Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Karel Moers (S. Wouters, 2011)

Datum

16 augustus 2011

Plaats

Deurne

Bio

Interview

Wanneer hebt u zich bij de Vrije Actie Groep Antwerpen (VAGA) aangesloten?

Ik had eigenlijk twee beroepen. Ik heb gestudeerd voor technisch ingenieur, maar ik wou beginnen schilderen. En dan ben ik naar de Academie voor Schone Kunsten gegaan, hoewel ik al een redelijk goede voorbereiding had. Ik schilderde al vanaf mijn twaalf of dertien jaar. Ik maakte toen bijvoorbeeld van die platen voor de bioscopen, om de films aan te kondigen.

Dat was een goede leerschool, het maakte deel uit van het grote gamma aan technieken die er bestaan. Mijn vader was ook kunstschilder, om het met een lelijk woord te zeggen, en hij was de eerste die met die bioscoopplaten begon. Mijn nonkel was reeds in Engeland geweest en hij had de eerste spuitpistolen meegebracht. Dat kenden ze hier niet. Maar er waren weinig mensen die zo'n doek konden bewerken. 

Mijn vader werd direct aangenomen door mijn nonkel. En toen heeft mijn vader besloten om die opdrachten door mij te laten uitvoeren. Tijdens mijn legerdienst heb ik wel honderd portretten gemaakt van de soldaten en van hun lief. Ik was dus al redelijk bekend met die wereld. Eén van mijn vrienden was Harry Buyck. Zijn broer, Jean Buyck, was assistent-conservator in het Koninklijk Museum voor Schone Kunsten van Antwerpen.

Dus via Jean Buyck bent u in contact gekomen met andere mensen uit VAGA?

De beweging van mei ‘68 heeft weinig te maken met kunst, laten we zeggen dat het er niets mee te maken heeft. Het was een periode dat er een geweldige revolutie aan de gang was op sociaal gebied, ook op de werkvloer: meer inspraak in de bedrijven. En het was de tijd van de ‘groenen’, het ontstaan van de groene beweging.

Een deel van VAGA kende ik, maar eigenaardig genoeg zijn dat geen mensen uit Antwerpen. Dat is een ploeg die hier beland is via Serge Largot. Hij behoorde tot een Gentse groep die met een bepaalde techniek bezig waren: Lumen Numen. Hij was een avonturier, zoals de meeste mensen bij VAGA. Het beleid van de overheid werd overal in vraag gesteld. In het museum stond het beleid synoniem met Walther Van Beselaere

Jean Buyck is mij komen halen om actie te voeren. Ik was bij zijn broer Harry op bezoek en daar kwamen veel mensen langs. Hij woonde toen in Heide Kalmthout. Hij had daar ook een bepaalde aanhang. Een heel speciaal geval. Door mij ook kunstschilder geworden [lacht]. Met relatief succes. Hij heeft dat goed gedaan, op zijn manier. Goed of slecht, je kunt dat niet inschatten in de beeldende kunst. Ik denk trouwens niet dat daar een bepaling voor bestaat. Mijn visie is dat het gaat over het klassieke metier. Dat je de belangrijkste dingen onder de knie moet hebben: tekenen, compositie, de gulden snede, de muziek der lijnen. Een paar uitdrukkingen die je niet meer leert in de Academie.

Harry Buyck had ook een café in Gent, café Den Draak, een artiestencafé, vergelijkbaar met De Muze. Jan Hoet was daar ook als jonge gast een vaste klant, en trouwens een bewonderaar van mijn werk. Ik heb in dat café de muren beschilderd met draken. Iedereen speelde daar.

Eigenlijk was de VAGA opgericht om te experimenteren met de inspraak van de mensen op straat. Hoe konden we een maximum aan mensen bijeenkrijgen? We zochten een actiepunt dat iedereen belangrijk vond. Vooral de jeugd, maar ook de oudere generatie, want de jeugd dat zijn hun kinderen. Hete hangijzers waren open ruimte, de auto, en luchtverontreiniging.

