. Ik wil zelf altijd beter en beter doen maar het wil ook wel eens mislukken. 

Dat wil ik ook nog eens benadrukken. Waarom mag er eens niets mislukken? In de wetenschappen is dat toegelaten! In de wetenschappen heb je een experiment en dat leidt soms tot nieuwe ontdekkingen. Zoals het experiment van Albert Michelson bijvoorbeeld, waar hij de ether wilde bewijzen met de lichtsnelheid onder andere. Hij wilde het bestaan van de ether bewijzen met een opstelling. Maar dat experiment mislukt, wat was Mechelson ongelukkig! Maar hij had iets anders gevonden dat het licht geen tweehonderdduizend kilometer per seconde ging maar dat de lichtsnelheid driehonderdduizend kilometer per seconde ging. Terwijl ze in de negentiende eeuw dachten dat de lichtsnelheid maar tweehonderd kilometer per uur ging. En zo kan soms een mislukt experiment tot iets anders leiden tot nieuwe herzieningen. Bij experimentele kunstenaars moet dit ook zo zijn vind ik, er mag al eens iets mislukken. Anders kun je het niet experimenteel noemen dat is toch logisch! 

Geraken mensen nog even snel gechoqueerd als in de jaren zestig of is dit al geminderd? 

Dat is al geminderd eigenlijk, maar niet meer op dezelfde manier, het is heel anders nu. 

Dus er zijn nog steeds taboes rond performances? 

Ja, ja natuurlijk er zijn nog steeds taboes. En er zijn nog altijd situaties en thema’s die de mensen kwaad kunnen maken, dat zal altijd zo zijn. Bijvoorbeeld in de jaren zestig dachten alle hippies, al die jongeren die toen de wereld wilden veranderen, dat het nooit meer oorlog zou zijn enz. Maar wij hadden het gemakkelijk met tabboes omver te duwen, wij kwamen uit een andere tijd, de mensen waren in de sixties nog vaak christelijk opgevoed. 

Er zijn nu al mensen die de performance art dood verklaren, hoe zie jij dit? 

Nee, daar kan ik mij helemaal niet in vinden. Momenteel is het juist erg in, internationaal bedoel ik dan. Overal waar ik kom is de performance net terug zeer levend, zeker in het buitenland. De performances van nu daar zit terug experiment in, en het is totaal anders dan vroeger. Het is dan ook een andere tijd. Alles evolueert er zijn nieuwe media bijgekomen, Internet dat hadden wij niet in de sixties. Ze zeggen bijvoorbeeld van Lysistrata dat dit al eens is opgevoerd. Maar toch is dit nog steeds actueel. Elke kunstenaar zal dit op zijn eigen manier opvoeren waardoor het steeds uniek is. Twee dingen kunnen nooit hetzelfde zijn. 


Interview en transcriptie: Lien Claessens en Tinne Raeymaekers 

Eindredactie: Thomas Crombez

Comments