Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Flor Bex over Nicolas Uriburu (N. Ooms, 2011)

Datum

April 2011

Plaats

Antwerpen

Bio

Interview

Als directeur van het ICC heeft u veel verwezenlijkt op gebied van hedendaagse kunst. Hoe heeft u Nicolas Uriburu leren kennen?

Dat gebeurde via Jorge Glusberg, een joodse Argentijn. In Latijns-Amerika bewandelde hij ongeveer dezelfde weg als ik hier in België. Hij had een kunstencentrum, het CAYC of Centro de Arte y Comunicación. Daar was een nieuwe generatie van vooraanstaande, progressieve kunstenaars opgestaan, afkomstig uit de media, beeldende kunst, literatuur en architectuur. 

Jorge belde me op vanuit Londen. Het klikte, en hij stelde voor om een tentoonstelling te maken met Latijns-Amerikaanse kunstenaars. Ik zou de chartervlucht van Buenos Aires naar Brussel moeten betalen, en hij de rest. Dat kostte me omgerekend ongeveer tweeduizend euro. Alle kunstenaars, een veertigtal in totaal, zaten op die vlucht, samen met hun werk. 

Meteen was heel het ICC gevuld. Eén van die kunstenaars was Nicolas Uriburu. Het was een jonge generatie, die veel kritiek had op hun land van origine. Politiek gezien was het een geladen tentoonstelling. Een aantal ambassadeurs kwamen kijken naar de tentoonstelling maar stapten weg vanwege een rechtse film over Salvador Allende, die hen niet meteen aanstond. Er werd tegen de schenen gestampt. Zelf was ik enthousiast over deze politiek geëngageerde tentoonstelling. Het bracht problematieken aan het licht.

Uriburu is een milieuactivist. Heeft hij de problematiek van de pollutie kunnen aankaarten?

In ieder geval deden zijn acties de boodschap aankomen bij een aantal mensen. Het ging dan met name om kunstliefhebbers. Hij kaartte milieuproblemen aan op een ludieke en publieke manier, niet fel of polemisch, maar door de vervuilde wateren te kleuren. 

Vroeger, in mijn kindertijd, zaten de rivieren in Vlaanderen vol vis. Met drie scheppen had men een emmer vol paling! Mensen gingen zwemmen, ze vingen vis en lieten die bakken bij een huismoeder voor een halve frank. Het was een schok toen bleek dat al die waterlopen van de ene dag op de andere vervuild waren. 

Dus we waren ons al bewust van het probleem toen Uriburu kwam. Hij was voor mij een van de eerste kunstenaars die aandacht vroeg voor dit probleem. Op een grote schaal natuurlijk, omdat het ook een wereldwijd probleem is.

U bent daarna ook met Uriburu alleen aan de slag gegaan, voor zijn 'kleuring' van het Bonapartedok in 1974. Welk aspect in zijn werk trok u aan?

Het politieke aspect. Begin jaren zestig was de jonge generatie utopisch en idealistisch. Dit vond ik ook terug in het werk van Uriburu. We hadden het gevoel dat we de wereld konden verbeteren. We zouden de verwaarlozing van het milieu bestrijden, en het kapitalisme.

Wat was uw rol binnen de samenwerking met de kunstenaar?

Ik ging verder dan de gemiddelde directeur van een receptieve kunstinstelling. Ik wou de productie en realisatie van het werk mee ondersteunen. Dat betekende dat ik in het avontuur van de kunstenaar mocht meestappen. Ze noemde me Mr. No Problem. Hoe gek het idee ook was, als ik het plezant vond probeerde ik het te verwezenlijken. Je trekt je plan en zoekt de middelen om het waar te maken. Je krijgt op die manier veel dingen gedaan zonder grote budgetten.

Het Bonapartedok werd door Uriburu groen gekleurd. Vandaag staat die kleur symbool voor milieuactivisme. Was dat in de jaren zestig en zeventig ook al het geval?

Groen stond toen voor natuur, maar nog niet voor ecologisme. Het fluorescerende groen dat hij gebruikte was bovendien iets wat nog niemand had gezien.

Pierre Restany beschrijft de kleuringen van Uriburu als een poëtische ingreep in het alledaagse landschap. Ook het woord ‘surrealisme’ laat hij vallen.

Ja, Pierre Restany is een belangrijk kunstcriticus, die vooral een generatie voor mij werkzaam was. Hij benaderde kunst nog op een andere manier. Hij was gewoon om schilderijen te beschrijven, maar hij is wel zo alert geweest om de nieuwe generatie kunstenaars in Frankrijk op te merken en te verdedigen. Zoals het nouveau réalisme: kunstenaars die kunst maakten met dagdagelijkse objecten. Restany was de spreekbuis voor de generatie van Yves Klein, Piero Manzoni en vele anderen. Hij had ook een sterk ecologisch bewustzijn. Dat kwam voor het eerst aan het licht in zijn teksten over Uriburu, maar jaren later hield hij zich er nog steeds mee bezig. Hij stond aan het hoofd van een internationale vereniging voor ecologische kunst.