VAGA was zuiver anarchistisch. VAGA had geen leden. Elke inwoner van de stad of buiten of waar ook ter wereld kon beschouwd worden als een potentieel lid. Hoe gingen we dat aanpakken? Jean Buyck zorgde dat we een vergaderruimte kregen in het museum. Zo hielden we elke zaterdag een volksvergadering. Iedereen welkom. Met intense medewerking van de pers kregen we veel aandacht. Zo ontstond het idee voor een tentoonstelling van het volk. Of ze konden schilderen of niet, dat interesseerde ons niet. Wij waren geen critici. Tot mijn grote verwondering waren er bijna geen kandidaten.

Vreemd. Je zou denken dat elke beginnende schilder zo'n kans meteen zou grijpen.

Daar gaan we dan op een tere plek trappen van, laten we maar zeggen, de artiest. In vele opzichten is dat een kleine, bange mens. En met recht, want die moet iets gaan veroveren dat bijna niet te veroveren is: succes. Dat is een ramp. Niemand uit het kunstenaarsmilieu geloofde dat ze het beleid zouden kunnen verslaan. Maar dat was eigenlijk ook niet de bedoeling, want iedere kunstenaar wist, en nu trouwens ook nog, dat het beleid corrupt was. Bijvoorbeeld de verkoop van werk aan de Belgische staat. Je kon geen werk verkopen aan de Belgische staat als je niet iemand kende die in de aankoopcomissie zat. Meer nog. Ze gaven ook een magazine uit waarin je kon lezen wat er allemaal aangekocht werd. En ze gaven ook studiebeurzen uit. Niemand slaagde erin zo'n beurs voor een studiereis te verwerven. Tenzij je bevriend was met iemand [lacht]. Dat is de reden waarom er zo weinig volk was op die tentoonstelling.

Ze waren bang om te hard tegen het establishment in te gaan?

Ook hun managers zagen dat niet graag gebeuren. Met als gevolg dat Not For Sale Art de slechtste tentoonstelling is die ooit heeft plaatsgehad in het museum.

Waren er ook sculpturen of installaties?

Neen, alleen schilderijen. Het was een drama, echt waar.

Wie deed er wel mee?

Ik heb daar aan meegedaan, omdat ik niet bang was en niet bang hoefde te zijn, want ik verdiende goed mijn kost, had een goede functie en had eigendom.

Werkte u als zelfstandige of in loondienst?

Bij een firma, dat is weer een andere historie. Mijn eerste klanten waren mijn sponsors! Een betere situatie kon je niet bedenken. 

Ik heb op mijn manier een aantal mensen opgetrommeld voor die tentoonstelling. Zelfs een Armeniër, Garbis Maxeniaan (?), die exposeerde in een meubelzaak. Die meubelhandelaar deed mee omdat die schilderijen eigenlijk aangeslagen waren. Allemaal sukkelaars, in feite. Ik mag mezelf toch wel op de borst slaan dat ik een aantal sukkelaars in het museum heb geholpen. Het is een complexe historie, en je voelt het al aankomen, kunst heeft daar niets mee te maken. Niets, niets, niets. Ook Panamarenko niet.

Panamarenko heeft daar niet tentoongesteld? En Hugo Heyrman?

Ook niet. Wij hadden wel een vorm van sponsoring. We deelden flyers uit die op subtiele manier gesponsord waren. Zonder dat daar financiële belangen aan verbonden waren. Panamarenko had de eigenschap om de dingen die hij organiseerde zogezegd onder de naam VAGA te laten plaatsvinden. We hebben hem dikwijls tot de orde moeten roepen. Laten we zeggen dat veel mensen hem beschouwen als de Eddy Wally van de beeldende kunst. Als hij niet het geluk had gehad de aandacht te trekken met vliegtuigen die niet vliegen of auto’s die niet rijden, dan zou hij veel kans hebben gelopen om in een tehuis te zijn terechtgekomen. Maar hij is niet de enige in die wereld. Eigenlijk zijn zulke mensen nodig. 

Sommigen zijn de naam VAGA zelf gaan gebruiken, en voor ons was dat heel vervelend. Wij waren ook geen VAGA-'leden', maar anarchisten die dag in dag uit met die zaak bezig waren. We schepten er een intens genoegen in om experimenten te doen ter verbetering van het systeem. Ook Wannes van de Velde had daar niets mee te maken, ook Ferre Grignard niet.

Dat u Wannes van de Velde niet meerekent, verwondert me. Maar van de connectie tussen Ferre Grignard en VAGA had ik nog nooit gehoord.

