Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Ludo Mich (S. Wouters, 2010)

Datum

25 febr. 2010

Plaats

Antwerpen, Kleine Beerstraat 14 (woning Ludo Mich)

Bio

Interview

De eerste performance die ik van u gevonden heb, dateert uit 1961 en vond plaats in het T.A.O (Tramwegen van Antwerpen en Omgeving). Hebt u die omgeving toevallig uitgekozen of is er een link met het taoïsme? 

Ik word dit jaar in maart 65 jaar, maar ik ga niet op pensioen, dat zou trouwens niet vet zijn. Een kunstenaar gaat niet echt op pensioen, dat kan niet. Het schoolsysteem was vroeger helemaal anders. In het expojaar 1958 zat ik in de Cadixstraat, een kunstschool.

Lode Seberechts doceerde daar ook.

Die heeft daar les gegeven, maar zelf heb ik daar geen les van gekregen. Ik heb wel les gekregen van Vera Fred. Zij woont hier in Zurenborg. Zij heeft les gegeven aan iedereen, ook aan Jan Fabre. In het Hessenhuis (groep G58) kwamen vele mensen en daar leerden we dan Yves Klein en Piero Manzoni kennen. Toen was er nog geen Muze, dus gingen we naar café Den Engel aan het stadhuis. Alles was gemengd eigenlijk. Een tachist of een nieuwe realist, een schilder, ik bedoel dat was totaal helemaal anders.

En daardoor bent u in contact gekomen met performance?

Wanneer Manzoni in het Hessenhuis stond, werd dat gezien als een performance. Hoewel dat woord niet gebruikt werd. Het werd eigenlijk een tableau vivant genoemd. Maar dat waren performances, terwijl een happening toevallig gebeurt op ateliers. Manzoni verkocht blauw lint. Als we hem dan tegenkwamen in café den Engel gaven we hem een glas wijn en vervolgens knipte hij een stuk lint af. Nu ligt dat bij verzamelaars. Toen werd dat blauw lint weggegooid. Iedereen dacht dat het afval was, maar het was een kunstwerk. Dat waren allemaal plezante dingen. We hadden wel informatie, maar nu komt informatie sneller met het internet. Toen gebeurde dat met underground blaadjes en zo meer. De sixties beginnen met een hoop jongeren, die een drang hadden om iets nieuw te brengen. Er waren veel kunstenaars die op wereldreis waren en die bleven hier dan hangen. Antwerpen heeft iets van een dorp met een kosmopolistische uitstraling. Amerikanen, zoals Al Jones, de jazzdrummer, die vond het hier gezellig.

Om terug te komen op uw eerste performance. Had u dat aangevraagd?

Nee, dat was zo. Je ging tot je 14 jaar naar school en dan kon je gaan werken. Je kon wel avondschool doen. Dat heb ik gedaan. Ik ben naar de kunstschool gegaan. Door omstandigheden ben ik in de film gaan werken, de publiciteitsfilm. Ik had een jobje bij Publicor. De televisie is doorgebroken in 1953 en daardoor daalde het klassieke cinemabezoek. Ik heb nog een paar jobjes gedaan, zoals bij Bert De Leeuw. Maar uiteindelijk was er niet genoeg werk. Mijn tweede job was bij de T.A.O. Ik schilderde, maakte tekeningen, en was altijd creatief bezig. Het was een fantastische job. Ik kreeg een opleiding van 3 maanden bij IBM, computers. De microchip was nog niet uitgevonden. Dat was met tabulators. Je mocht van de vakbond maar 2 à 3 uur werken, omdat het zo veel lawaai maakte. Hierdoor kon ik me intussentijd verder ontwikkelen. Ik heb toen nog les gekregen van René Guiette en Roger Avermaete. Na twee jaar zag ik dat niet meer zitten. Ik ben gedeeltelijk autodidact en ging terug naar de academie. Ik moest een proef afleggen en ik mocht ineens drie jaar verder gaan. Dit zou nu niet meer kunnen, maar zo lijkt het wel dat ik niet heb gewerkt. Ik probeerde kunst te maken en ik had het programma laten steken. De loonzakjes waren toen met de computer bedrukt. Er moet iemand dat toch nog hebben bijgehouden. Iemand zei: "Ludo, ik maak ook kunst in mijn vrije tijd, maar doe dat alstublieft niet tijdens de werkuren." Want wat gebeurt er nu: Ineens kregen de mensen kunstwerkjes en gedichten op hun loonzakjes. Dat is eigenlijk het verhaal. Er hing precies een komeet in de lucht. De wereld ging veranderen, de muziek, maar de dadaïsten hebben dat ook gedaan. Veel gasten waren anarchisten die nu opgeslokt zijn door de maatschappij. Ik vind wel dat de jongeren nu weer heel straf bezig zijn.

