Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Johan Dehollander (A. Elens en J. Opsomer, 2013)

Datum

Voorjaar 2013

Plaats

Bio

Interview

Ten tijde van Parisiana

Het collectief Parisiana dankt zijn bestaan aan de oprichting van Proka te Gent op 12 november 1969. Proka staat voor de Promotors van de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten; Pierre Vlerick was de oprichter en bezieler ervan. Gedurende twintig jaar was Vlerick ook de directeur van de Academie. Hij ijverde ervoor dat zijn studenten hun blik op de wereld konden verruimen. De ruimte die ter beschikking stond werd omgedoopt tot De Zwarte Zaal, vanwege de zwarte wanden en de zwarte zoldering. Via Proka kwamen de studenten ook in aanraking met praktische organisatievormen als affiches creëren, uitnodigingen ontwerpen en tentoonstellingen opbouwen.

Op 6 maart 1975 steunde Proka de groepsmanifestatie 'Genegen' waar onder andere Eric De Volder aan deelnam. De Volder begon als student bij de afdeling Beeldende Kunsten aan de Gentse Academie. Hij werd door docenten zoals Paul van Gijsegem en Frans Walravens gesteund bij zijn performancetentoonstellingen. De performatieve acties tijdens 'Genegen' werden geleid door negen beeldende kustenaars die zich hadden gegroepeerd onder de noemer De Negen. Na 'Genegen' werd de groep ontbonden en ging Eric De Volder verder met het Etherisch Strijkersensemble Parisiana, die ook optraden in de Zwarte Zaal. Naast muziek voegde De Volder absurdistische acties toe om de avonden te animeren. Johan Dehollander was één van de leden van Parisiana.

Wat weet u nog over het ontstaan van Parisiana?

Het ontstaan van Parisiana heb ik zelf niet meegemaakt. En ik weet er ook niet bepaald veel over. Eric De Volder gaf les op de academie [Koninklijke Academie voor Schone Kunsten, nvdr] en ik kwam daar regelmatig omdat ik er veel vrienden had. Bijvoorbeeld Jan Lauwers, hij kwam bij Eric om te schilderen, want hij gaf les in de plastische kunsten. En ik weet niet meer precies hoe het allemaal gebeurde, maar ik herinner me wel nog Eric als cabaretzanger bij het Belgische Combo, een soort liedjesprogramma samen met Katrijn Friant en Jan De Bruyne, en zijn plaat Vader zingt aan Tafel in samenwerking met Katrijn Friant. 

Door zijn korte samenwerking met het gezelschap Radeis, kwam Eric in contact met Dirk Pauwels en Josse De Pauw. Hij besloot om zelfstandig verder te gaan en daar situeert zich volgens mij het begin van het gezelschap Parisiana. Parisiana was aan soort actiegroep die ik spontaan leerde kennen. Ik kwam Eric tegen in het café Studioskoop na afloop van iets dat ik van Parisiana zag. Ik heb hem toen gevraagd of ik met hem kon spreken en op die manier ben ik bij hem terechtgekomen. Op een bepaald moment heb ik zelfs bij Eric gewoond.

Eric gaf toen nog les aan een heel gevarieerd publiek uit verschillende kunstdisciplines. Parisiana was in die tijd geen echt gezelschap, maar bestond uit een aantal mensen die met heel verschillende dingen bezig waren. En als Eric een opdracht kreeg of een idee had, werden wij gevraagd om mee te werken. Een opvoering bestond uit tien tot vijftig mensen en werd steeds voorzien van een programma. In eerste instantie waren het stadsacties, maar stilaan kwam er een steeds meer uitgesproken theatrale vorm die eigenlijk leidde tot een andere Parisiana, met als hoofdact het strijkensemble gedirigeerd door Eric zelf. De oorspronkelijke naam werd verlengd en veranderde in ‘Het Etherisch Strijkersensemble Parisiana’. Om de zaaloptredens aan te kondigen, werden er postkaartjes uitgedeeld. Ik herinner me nog een kaartje met het portret van Eric met een vis op zijn kop.