Dat wordt vandaag allemaal door elkaar gegooid.

We hadden één verbindingsman met het Ministerie van Cultuur, en dat was de Serge Largot. Die beschermde zijn beschermheren, door elke week eenmaal verslag uit te brengen bij het Ministerie. Die mensen waren uiteraard ook geïnteresseerd wat daar gebeurde. Wie hij de meeste inlichtingen gaf was Philippe d’Arschot. Dat was ook een sponsor van Lumen Numen. 

Na veel tamtam wordt beslist om de beweging te legaliseren. Dat betekent ze onder te brengen in een organisatie die door de wet erkend is. Het meest eenvoudig was een vzw. Ook al omdat sommige medewerkers geïnteresseerd waren in subsidiegeld. Met veel tegenstand, onder andere van mij, is die vzw opgericht. Maar wat gebeurt er als een vzw failliet gaat? Op het moment dat we het geld nodig hadden, waren er al schulden bij de beweging. Op briefjes en in boekjes was dat opgeschreven. Zoveel pinten hier en zoveel daar... een wirwar. Mij hadden ze nodig als lid van de beheerraad. Overwegende dat ik ook de enige was wiens eigendom men kon aanslaan [lacht]. Zo ver is het gekomen, ja. Vanaf dat ogenblik bestond de VAGA en waren er leden. Die leden waren de leden van de beheerraad, en verder [met nadruk] was er geen enkel lid. Noch Panamarenko noch zus of zo.

Wie waren de leden van de beheerraad?

Serge Largot, Wybrand Ganzevoort, Lucienne Stassaert, en Ludo Loose, die eigenlijk helemaal niets met kunst te maken heeft. Alleen was zijn vrouw model in de Academie [lacht]. Er waren nog enkele anderen, maar die weet ik niet meer. 

Nu komt de kat op de koord. Ik was de enige die een volledig dossier van VAGA in mijn bezit had. Alle documenten. Op een gegeven moment begon ik nattigheid te voelen. De toestand verslechterde langzamerhand, en ik vreesde dat we vroeg of laat voor de handelsrechtbank wat uitleg zouden moeten komen geven. Dan heb ik, helemaal zoals de wet het voorschrijft, per aangetekend schrijven mijn ontslag ingediend. Kort daarop is de rechtbank in gang geschoten en helaas was Ludo Loose de enige die nog overbleef. Die heeft dan dat spelletje kunnen opkuisen. Met zijn eigen loon heeft die sukkelaar alles moeten betalen. Mooi is dat helemaal niet.

Ik heb het hele dossier aan het AMVC-Letterenhuis overgemaakt, want ik dacht, het is toch een uitzonderlijk gebeuren geweest, en vroeg of laat gaat iemand zich er voor interesseren. Maar dat dossier is ‘verschwunden’. Je kan niet verwachten van een anarchistische beweging dat het een perfecte boekhouding was, maar ik had wel notities en leningen bijgehouden.

Wie zou nu zoiets doen verdwijnen?

Ik denk niet dat er iemand belang bij had om dat dossier te laten verdwijnen, tenzij misschien iemand die daar leugens heeft over verteld. In elk geval, het is weg.

Zat Koen Calliauw in de beheerraad?

Hij was er niet bij, maar liep er wat rond. Hij was toen voorzitter van de Communistische Partij hier in Antwerpen. Ook pater Luc Versteylen hing er rond, omdat die beweging zo veel succes had. Zij waren daar om leden te oogsten en hun invloed uit te oefenen. Koen Calliauw is een verschrikkelijke mens, hoewel hij zijn verdiensten heeft. Het was een brave idioot die zich wat te veel illusies had gemaakt. Een fundamentalist, een vroege fundamentalist [lacht].

Ziet u gelijkenissen tussen provo en VAGA?

Provo was een heel andere beweging. VAGA had geen enkel kenmerk dat beantwoordde aan wat provo voorstelde. VAGA provoceerde niet, wij waren er eerder op uit om de mensen gelijk te geven. Zelfs wanneer ze ongelijk hadden. Enkel en alleen om de massa aan onze kant te krijgen. Om de massa te betrekken. We konden dus moeilijk een provo-pamflet gaan aanplakken.