Denkt u dat de jeugd van nu ook nog zo anarchistisch bezig is?

Op een andere manier, maar wel op een goede manier. Heel veel jongeren zullen dikke burgers zijn, anderen zullen het opgeven. Het is soms afzien, ik heb zwarte sneeuw gezien. Iedereen wil Picasso of Fellini zijn, maar dan zien ze ineens dat hun leven heel snel voorbij gaat. Ze worden wat cynisch en dat zal later ook wel zijn. Goed werk blijft bovendrijven zoals bouillon in de soep. We hebben een goede tijd gehad en het is nog een goede tijd. Achtereen sta ik in Brooklyn met een hoop jonge gasten en die underground is ongelofelijk.

De tweede performance uit de vroege jaren zestig die ik van u heb gevonden en die me heel erg fascineert, dateert uit 1962 en is gelinkt aan het Pannenhuis.[1]

Ja het Pannenhuis bestond al zeer lang. Een kunstenaarscafé dat heel goedkoop was om een pot mosselen, een tas of een pot koffie of om soep te eten en het hing vol met schilderijen. Figuratief, abstract, alles doorheen. Er stond een kachel. Er hingen ook schilderijen van de Braekeleer. Daarnaast kwamen vele jongeren van de academie daar samen. Louis de Vries organiseerde daar concerten en Koen Calliauw was daar, maar dan was het al erg veranderd. Pas op, er waren twee Louis de Vriesen. De een die nu met voetbal bezig is, was een promotor van concerten. Soms wordt de geschiedenis wat verward. Jimi Hendrix heeft daar nog opgetreden en dan zat er nog minder volk dan bij Pink Floyd. Ongelofelijk. En dan zeiden ze: "er is een zwarte, Jimi Hendrix". En dan vroegen ze aan Al Jones, de jazz drummer om hem te begeleiden. Jones speelde samen met Jack Sels en zo zie je dan spreek je weer over de jazzwereld.

Maar het is niet in het Pannenhuis zelf waar je een grote 7 heb geschilderd, maar op het Conscienceplein als ik het goed voorheb?

Het is zo, toen was dat nog niet autovrij. Eigenlijk waren dat spontane happenings.

Daar wil ik eigenlijk naar toe, omdat ik in die “performance” reeds veel van een happening in herken.

Het is toch een performance, omdat een happening iets is waar iedereen spontaan aan meedoet, in atelier of in openlucht. Een performance, bijvoorbeeld Yves Klein in 1959 in het Hessenhuis stond in een vierkant. Dat noem ik een performance, hoewel het woord nog niet zo werd gebruikt. Opgelet, Leonardo Da Vinci, bij een ommegang waren er ook al performances. Kindjes die met goud beschilderd waren, dat noem ik ook al een performance.

Wat deed Yves Klein precies in dat vierkant?

Zijn eigen zijn.

Blijkbaar waren bij uw performance rond het getal 7 ook Fred Bervoets, Waut Vercammen, Albert Szukalski en Guy Mees aanwezig? Stonden die dan mee buiten op het plein?[2]

Ja, ineens stonden zij buiten.

Waren deze kunstenaars misschien eerder passieve toeschouwers, dan actieve participanten zoals bij een “echte” happening?

Ja dat klopt, zij waren meer echte toeschouwers.

En nadien hebt u, volgens mijn informatie, in een telefooncel nummers gedraaid met zoveel mogelijk zevens?

Omdat dat eigenlijk een getal is van de harmonie. Newton pakt indigo bij het kleurenspectrum, maar eigenlijk zijn het maar zes kleuren. Pas op, Newton is een wetenschapper. Daarnaast is hij ook bezig geweest met andere dingen, zoals de steen der wijzen en formules voor zonden en zo meer. Ik vind mezelf ook een beetje een renaissance mens, maar dan een nieuwe renaissance mens. Ik ben zelf ook met hologrammen bezig geweest. Ik ben altijd tegen het principe geweest dat een schilder een schilder moet zijn, een beeldhouwer een beeldhouwer, enzovoort. Zo zijn de jongeren nu ook met het internet en de digitale technieken. Vroeger was filmen duur, met 16 mm en zo.

Uiteindelijk had u een beiaardier aan de telefoon. De beiaardier van Antwerpen?

Ja, hij verschoot.

Kon hij ermee lachen?