Dus eigenlijk waren er eerst acties en daarna of daarnaast Het Etherisch Strijkersensemble Parisiana?

Dat liep door elkaar. Elke participant kon gevraagd worden voor zowel de stadsacties als voor het ensemble, maar die laatste verliep wel op een heel andere manier dan de acties. Georganiseerder. Maar het ontstaan van het strijkersensemble betekende zeker niet de afloop van de stadsacties.

Er was dus een duidelijk onderscheid tussen de twee?

Ja, dat onderscheid was reëel. Beide vormen van acties waren apart. Het onderscheid werd ook bepaald door de infrastructuur, want ofwel ageerden we in zalen, ofwel gewoon in de straat. De performances met het strijkensemble werden voornamelijk in zalen gespeeld. De mentaliteit rond het strijkensemble was heel los. Vaak ontstond een programma van ongeveer anderhalf uur spontaan met de vraag: "kom je meespelen vanavond?" In het middelpunt van zo’n programma stond het ensemble, bestaande uit allemaal violen. Eric was dirigent en hij dirigeerde met een grote vis op zijn kop terwijl wij in het rond liepen. De orde en het verloop van de acte was grotendeels organisch van aard. Op voorhand planden we zo goed als niets. 

Daarnaast waren er ook de straatacties, die ontstonden echt met de vraag: "Wat gaan we allemaal doen?" En een paar minuten of uren later liepen we de straten in en we deden gewoon wat we hadden besproken.Het ging vanzelf. Zonder al te veel vragen en zonder veel poespas, een paar ideeën bijeenrapen en laat ons maar doen. En klinkt het niet dan botst het.

Hoe zat de rolverdeling in elkaar bij Parisiana? Was dat te vergelijken met een klassiek theatergezelschap?

In plaats van het krijgen van opdrachten, kwamen wij geregeld samen om na te denken en te brainstormen over de ideeën van iedereen. Een beetje zoals Sinterklaas doet, schreef Eric alle ideeën op in zijn grote boek om deze te resumeren tot interessante uitgangspunten voor een eventuele actie. Deze bijeenkomsten waren niet te vergelijken met repetities, wel met een denktank. Eric De Volder werd bijvoorbeeld gevraagd om iets te doen tijdens het autosalon of voor het filmfestival en dan organiseerden wij acties in die steden die bij het evenement betrokken waren. We liepen dan bijvoorbeeld rond met een benzinepomp, eentje zoals we kennen uit de schilderijen en films van Amerika in de jaren stilletjes. Die pomp werd dan meegenomen op straat en ergens op een willekeurige plaats gezet, bijvoorbeeld aan een voordeur. En nu en dan stopte er spontaan een auto die wou tanken. Zo’n soort dingen deed ik, deden wij.

Eric De Volder was wel de regisseur?

Eric bestempelen als een regisseur zou te traditioneel overkomen. Hij was eerder de ‘peetvader’ van een ongeregelde groep. Alles wees zichzelf zowat uit in Parisiana. Contacten werden meestal toevallig gelegd en wisselden ook constant af, met de tijd kwam iedereen elkaar tegen op een of andere manier.

Hadden jullie een filosofie bij Parisiana?

Neen, achter Parisiana zat totaal geen vorm van filosofie. Wij waren gewoon een losbandige bende die samen dingen deden en acties uitvoerden. Maar elke deelnemer wist zonder veel vragen te moeten stellen wat hij moest doen, en waarmee hij bezig was. Wij ageerden zeker niet met de pretentie om de wereld te verbeteren maar het was ook niet de bedoeling om de wereld te verslechteren. 

Dat doet een beetje denken aan het motto van Eric De Volder, 'Kunst Is Modder' (KIM)?