Hoe schat u het belang in van VAGA?

De eerste stap in het autovrij maken van een deel van het centrum van Antwerpen. Ik was erbij toen we met Lode Craeybeckx rond de tafel zaten. Ik herinner me dat ik zelfs aan de burgemeester gevraagd had om heel de binnenstad autovrij te maken. Die wou mij direct in het gekkenhuis steken. Maar nu is het bijna zover. Ik voel me er goed bij dat ik daar aan meegewerkt heb. 

Wat VAGA artistiek heeft voort gebracht, is, tot mijn grote spijt, niets. Hetgeen er vóór VAGA was, was er nadien nog. Ook aan het hele corrupte systeem van het Ministerie van Cultuur hebben ze niets veranderd. Integendeel, het is nog slechter geworden. Dat is duidelijk. Hoe is het mogelijk dat iemand waarvan je nog nooit hebt gehoord, ineens een werk verkoopt voor vijf miljoen euro! Niet normaal. Harry Buyck zit nu mee in zo'n syteem waarin de superrijken zich nog constant verrijken en waarin op een ongelofelijke manier zwart geld wit gewassen wordt. Kunst is daar bijzonder voor geschikt. 

Een anekdote. Mijn vader zei tegen mij: “Zeg manneke, je moet zo hoog niet van de toren blazen, want je hebt nog nooit een werk verkocht aan de Belgische staat.” Dan heb ik een werk van mijn vader, die nog nooit een tentoonstelling had gedaan, aan de staat verkocht! Tegen mijn vader zei ik: “Pa, voor mij is het verkopen van een werk aan de Belgische staat eerder een oneer dan een eer.” Want het is een teken dat je aan handen en voeten gebonden bent.

Dus u had ook connecties?

Ja, natuurlijk kende ik mensen, overal. Gangsters en zo. Ik vraag aan de mensen geen bewijs van goed gedrag en zeden. Paul Vanden Boeynants heeft mij zwaar bedrogen. En als Vanden Boeynants dat mag, dan mag ik dat ook, als het nodig is. Met dat verschil dat ik er geen dagelijkse business van maak. Het is niet heel verheffend voor het systeem, maar het gebeurt overal. Minder en minder mensen kunnen van een serieuze zaak leven.

Om even terug te gaan in de tijd. Hebt u ook de happenings bijgewoond die Panamarenko en co vóór de VAGA-periode organiseerden?

Eigenlijk hebben wij daar wel wat van afgekeken. Want wij zijn ook begonnen met happenings. Maar wij hebben daar de naam Panamarenko niet onder geschreven. Terwijl hij dat wel deed.

Wat herinnert u zich nog van de happenings onder VAGA? Beschouwt u de museumbezetting als een happening?

Daar is geen bezetting geweest, bijlange niet. Dat heeft men geweldig opgeblazen. Geen kat zou er aan denken om de schilderijen van Rubens van de muur te sleuren. Dat is op een extreem passieve manier gebeurd. De politici hebben dat goed aangepakt, door er niet te veel tamtam rond te maken. Repressie is een systeem dat niet meer werkt, of toch heel slecht. De repressie komt van de kant die vroeger onderdrukt moest worden. De rollen zijn omgekeerd. De agressie komt van de misdadigers. In heel veel gevallen is het systeem niet meer opgewassen tegenover wat er gebeurt. Dat wisten ze toen ook al. 

Herinnert u zich nog andere happenings?

Er is nog een heel mooie happening van de broer van Wybrand Ganzevoort geweest. Die had zogezegd een perpetuum mobile uitgevonden. Een plastic-achtig vormeloos stuk, dat in een bak vloeistof lag en bewoog (lacht). Hij beweerde dat dat bewoog zonder aandrijving. Uiteraard was het niet waar, maar het werd zelfs voorgesteld aan universiteiten, je kon het niet geloven. Er is zelfs een lange discussie gevoerd of het nu een gereedschap was, een uitvinding, een kunstwerk of een muziekinstrument. Dat is toch om je een bult te lachen. Dergelijke dingen gebeurden alle dagen, dat waren ook happenings.

Ik heb gemerkt dat er in uw schilderijen vaak surrealistische invloeden opduiken. Ziet u ook een surrealistische invloed in VAGA?