Niet alleen dat, iedereen die een pint bestelde in het Pannenhuis kreeg er zeven.

Moesten ze die dan ook betalen?

Ja, want wij hadden niet veel geld.

Hoe reageerde de beiaardier verder?

Hij verstond er niets van.

U had hem niet verteld dat hij iets gewonnen had?

Nee, hij had de meeste zevens in zijn nummer, het was zuiver toeval. De inspiratie was er bij happenings, maar het toeval speelt mee.

Eigenlijk was er hier dan toch al een kleine interactie van een onbewust publiek.

Ja.

Dan kom je in dit stadium van de performance toch al dicht in de buurt van een happening?

Het schilderen van de zeven was een zuivere performance.

U woonde op dat moment in de Mandenmakersplaats en daar werd de Zingende Frakkeninstallatie gemonteerd. Wat weet u nog over deze performance?

Toen de mensen van Histories kwamen, vertelde ik hen het volgende: "wat nog niet beschreven is, zijn de performances/happenings, performances op de Mandenmakersplaats. Dat was middeleeuws, aan de St. Jacobsmarkt, over de protestantse kerk, nu is het een universitaire site." Nadat ik dit had gezegd, gingen die mensen naar de Mandenmakersplaats en zeiden: "wij vinden dat niet, die Mandenmakersplaats." Dat was een kleine steeg, een binnenplaats met middeleeuwse kleine huisjes. Ik heb daar eerst een atelier gehad, met gezamelijke toiletten buiten en daar woonden allemaal kunstenaars. Ik heb daar ook assemblages tentoongesteld met zingende jassen enz. En dan kwam Hugo, de ontdekkingsreiziger. Hij had in Brazilië gezeten. Hij kwam met piranha's en hij had een rivier. Ik liet 16 mm films zien. Dat waren happenings en performances, hele straffe. In de jaren zestig braken ze hier alles af. Ze wilden het huis van Guiette afbreken, het enige huis van Corbusier, gelukkig hebben demonstraties dat kunnen redden. Van de Mandenmakersplaats dat moet nog beschreven worden.

Het enigste wat ik daarvan heb teruggevonden , zijn die Zingende Frakken

Ik heb daar zelfs nog een schilderij van geschilderd. Het heeft nog ergens op de Keyserlei in een hotel gehangen. Figuratief. Die para-commando, die ook naar Australië is uitgeweken, maakte daar assemblages met patatten en zo.

Kunt u zich nog andere performances/ happenings in de Mandenmakersplaats herinneren?

Dat waren heel heavy gasten daar. Nico van Daele is een kop gaan opgraven op het Schoonselhof. Het was in de mode om het echte te hebben, geen plastieken. Op de academie moesten dat ineens plastieken zijn. Hij zat in de psychiatrie. Om van thuis weg te zijn, ging hij naar het leger en daar heeft hij zich zot laten verklaren. Hij was een beetje zot. Toen bestond er nog geen statuut voor kunstenaars en nu krijgt hij zijn pensioen van het leger. Hij heeft die kop liggen afkoken in een grote kookpot, omdat hij die schedel op zijn kast wou zetten. Hij werd zo misselijk door de dampen. Bervoets kwam daar ook. Er waren altijd activiteiten zowel muzikaal, gedichten enz. Muziek, situationisten hadden dan plotseling, maar dat was wel op straat, een uitvinderssalon met allemaal machines die niet marcheerden, objecten feng shui. Ook kaligrafische dingen in kinderwagens, maar tussendoor schilderden we ook een portretje. Je had abstracten zoals Jef Verheyen, die ik ook goed heb gekend, en die zaten dan op de judo. Yves Klein, die was al op zijn 16 jaar aan het tentoonstellen. Met de judo gingen zij naar Japan en zij zaten ook allemaal bij G 58. Iedereen kende iedereen.

In datzelfde jaar (1963) voerde u ook een performance op in Leuven, in de galerij Fenestra. Vanwaar de link met Leuven?

Dat was heel straf. Er was Frans Vanderwildt, de dichter Werner Verstraeten, die ook overleden is, de architect Herman Somers. Het was een ploeg die in Leuven zat en zij hadden een zeefdrukatelier. Eigenlijk was dat geen galerij, maar een ruimte. Het verschil is dat een galerij moet verkopen en een ruimte niet. We maakten daar Zinloos Drukwerk.[3] Dat was ook tegen alles gericht. We moesten nog militaire dienst doen. Tegen het leger was ook een manifastie, de liedjes van Bob Dylan. Somers is jong verongelukt met de auto. Daar hebben we nog een tentoonstelling georganiseerd van Karel Appel. Szukalski woonde trouwens in een appartement in Leuven. Daar liep zijn eigen tentoonstelling. Hij was heel fier in de trein en tegelijk was dat ook heel ontroerend. De broer van Herman Somers heeft nog een heel archief. Ik zeg altijd de geschiedenis van de happenings is nog niet geschreven. Je had Koen Calliauw, een beetje later Rob de Hert, die in de gevangenis was gestoken, en de acteur Hugo Metsers. Dichters en alles en daar waren zelfs de situationisten die zaten in de Gard Sivik en die zaten allemaal gekke dingen te doen. Er werd niet altijd een affiche van gemaakt.