Dat had je beter aan onze vriend Eric gevraagd (lacht), want ik kan daar niet op antwoorden. (wijst naar een van de foto’s op tafel) We waren toen in Duitsland en kijk, iemand van ons liep daar rond met een bordje waarop geschreven stond: ‘Für die Kunst’. Dit is vergelijkbaar met Erics slogan. Deze werden uitgesproken zonder er verder bij na te denken of vragen te stellen rond de betekenis van de slogan. De betekenis was daar als vanzelfsprekend, ‘Kunst is modder’.

Was het dan ook niet de bedoeling om te provoceren?

Soms provoceerden we maar dan verschoten wij daar zelf van, dus dat was zeker niet onze bedoeling.

William Phlips vertelde in een interview over één of andere posteractie waar de politie toen tussen moest komen. Gebeurde dat meerdere keren of was dat eenmalig?

De politietussenkomst gebeurde tijdens een actie in de stad. Als ik me goed herinner was het tijdens dezelfde actie als diegene tijdens het autosalon. We deden verschillende dingen doorheen de stad, zoals de benzinepomp waar ik eerder naar verwezen heb. Er was ook een actie in een auto, en dat is waarschijnlijk het incident waarover Phlips sprak. Er stond een auto geparkeerd op de Korenmarkt en er zat een koppel in, namelijk William met zijn toenmalige vriendin. Die waren in de auto aan het vrijen en de mensen die passeerden hebben toen naar de politie gebeld om te klagen over de feiten.

Maar het was niet het geval dat de politie echt tegen jullie was?

Neen, als je er verder over nadenkt en filosofeert, ging het er eigenlijk gewoonweg om dat mensen het niet kunnen verdragen dat er twee jongeren zitten te flikflooien op de achterbank van een auto. Vooral toen niet. In die tijd was dat een zeer geldige reden om de politie op te bellen. Want meer dan dat was er niet aan de hand

We hadden niets te maken met Mei '68 en we wilden evenmin provoceren. De keren toen we bewust waren van onze provocatieve toon, waren we daar zelf niet tevreden over. Wat wij deden waren artistieke performance die in mijn ogen niet meer waren dan ludieke gebeurtenissen in de stad of in zalen. Maar door de aandacht van het ‘publiek’ en de berichtgeving rond onze acties, kregen ze vaak een heel andere betekenis dan diegene die wij er oorspronkelijk aan gaven.

Dat was dan in zeker zin toch een tegenreactie tegen Mei '68?

Misschien wel, maar er werd nooit expliciet naar verwezen. Wij ageerden dus zeker niet met het opzet om te provoceren. Zoals ik al zei, kwamen wij geregeld samen, dat kon één keer om de veertien dagen zijn, of één keer per maand, en Eric schreef toen al onze ideeën op. Daarna werd er in samenspraak gekozen of we effectief met het materiaal aan de slag gingen of niet. Als Eric een opdracht kreeg of hij besloot om een actie uit te voeren zocht hij naar participanten en diegenen die vrij waren ageerden mee. 

De acties waren zeer uiteenlopend. Ik deed bijvoorbeeld mee aan een stoet of aan een opgezette receptie samen met een hoop geacteerde obers. Zoals hier op de foto; als ober liepen wij rond met plateaus vol toastjes, in eerste instantie niets abnormaals dus. Maar tegelijkertijd waren wij constant aan het roken en we hadden niets beter bedacht dan onze sigaretten uit te doven op de toastjes. In plaats van provocatie draaiden wij als performers graag de rollen om. Wij brachten graag een beetje chaos in de gekende orde van de bourgeois mensen en de maatschappij.

Hadden jullie veel relaties met andere groepen en mensen?

Neen, wij hadden met andere kunstenaars weinig gemeen behalve dat we elkaar kenden. Maar er was geen vorm van samenwerking. Na een tijd had Parisiana een megafoonfanfare, en daar zaten ook allemaal dezelfde mensen in, zoals Dirk Pauwels, Josse De Pauw, enzoverder. We repeteerden en zongen samen, en nu en dan werden we gevraagd om in de stad rond te toeren met onze krachtige megafoons.

