Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Cecilia De Mulder (A. Bouving en L. De Smet, 2013)

Datum

Maart 2013

Plaats

Gent

Bio

Cecilia De Mulder was lid van Parisiana, een groep onder leiding van wijlen Eric de Volder die een reeks opmerkelijke performances neerzette in de jaren zeventig en tachtig. Parisiana bestond uit twee subgroepen, het Etherisch Strijkersensemble Parisiana en een actiegroep. Samen met haar toenmalige echtgenoot Dirk Pauwels en haar kinderen reisde Cecilia De Mulder door Europa om aan alle acties van Parisiana deel te nemen.

Interview

Hoe bent u eigenlijk bij Parisiana terechtgekomen?

Mijn toenmalige man Dirk Pauwels en ik leerden Eric de Volder kennen in de Hotsy Totsy, een soort artistieke club in Gent. Iedereen die iets met kunst te maken had was daar aanwezig. De Koninklijke Academie voor Schone Kunsten (KASK) organiseerde er ook avonden met concerten of voorstellingen. Michiel Hendryckx, ook een lid van Parisiana, gaf daar les in fotografie. Ook William Phlips hebben we daar leren kennen.

We hebben elkaar in feite leren kennen in de context van Parisiana, vooraleer de groep als Parisiana door het leven ging.

Hoe ging het opbouwen van een performance in zijn werk? Werd er veel afgesproken of gerepeteerd?

Er werden informele vergaderingen gehouden, ook dikwijls met koffie en taart. We werden best vaak gevraagd om ergens te gaan spelen, ook al wist men nooit wat men ging krijgen. We bespraken wat we gingen doen, maar er werd niet gerepeteerd. Alles was pure  improvisatie.

Vertel eens wat meer over het Etherisch Strijkersensemble.

Binnen Parisiana had je naast ons, de performers, een strijkersensemble. Dat ensemble stond onder leiding van de vader van Eric de Volder. hij was muziekleraar aan de muziekschool van Sint-Niklaas en hij speelde hier en daar een ‘strijkje’. Het was een wisselende groep, van meestal ook muziekdocenten die in de hoek van de zaal ernstig zaten te wezen en af toe een wals of een polka speelden.

In fel contrast met de serieuze strijkers voerden wij dan onze performance op. Eric was zogezegd ook de dirigent. Hij deed dat vaak op een bizarre manier, bijvoorbeeld met een opengesneden vis op zijn hoofd. Op een gegeven moment moesten we op het Festival of Fools in Kopenhagen gaan spelen, en we hadden een grote vis mee. Na een week stonk die vis verschrikkelijk maar Eric zette die toch nog altijd op. De zalen waarin we speelden waren nooit ingericht volgens een conventionele theatrale manier. Het waren eerder zalen die we inrichtten als tearoom of ijssalon. Het was belangrijk dat we tussen de mensen konden lopen. Zo hebben we ook ooit eens iets gedaan in de vorm van een receptie. We gingen rond als obers met schalen met daarop halve perziken uit blik, mensen namen er een omdat ze dat allemaal wel lekker vonden, maar we hadden geen servetten uitgedeeld. Daar stonden dus de gasten met een glibberige perzik in hun hand zonder servet. We namen ook bestellingen op, maar zouden die nooit brengen dus de gasten bleven maar op hun bestelling wachten. Hilariteit ten top!

Vertel eens wat meer over de performance-acts.

Er was een act waarbij William Phlips verkleed was als man en vrouw, linkerkant de man, rechterkant de vrouw. Daar was enorm veel schminkwerk aan. Het publiek kon dan een foto laten nemen, met William of als man of als vrouw.

Een andere performance was het Musée des Anomalies Humaines. Het publiek werd in groepjes van twintig man verdeeld, met Eric De Volder als gids. In het museum stonden allemaal leden van Parisiana die een of ander soort mens uitbeeldden.

Johan Dehollander zat bijvoorbeeld in een grote kooi vol stro en speelde een wilde albino, met grote witte vlekken en als je te dicht kwam, gromde hij. William Phlips stond met zijn voeten in een grote pot met aarde en was gedrapeerd met klimop, hij speelde Klimopman. Els Lybeer werd vastgebonden op een bed, gehuld in een ouderwets nachtkleedje, ze speelde de onbevredigbare vrouw. Ze riep de hele tijd naar een man die haar zou komen bevredigen. Dirk Pauwels speelde een keer een extra  bewaker, maar was zo wild dat hij aan de ketting moest gelegd worden.  Ikzelf speelde de baardvrouw. Wij stonden allemaal achter een doek en wanneer Eric met het publiek langskwam trok hij het laken weg. Een keer trok hij het laken met zo’n kracht weg dat ik mijn pruik en baard bijna kwijt was. We hebben ons daar enorm geamuseerd.