Wat gebeurde er eigenlijk precies in de Fenestra ruimte?

Tentoonstellingen en ik heb er ook klankperformances gedaan. Door de elpee die Dennis Tyfus heeft uitgebracht en vervolgens direct uitverkocht was, word ik veel gevraagd door al de jonge mensen in het buitenland, in Glasgow enzovoort.

Ik heb gelezen dat u in 1964 ook portretjes schilderde. Dit doet me sterk denken aan het werk van Ferre Grignard, die ook een eerder schijnbaar conservatieve stijl en medium in die periode gebruikte.

Dat heeft te maken met de academie waar ik toen naar toe ging. Hoewel ik daar ook al deed aan performances. Het waren mummies die daar les gaven, personen van een vorige generatie en het taalgebruik was niet te geloven. Ik heb heel klassiek geschilderd maar ook naar model, stillevens en landschappen. In de voormiddag was het heel klassiek, maar ik ging in de namiddag over in het abstracte. Het was daar om een stiel te leren.

Ook in 1964 zou u met een hoed, gemaakt uit papier-maché en geïnspireerd op La Guernica van Picasso door de straten van Antwerpen en Leuven hebben gelopen. Was dit met de bedoeling één of andere politieke boodschap over te dragen?

Dat is ook een performance. Frans van Looy, die Zinloos Drukwerk maakte met zeefdruk, heeft mij vanachter op zijn motor rondgereden. Dat was heel spontaan. Politiek, dat weet ik niet. Bij Koen Calliauw was dat anders, zij waren de communisten. Zij maakten dikwijls ruzie, maar dat gaf leven. Het was plezant. Als je creatief bent, wil je verandering, maar ik heb me nooit bij een partij willen aansluiten. Ik vind niet dat het gaat. Het is altijd politiek, maar geen partijpolitiek. Koen was wel een communist. Je botst automatisch met de Kerk. Eigenlijk waren we individualisten. Dat is het. Ik zou ook niet durven spreken van een echte hippiebeweging in Antwerpen zoals in het buitenland, eerder individualisten en kunstenaars.

1965 staat bekend voor het jaar waarin Panamarenko, Hugo Heyrman en Wout Vercammen,... naar buiten traden met hun happenings, maar ook u was heel actief dat jaar.

Voor Panamarenko in 1965 hadden we eigenlijk in Mechelen de Ijzeren Leen.[4] Het waren dichters, kunstenaars, free-jazz muzikanten. We hadden een volledige actie ondernomen dat gericht was tegen het kunstbeleid van toen. Politiek eigenlijk. Wij zijn geen hoeren, we verzetten ons tegen kunst en politiek.

Weet u nog hoe u deze performance/happening met politieke boodschap precies aanpakte?

Ik deed daar een soort action painting waarbij een dichter me inspireerde. Ik weet nog dat het 3 dagen duurde. Want je had te Bonheiden, de Witte Vlag, een tweede vernissage. Er waren 2 vernissages.[5] Ik zal een affiche afdrukken van de Kunstkamer.

Was de Kunstkamer eerst in de Wolstraat en achteraf in de Lange Nieuwstraat?

Nee andersom, eerst in de Lange Nieuwstraat en achteraf in de Wolstraat. Daar werd interessant materiaal tentoongesteld zoals Marcel Mariën. Er zijn ook vele dingen gebeurd door jonge kunstenaars onder meer, Camiel van Breedam en Vic Gentils. Ik ben nog assistent geweest van Gentils en van Floris Jespers. Hij is gestorven in 1964 en daar zijn nog veel brieven niet van gepubliceerd. Hij had een atelier op het Scheldeken dat volstond met schilderijen. Er hingen zelfs echte schilderijen van Braque en Picasso in de traphal. Floris Jespers heeft ook in de Congo gezeten en hij heeft er geschilderd en foto’s genomen. Dat hing ook in zijn atelier. Hij werd door een hele rij zwarten op een draagstoel rondgedragen met een hoop schilderijen achterop. Het leven van een kunstenaar was daar toen nog niet zo slecht. In oktober 1965 wordt o.a Panamarenko op één van de affiches in de Kunstkamer vermeld. Hij was toen al begonnen met zijn happenings. Exposeerde hij daar dan of deed hij iets anders?