Waren jullie een uitzondering in jullie ‘asociale’ werkwijzen of werkten de andere groepen ook allen afzonderlijk?

Neen, wij waren zeker geen uitzondering. Het gebeurde zelden dat groepen een samenwerking aanging.

En werden jullie dan wel beïnvloed door groepen uit het buitenland?

Neen, wij werden gewoon beïnvloed door elkaar. Met mijn persoonlijke ideeën had ik invloed op andere leden van Parisiana en vice versa. Tijdens een van de avonden had William Phlips bijvoorbeeld het idee om zich voor te stellen als tegelijkertijd man en vrouw. De ene helf van zijn gezicht geschminkt als man en de andere helft als vrouw. Tijdens de performance konden de mensen van dichtbij komen kijken. Opmerkelijk was de hoeveelheid foto’s die er werden genomen. Het publiek vond het blijkbaar fantastisch om een keer naast een vrouw en dan weer naast een man te staan, terwijl het dezelfde persoon bleef. Tijdens die performance liep ik rond in een kostuum dat volledig uit theezakjes bestond. Op mijn rug droeg ik twee thermosflessen en ik liep rond met de vraag “Kopje thee?”. Wij waren dus echt een ongedisciplineerde bende, echte stoorzenders.

Wat vond je zelf een van de mooiste momenten bij Parisiana?

Eigenlijk was het allemaal even tof aangezien we zelf konden beslissen om mee te werken of niet. Ik denk ook dat het allemaal zo boeiend was omdat onze persoonlijke inbreng zo belangrijk was. Maar een van de voorname factoren was voor mij de reactie die we kregen. Hoe meer aandacht van het volk en hoe groter de reacties, hoe toffer de ervaring. En met het volk bedoel ik dan het liefst gewoon de mensen die wij tegenkwamen tijdens onze acties in de straat.

Jullie zijn ook naar het buitenland geweest?

We zijn een paar keer naar het buitenland geweest, maar na een tijd ging daardoor ons informeel karakter verloren. Door onder andere de nood aan organisatie om naar het buitenland te kunnen, werden we een steeds formelere groep. Daardoor werden wij steeds serieuzer en dat maakte ons ook letterlijk kapot. Parisiana was dan gedaan met als gevolg dat iedereen splitste en zijn eigen weg volgde. Eric is dan met theater begonnen en er is nog een poging geweest om iedereen samen te brengen, maar dat is nooit gelukt. Van daaruit is “kunst is modder” ontstaan.

Dus er was wel een verschil tussen de acties in het buitenland en die in België?

Niet meteen, in het buitenland paradeerden we in de vorm van een grote stoet en we deden ook allemaal verschillende acties in de stadsstraten. Dat was toen allemaal vrijwilligerswerk. Maar op den duur werd het allemaal te serieus en op die manier verloor Parisiana zijn oorspronkelijk karakter en gingen wij als groep kapot.

En keken de mensen dan anders naar jullie acties in het buitenland?

Mensen zijn mensen, en gelukkig interpreteren we en oordelen we allemaal op een andere manier. Interpreteren is volgens mij een individuele aangelegenheid, anders is het automatisch beïnvloed en dus ook niet meer authentiek. In het buitenland werden de acties dus niet anders onthaald want een reactie is in mijn ogen eerder het resultaat van de mentaliteit of het denkproces van een individu als van een gemeenschap.

Maar Zweden hebben toch een andere geschiedenis dan Belgen?