Neen, dat heeft niet meegespeeld. In het begin heb ik wel als schilder verschillende periodes doorgemaakt. Ik heb ook het geluk gehad te kunnen exposeren op een tentoonstelling over het surrealisme, in het Grand Palais te Parijs. Eigenlijk heb ik in het buitenland meer gepresteerd dan hier. Hier heb je het hele gedoe om eens een werk aan de staat te kunnen verkopen. Ik heb niets aan de staat verkocht, maar wel op gemeentelijk niveau, en aan OCMW's en ministers. Het grote probleem is en blijft het onderhouden van een netwerk.

Ik heb geleerd van VAGA hoe je op een goede manier een tentoonstelling kunt organiseren. Zo heb ik een heel cultureel programma kunnen organiseren in de Warande te Turnhout.

Zou u VAGA in de lijn van de gebeurtenissen van mei ’68 plaatsen?

Zeker. Als je alleen op de tentoonstelling zou afgaan, zou het maar een triestige zaak zijn.

Weet u iets van de maquette die gemaakt is voor het Conscienceplein?

Neen.

Was Luc Deleu ook actief bij VAGA?

Neen, die was er niet bij. Er zijn ook dingen die volledig mislukt zijn, zoals het behoud van het Noordkasteel, of een actie voor het behoud van een gedeelte van het Peerdsbos. Er werd gewezen op andere zaken die heel belangrijk waren, zoals Fort Filip. Alle smeerlapperij werd daar opgebrand. De bodem is daar verontreinigd tot in het middelpunt van de aarde en het komt er misschien zelfs aan de andere kant terug uit (lacht).

Heeft VAGA daar ook tegen geprotesteerd?

Neen, ik heb wel mijn best gedaan, maar dat is niet gelukt. Ik heb dan wel via een ander kanaal ervoor gezorgd dat Fort Filip wegging. Maar dat heeft dan weer een andere reden: de stijging van de brandstofprijzen. Op een gegeven moment heeft vooral de petrochemische industrie in Antwerpen beslist om op een meer rendabele manier met energie om te springen.

Wat was juist de bedoeling met het oprichten van de verschillende werkgroepen? Er was onder meer een werkgroep technologie en onderwijs binnen VAGA actief.

Ik was bij de werkgroep technologie en politiek. En ik werd ook verondersteld de azende politieke formaties af te weren, en te zorgen dat de beweging niet onder één of andere politieke partij zou vallen. Ik ben daar vrij goed in gelukt. Ik vind die werkgroepen niet zo belangrijk, anders had ik er wel over gepraat. Ook interessant is dat we een werkgroep advocaten hadden. De leider was Eddy van Vliet. Eén van onze goede dichters. Spijtig genoeg overleden.

Waarvoor diende de werkgroep onderwijs?

Om de scholen en de jeugd te bewerken. Verschillende mensen zijn over het VAGA-project gaan spreken in de scholen. Meestal over het autovrij maken van de binnenstad en over ecologie en lucht- en waterverontreiniging. Dat waren de belangrijkste thema's. Autovrije zones paste perfect in het vakje milieu.

U vertelde reeds dat VAGA probeerde om mensen samen te brengen uit zowel linkse als rechtse hoek. Werkte dat in de praktijk?

Dat gaat. En het is ongelooflijk welk plezier je daar aan kan beleven, om uitgesproken linkse en rechtse personen bijeen te krijgen. Je ziet nu ook hoe belangrijk dat is bij de vorming van een regering. En dat de professionelen vandaag niet slagen in wat wij toen realiseerden. Wel te verstaan, met het oog op bepaalde projecten. Ik ga niet zeggen dat dat een voorbeeld was. Alles is ook aan de tijd gebonden. Wat in 1968 gebeurde, kan nu niet meer.

Het bijeenbrengen van links- en rechtsgezinden doet me weer denken aan Koen Calliauw en zijn alliantie met de Volksunie voor het opzetten van een foto-tentoonstelling in de VECU.

Dat kan. Ik werkte in de bedrijfswereld ook samen met mensen van allerlei slag.

Toch ook wel bijzonder hoe u uw anarchistische ideeën hebt kunnen verzoenen met het werken in een bedrijf.