Panamarenko noemde zich multimiljonair. Hij niette in de Kunstkamer briefjes van 100 fr aan de muur als happening, performance. Tik tik. De eigenares werkte bij de Esso en voor haar deed je dat niet, briefjes aan de muur nagelen.

De rol van het publiek wordt vaak benadrukt bij happenings. Hoe was de situatie in Antwerpen op dat ogenblik. Participeerde het publiek ook daadwerkelijk mee in de Antwerpse happenings?

Ja. Het woord happening werd wel niet begrepen. Achteraf gebruikten de kranten dit woord voor hooliganisme. Voor ons was dat een uitdrukking. Het woord was al gekend in de Verenigde Staten met John Cage en in Amsterdam, maar de journalisten kenden het woord nog niet. In de kranten was een happening echte nozems, nu zouden ze hooligans gebruiken. Daarom stond de staatsveiligheid hier en zij had schrik: "wat is dat?!"

Kan u zich nog iets herinneren van de happenings uitgevoerd door Panamarenko en co.

Ja natuurlijk. Stop een tijger in je tank.[6] Dat was tegen Esso gericht. Thom Jaspers stak de Esso in brand, vervolgens kwam de brandweer blussen. Hierdoor waren zij deel van de happening. Dan verplaatste de happening zich naar de Groenplaats, ook heel plezant. De politie heeft dat direct aangepakt. Het heeft niet lang geduurd. De Roerek(?) vond ik prachtig. Hij was een grote Nederlander. Hij werd hier opgepakt en hij vroeg aan de flikken: "kijk eens, ik wil ook opgepakt worden." Dat waren toen nog Volkswagen camionnetjes. Ann Salens, mijn vriendin toen, heeft nog "zot" geschreven op de voorruit van zo’n busje. Zij werd ook opgepakt. Zij heeft nog geprobeerd eruit te springen, maar een oudere mens heeft haar er terug ingeduwd. De weken daarop gebeurden er weer dingen.

Ik neem aan dat Koen Calliauw zich waarschijnlijk sterk heeft geïnspireerd op deze happenings qua opzet en locatie, met zijn Blote Voeten Plan?

Dat was weer zo een ideetje. Dat is dan weer politiek. Samen met Marcel Broodthaers vond hij de kunst te elitair. Heb je ooit mijn boekje al eens gezien dat ik heb uitgegeven? Eigenlijk zijn de tekeningen van 1966, maar het boekje is uitgegeven in 1972. Ik zal u eens iets vertellen. De shows van Ann Salens dat waren ook happenings. Ann maakte de kleren in zijde en ik maakte de shows. Dat was niet op een catwalk, maar dat was bijvoorbeeld in een boxring. Dat waren eigenlijk happenings. De eerste kleuropname van de BRT zou een show worden van Ann Salens. Het werd toen op Ampex opgenomen. Er gaf toen een vrouw borstvoeding aan haar baby en dat choqueerde. Onschuld choqueerde het meest. Zo is het nu eigenlijk nog. Je kan doen wat je wil op internet. Als een kunstenaar iets doet met naakten, dan is het erger dan iets anders. Soms meer reactie. Mensen werden er meer door gechoqueerd, zoals in Lysistrata, mensen met een hangbuikje, wat realistischer is. En dat is het soms.



[1] Achteraf zou blijken dat deze performance uit 1963 dateert. In 1962 was in het Pannenhuis wel een groepstentoonstelling met o.a. Ludo Mich, Fred Bervoets, Wout Vercammen, Albert Szukalski en Guy Mees.

[2] Achteraf gezien is het niet zeker dat al deze kunstenaars op dat moment daar aanwezig waren, zie voetnoot 1.

[3] Dit was een concept van Zinloze Acties, een kunstenaarscollectief dat zich bezig hield met het ontwerpen van ondergrondse zeefdrukken, performances en happenings.

[4] Hiermee doelt Ludo Mich op ‘Wij Zijn Geen Hoeren’ (05-15/06/1965).

[5] De twee vernissages en de actie vonden mogelijk op dezelfde dag plaats.

[6] Happening uigevoerd op de Meir te 25-09-1965.

 


Interview: Stefan Wouters
Transcriptie: Stefan Wouters
Eindredactie: Thomas Crombez
Comments