Ja, maar dan geef je een andere invulling aan onze performances. Wij hielden ons niet bezig met de analyse van een cultuur of volk toen we besloten om in het buitenland acties te gaan voeren. We gingen ook niet naar het buitenland omdat daar de een of andere gebeurtenis had plaatsgevonden. Ons drijfveer was meer verbonden aan toeval. Als er iets gebeurt was en onze performance daaraan gekoppeld werd, was dat meestal eerder toevallig. In het binnenland was dat een enigszins anders. Zoals ik al zei ageerden we soms in het teken van bepaalde evenementen als het autosalon, maar dat was zeker niet altijd zo. Meestal ageerden we om het ageren zelf, dus om iets te doen. (begint opnieuw te bladeren in documentatie, zoekt naar iets)

Het ‘Festival of Fools’ in Amsterdam, was ook een van die buitenlandse tripjes...

Dat festival was echt een bijeenkomst van allemaal ongeregelde bendes zonder echt doel. Ook Parisiana paste in dit plaatje. (kijkt in folder, wijst naar de foto’s) Kijk hier bijvoorbeeld, Guido Claus, de broer van Hugo Claus, dat was ook een lid van Parisiana. Ik was daar toen persoonlijk niet bij. Die foto’s gebruikten we voor de affiches, maar niet met het doel om een performance aan te kondigen. Louter en alleen om de foto op zichzelf. Zoals die ene foto die we samen trokken en waaronder we schreven dat we zes jaar op de Bahamas gingen wonen. Absurd, want dat deden we natuurlijk niet. Zo zie je maar waarmee wij ons allemaal amuseerden.

Deed jij ook andere dingen naast de acties van Parisiana?

Indertijd maakte ik ook affiches. (toont affiche) Als er mensen tegen kernenergie waren bijvoorbeeld, maakten wij een affiche met de slogan: ‘Kernenergie is ook energie’. We plakten die affiches overal in de stad en in elk café waar we het mochten ophangen. In sommige publieke ruimte mochten we het niet afficheren omdat we zogezegd reclame maakten voor kernenergie maar ons ging het niet over de kernenergie, wel om het woordje ‘ook’. Tegelijkertijd deed William dan weer andere dingen. Iedereen was dus bezig op zijn manier.

Mijn affiches werden valselijk bestempeld als ‘politiek wapen’. Valselijk omdat het niet mijn bedoeling was om aan politiek te doen. Het gaat er allemaal om hoe de mensen het bekijken. Als ze toen mijn affiches op die manier wilden interpreteren, dan was dat zo. Dat was niet mijn voornaamste zorg. Het getuigde wel van de manier waarop de mensen alles altijd moeten beoordelen zonder er verder bij na te denken. Want het was allemaal niet wetenschappelijk, noch objectief bedoeld. (denkt na) Ik besef dat dit allemaal heel ontluisterend klinkt.

Eigenlijk deed ik niet veel daarnaast. (toont foto) Door Parisiana leerde ik Michiel Heyndryckx kennen en daar heb ik nog veel mee samengewerkt. En dankzij Parisiana zijn we in Berlijn geraakt, daar heb ik toen een foto laten maken in mijn bloten tegen de Berlijnse Muur. Ons doel was om dat daar ook te gaan plakken, maar we hebben het toch niet gedaan want de afbeelding leek meer op een foto van de Bond Zonder Naam.

Niet alle mensen die aan Parisana meededen hadden iets te maken met kunst. Er waren er ook bij die les gaven of gewoon participanten die daar graag bij waren.

Heb je dan zelf een persoonlijk hoogtepunt?

Alles wat ik heb mogen meemaken is voor mijn persoonlijke evolutie belangrijk geweest. Daarom spreek ik liever van een evolutie dan één bepaald hoogtepunt.

We deden constant wat we wilden. Maar grote vragen als ‘waarom’ of ‘waartegen’ werden er niet gesteld. Al dat soort vragen die de boel op een of andere manier beklemmen waren er niet. Natuurlijk is het wel zo dat je na een tijdje wel begint na te denken over waar je mee bezig bent. Je wordt daar ook toe gedwongen door diegene die vragen komen stellen over de betekenis en het doel van je werk. Hoe meer vragen, hoe lastiger we dus werden.