Ik vind het heel spannend en nuttig om de vrede te bewaren. Zonder dat kun je niets realiseren. Ik had van in het begin grote klanten. Zij introduceren je aan de ene en aan de andere, en dan zou je wel een onnozelaar zijn, mocht je daar op een of andere manier geen gebruik van maken. Die mensen hebben veel voor mij gedaan, het is te zeggen, ik heb het eigenlijk zelf gedaan... Dat maakt in hoge mate de moeilijkheid uit van mensen die van kunst moeten leven, om dat op een deftige manier te doen. Als je alleen maar kan tekenen, kan je nergens meer terecht. Een winkeltje voor tatoeages of zoiets [lacht]. Je moet altijd zien dat je iets hebt waarop je kan terugvallen. Je kan niet alles aanpakken, ander ben je op de kortste tijd geld aan het vervalsen of iets dergelijks [grijnst].

Klopt het dat het autovrij maken van het Conscienceplein ingegeven werd door een telegram van de kerkfabriek?

Dat kan niet kloppen, want wij hadden geen telegramadres. Kun je je dat voorstellen? Ik geloof dat de vzw op het huisadres van Ernest Aerts was ingeschreven. In zo'n beweging heb je mensen nodig met veel fantasie, en Ernest was zo iemand.

Veel Antwerpse bourgeoisie sprak in die tijd Frans. Leidde dat tot spanningen?

Neen, de firma waarvoor ik werkte waren bijvoorbeeld Franstalige mensen. Ik ben ook jaren lid geweest van de Franse commune in Antwerpen. Ik heb een familieziekte: wij hebben iets met talen. Ik heb Russisch geleerd, modern Grieks en Spaans. Uiteraard ook Duits en Engels. Mijn kleindochter is tien jaar en spreekt perfect drie talen. Nederlands, Spaans en Engels. Daarmee voel je je wereldburger, ik heb dat gevoel altijd graag gehad. Rassenhaat is iets dat ik niet begrijp. Godsdienstoorlogen is iets anders. Ik heb geen godsdienst nodig. Ik moet niet gaan biechten om me goed te voelen. Ik denk dat mensen die daar mee bezig zijn ten gronde heel ongelukkig zijn.

VAGA was sociaal bewogen maar kwam nooit het idee op om ook in de politiek te stappen, zoals de Nederlandse provo’s hebben gedaan.

Neen, dat was tegen onze principes. Hoe kan je alle mogelijke partijen onder één vlag verenigen? Er zijn wel mensen die achteraf in de politiek gegaan zijn. Dat is hun keuze geweest. Er is nooit geen ruzie geweest over politiek. Misschien wel eens een kwinkslag in de aard van zwartzak of nazi. In zo'n groep zijn ze niet op hun mondje gevallen. Daar moet je wel eens tegen een stoot of een woord kunnen. Mensen die snel kwaad zijn, zijn daar niet op hun plaats. Dat kan je niet lang volhouden. Zo iemand was bijvoorbeeld Wannes van de Velde. Hij kwam altijd om die volksvergaderingen ondersteboven te zetten. Niet dat ik iets heb tegen Wannes, want ik ken die goed. Een egotripper.

Hoe verstoorde hij dan de vergaderingen?

Je hebt mensen die altijd willen discussiëren om te discussiëren. Als er iemand zei: “ We gaan dit doen...”  Antwoordde Wannes: “ Nee, dat kan nu niet.” Hij heeft het ook heel moeilijk gehad door zijn onmogelijk karakter.

Antwerpen had in die periode geen universiteit. Wat waren de gevolgen daarvan? Was er misschien minder aanhang voor het VAGA-project? 

Dat was vervelend. Voor een arme sukkelaar was het een drama om te moeten studeren ver van huis.

VAGA en intelligentsia, zou ik zeggen, neen. Maar je zou er serieus moeten over nadenken. Alles hangt af van wat je verstaat onder intelligent zijn.

VAGA maakte gebruik van de progressieve spelling op hun pamfletten. Wat was het idee hierachter?

Eén van onze belangrijkste uitgangspunten was dat je eigenlijk niets kon verbieden. Verbieden bestond niet.


Interview: Stefan Wouters 

Transcriptie: Stefan Wouters 

Eindredactie: Thomas Crombez 

Comments