Het feit dat Uriburu heel wat grootschalige acties heeft kunnen doen in Europa wijst er op dat er vanuit verschillende plekken aandacht was voor het milieu. Ik geloof dat hij ook een kleuring van de Antwerpse waterwerken heeft ondernomen, maar die actie werd al op voorhand verhinderd door een waarschuwing en een fikse boete. Samen met kleuringen van het Bonapartedok en van de fonteinen op Trafalgar Square waren dat al drie acties in Europa die hij via mij kon realiseren.

Ook was het voor Uriburu evident dat hij werk maakte in de leefomgeving. Performance art was populair, maar het feit dat Uriburu architect was van opleiding speelde ook mee. Het zorgde ervoor dat hij meteen elke voorbijganger kon aanspreken met zijn werk en met zijn boodschap. Museabezoek was toen niet zo populair. Men moest de mensen binnen lokken om voor de kunstwerken de aandacht te vragen die ze verdienden. Performances in de openbare ruimte gaven aan de kunsten de mogelijkheid om buiten galerij en museum te exposeren.

De kleuringen vinden plaats in vervuilde gebieden. Wat me ook opvalt is dat hij plaatsen kiest met een bepaalde symboliek. Waarom het Bonapartedok?

Symboliek, inderdaad. Het Bonapartedok was het allereerste begin van de Antwerpse haven. Voor de aanleg van het Bonapartedok kwamen de schepen, meestal nog zeilboten, de Schelde op met het opkomende tij. Zij moesten aanleggen langs de Scheldekaaien, namelijk aan de schuurkant, dus de diepe kant van de Schelde. In een bocht schuurt de rivier aan de buitenkant. De binnenkant is ondiep. Op de schuurkant had men dan ook een dok gemaakt met een sluis. Het gevolg is dat schepen gedurende twee uur vóór hoog tij de haven binnen kunnen, en twee uur na hoog tij buiten. Tijdens hoogtij kun je minstens een uur lang niet binnen of buiten, want dan komt het water hoger dan het dok. Dus voor de rest van de dag zit je gevangen. Aan de schuurkant, dus het latere Bonapartedok, bleef het water veel hoger staan. Wachtende op de getijen kon je makkelijker weg. 

Praktisch betekende dat ook dat de groene kleuring van Uriburu langer in het water bleef. Het is logisch dat het Bonapartedok daar is aangelegd ten tijde van Napoleon, want hij wilde met dit dok zijn vizier op Engeland richten. Symbolisch gezien is dat het begin van de Anwerpse wereldhaven.

U zei dat er geen toeschouwers waren voor de kleuring van het Bonapartedok. Terwijl het vandaag net een ontzettend levendige buurt is.

De tijden waren anders. Hedendaagse kunst werd noch door de overheden, noch door politie geapprecieerd. Een dok kleuren - hoe onbelangrijk of ongevaarlijk het ook mocht zijn – kon niet. Zelfs met een stof die volledig ecologisch verantwoord was, ongiftig en onschadelijk, kreeg je tegenwind. Dat was toch iets wat je beter stiekem deed of niet publiek maakte. En toelating vragen aan de overheid werd zeker niet gedaan. Met een “nee” kan je niet veel aanvangen. 

De buurt rond het Bonapartedok leefde nog niet zoals nu. Vandaag is het Eilandje een populaire plaats, met veel terrasjes en nu natuurlijk ook het MAS.

De kleuring van het dok duurde ongeveer drie uur. Maar geen enkele toeschouwer bleef lang genoeg staan om het werk te ervaren. Het enige verkeer dat we hebben opgemerkt waren toevallige voorbijgangers en misschien een aantal auto’s. De politie was zelfs niet waakzaam genoeg om ons te stoppen. Het was een wilde actie. Die ochtend hadden we besloten te gaan kleuren, en we deden dat gewoon. We trokken foto’s en waren terug vertrokken. 

Mijn contract als directeur van het ICC was opgemaakt door de Minister van Cultuur, en stipuleerde dat ik "zou instaan voor de realisatie van vernieuwende werken binnen de hedendaagse kunsten". Dat heb ik dan ook gedaan. Ik heb altijd volgens mijn contract gehandeld. Het spijtige was dat de samenleving er soms niet klaar voor was.