Een performancegroep als Parisiana maakt deel uit van die dingen in het leven die niet eeuwig kunnen blijven duren. We waren sterk en reageerden fel. Maar na een tijd stelden we ons meer en meer de vraag:"is het nog wel plezant?" en er werden ook deelnemers elders gevraagd waar je vast betaald werd, dus waar het aantrekkelijker was financieel. Het einde van Parisiana had dus ook te maken met geld. Als de vraag begint rond te reizen in een groep van wie krijgt er dit en wie dat, dan begint de miserie. Zo simpel is het...Het is een mooie vertelling omdat het over niets gaat.

Dat laatste wordt misschien niet genoeg benadrukt?

Wat ik mooi vond was het feit dat iedereen die meedeed aan Parisiana geëngageerd was, maar dat dit niet zodanig werd uitgesproken. Je kreeg geen micro onder je neus gedrukt om te vertellen wat de diepere betekenis was van wat je deed. Er was een vorm van engagement maar zonder de behoefte om expliciet rond te vertellen in welk teken onze acties stonden. Er zat dus wel meer achter, maar dat werd niet zo getheoretiseerd. De verhalen die we vertellen zijn ook altijd anders dan diegene die we beleven. Iemand doet iets omdat hij dat moet doen, dat kan persoonlijk gemotiveerd zijn of groepsgebonden zijn. Anderen zien dat en diegene die zich erbij betrokken voelen of de nood hebben om te reageren, bepalen mee de inhoud; want een interpretatie steeds gekleurd is door de oordeler. En dat is maar goed ook, want dat maakt het juist spannend. Het is geestig en als een grote bende bleven wij maar doen en acties uitvoeren met een bepaalde reden, anders zou het niet logisch zijn om het te doen. Op de duur zijn er mensen die gaan vastleggen hoe het wel of niet moet of er zijn mensen die betekenissen gaan creëren die totaal verschillend zijn van het oorspronkelijk idee. En dan heb je mensen die daarin meegaan en op die manier vormde zich een soort van theorie dat voor sommige terecht was, maar voor anderen nietszeggend over de acties zelf.

Werd er tijdens Parisiana zelf al kritisch nagedacht over jullie performances?

Niet zo uitgesproken. Voor de mensen die er naartoe gingen, was het zoals een theaterbezoek. Als het Etherisch Strijkersensemble speelde, was het een theaterpubliek. Op straat waren de toeschouwers gewone passanten. Toen was ons idee: ga naar buiten en steek uw vinger omhoog en automatisch zullen een aantal mensen omhoogkijken. Meer dan dat was het niet.

De affiches ontstonden op een zelfde manier. Kijk naar deze bijvoorbeeld: het waren gemeenteraadsverkiezingen en mensen vroegen of ik op de lijst wilde staan, voor mij was dat een aanleiding om een affiche te maken. En toevallig werden die verkiezingen ongeldig verklaard waardoor er nieuwe verkiezingen waren en dus voor mij weer een reden om een affiche te maken voor de communisten. (toont affiches samen gemaakt met Michiel Heyndrickx) De eerste affiche luidde: ‘laat jullie eens zachtjes wakker maken’. Dat was ontleend aan een reclame voor koffie. Op de affiche voor de tweede verkiezingsronde stond er: ‘Is er iets verkeerds met onze reputatie?’, want de partij had maar zeshonderd stemmen gehaald de vorige keer. Ik vond dat geestig. Ik had zestig stemmen en ik was dan nog de tweede, maar het was gewoon geestig. Dat is nu een beetje weg, je mag het niet meer geestig vinden. Er moet veel over nagedacht zijn. Over deze affiches en over Parisiana is er ook nagedacht. Maar op een andere manier dan.


Interview: Alix Elens en Janne Opsomer

Transcriptie: Alix Elens en Janne Opsomer

Eindredactie: Thomas Crombez
Comments