Wat het ICC verwezenlijkte waren geen dure aangelegenheden. Zelfs met een beperkt budget kun je heel veel doen. Soms was dat honderd procent clandestien. Soms verwittigde je de pers, omdat er iets van moest overblijven. Het belangrijkste was nog altijd dat je het publiek kon raken. Mensen wakker schudden en zich bewust maken van het probleem.

Postkaarten van Uriburu laten raden dat hij ook op andere manieren dan met performances communiceerde.

Hij heeft altijd postkaarten gemaakt en rondgestuurd. Er werd internationaal over gecommuniceerd, weliswaar beperkt. Het belangrijkste was dat er werd gecommuniceerd naar de kunstliefhebbers en de mensen die daarvoor vatbaar waren.

Hoe heeft u de jaren zeventig ervaren?

Er was een grote mentaliteitsverschuiving. Het was het begin van de conceptuele kunst. Het afgewerkte product was minder belangrijk geworden dan het kunstwerk als idee. De actie en het doel werden belangrijker dan wat overblijft. De foto’s die werden gemaakt van een actie waren bedoeld als documentatie. Naast die opnames bleef er niets meer over. Het spijtige is dat die fotografische opnames na verloop van tijd worden gerecupereerd door het systeem van de kunstmarkt. 

Geen enkele kunstenaar had de intentie om die documentatie te verkopen. Vandaag worden ze verhandeld aan waanzinnige prijzen. De performance leeft niet voort maar wordt gerecupereerd. Als progressieve, licht revolutionaire en anarchistische persoonlijkheid frustreert dit mij enorm. Je doet veel dingen die tegen de gangbare normen ingaan. Je maakt een statement, valt het bestel aan, doet interessante manifestaties en acties. Na verloop van tijd worden al die dingen recupereerd door het systeem. Dat brengt een grote teleurstelling met zich mee. Je moet concluderen dat alle acties ten gelde worden gemaakt door het systeem, terwijl dit systeem net hetgene is waartegen je hebt gerebelleerd!

Vanaf het moment dat het gerecupereerd wordt, hebben die acties totaal geen politieke lading meer. Ze zijn niet meer nuttig of relevant. Het wordt een handelsprodukt binnen een kapitalistisch systeem. De performance van Uriburu zou de dag van vandaag een puur ludieke performance zijn zonder enige politieke draagkracht. Voor de kunstenaar en voor wie achter hem stonden was die performance in 1974 zinvol. Dat was een statement. In die tijd vroeg men zich af wat die felle fluogroene kleur was. Vervuild water werd opeens weer mooi. 

Je moet die performance zeker in zijn context bekijken. Vandaag is de vis al terug aan het komen. Men legt waterzuiveringstations aan. Zodat er opnieuw een dertigtal vissoorten in de Schelde kunnen leven. Het is nog niet proper, maar het is wel weer leefbaar. Positief is dat de natuur niet veel nodig heeft om terug tot leven te komen.

Wij waren een generatie die kort voor of kort na de Tweede Wereldoorlog geboren zijn. WO II was een universeel trauma. De massamoorden op joden en homofielen. We waren ons daarvan bewust. Maar het land werd nog steeds volgens een vooroorlogs beleid bestuurd. Wij waren ons meer dan ooit bewust van de problemen die zich in de wereld stelden. Onze manifestaties werden neergeslagen door de gendarmerie. We gingen in Brussel manifesteren aan de Russische ambassade, omwille van de gruwelijke gebeurtenissen in het Oostblok. We waren allemaal communist geweest, tot we beseften dat het een dictatoriaal regime was. 

De gendarmen stonden tegenover ons te paard met blote sabel. Wij als jongens en meisjes van achttien jaar stonden voor hen in een rij. In volle galop kwamen ze op ons af. Wij hadden koorden met stenen aan de uiteinden, middeleeuws tuig. Als ze op ons afkwamen gooiden we de koorden in de poten van de paarden. De paarden vielen en we pakten hun helmen en sabels af. We waren jong en hadden geen schrik. 

Dat waren allemaal jongeren van de universiteiten van Leuven, Brussel en Gent. Over alle ideologieën heen was er samenhorigheid tussen die verschillende studentengroepen. De repressie was keihard. Als we een zitstaking deden, dan reed de gendarmerie er zomaar overheen met de motor. De generatie na mij was braver geworden. De economie ging beter. De mensen hadden meer geld.  Wij namen allemaal extreme standpunten in. We wilden de macht aan het volk, alle macht aan de arbeiders, enzovoort. Het leefde vooral bij de jeugd. Wij trachtten altijd de connectie te maken met de arbeiders. Maar het was moeilijk om de arbeider wakker te maken. 
Comments