Wat ik me ook nog kan herinneren is dat we, bij de opening van het filmfestival in Gent, een put hadden gegraven op een plek waar alle bezoekers langs moesten. In die put zat een werkman, die dan zogezegd op dat moment aan het werken was. Voor datzelfde filmfestival hadden we allerlei vreemde acties op poten gezet. Zo stond er een oude benzinepomp voor de Sint-Baafskathedraal. We hadden er een aantal mensen rond gezet die er uitzagen alsof ze iets met die pomp te maken hadden. Mensen stopten ook effectief om benzine te tanken. Hoe absurd, op een plaats als het plein voor de Sint-Baafskathedraal! Op de Korenmarkt in Gent stond een auto waarin een koppeltje lag te vrijen. Dit waren William Phlips en Els Lybeer, die in het echt ook een koppel waren. De voorbijgangers waren stuk voor stuk gechoqueerd. Frappant was dat de mensen enkel Els beschuldigden. De publieke opinie was dat zij hem verleid zou hebben. Uiteindelijk is de politie er zelfs bijgeroepen.

Ik ben zelf ook ooit eens tijdens een performance met mijn brommer naar binnen gereden. Ik was bovendien kletsnat. Toen ik bij Eric kwam, vroeg ik hem de weg. We discussieerden even en ik reed gewoon terug weg. De performance ging dan gewoon verder. Zo’n vreemde dingen gebeurden er wel meer. Dit specifieke voorbeeld hebben we een aantal keer herhaald.

We hebben ook eens een performance gedaan die bestond uit een lange stoet van vreemde figuren. Eric liep voorop en was een soort van hogepriester. Wij liepen er dan achter, mijn kinderen liepen ook mee en waren gekleed in lompen en ik speelde een krankzinnige vrouw. De stoet werd gesloten door een paar mannen die een soort van elektrische stoel droegen, dit was Erics troon. Wanneer hij er dan in ging zitten, werd er een schaal met bananen naar voor gebracht. Eric pelde heel plechtig een banaan en hield die voor zijn kruis. De mensen die in de stoet liepen moesten een voor een een hap uit de banaan komen eten. Alles gebeurde uiteraard in absolute ernst.

Hoe reageerde het publiek op zoiets?

Het publiek wist uiteraard niet zo goed wat er gaande was. Vandaag zouden de mensen er veel minder snel in trappen, maar in die tijd was performance van dergelijk niveau ongekend. Of toch de branie waarmee het gebeurde. In het theater zat men voor een groot deel vast aan een soort van deftig gebeuren. Wij braken daar bruusk mee, tot onze grote hilariteit. Mensen wisten wel dat ze naar Parisiana gingen kijken en dat ze zich dus aan vreemde toestanden konden verwachten. Ik heb zelden meegemaakt dat mensen de zaal hebben verlaten. We probeerden twijfel te zaaien door al onze handelingen met enorme ernst te brengen.

Zo kan ik me nog een performance herinneren waarbij Eric een strijkster aankondigde. Het strijkorkest speelde en ik kwam op met een vioolkist waarin een strijkijzer zat. Op de scène stond een strijkplank klaar, Eric deed zijn broek uit en ik begon deze op de maat van de muziek in de plooi te strijken. Dit was uiteraard erg absurd, maar we deden het op een bloedserieuze manier.

De ontdopingsactie van Parisiana in de Vooruit was ook heel leuk. Dat was eenmalig. Iedereen van mijn generatie is gedoopt terwijl wij daar in ons praktisch bestaan eigenlijk niets meer mee deden. Iemand die zich wou laten ontdopen kwam hier naartoe en kreeg een document van Parisiana waarop stond dat hij vanaf heden ontdoopt was. Daar moest echter een ritueel aan voorafgaan. Je moest daar iets voor doen.  Al de mensen van Parisiana moesten het voorbeeld geven. Iedereen kleedde zich met lompen, windsels rond de voeten, net als de soldaten uit de Eerste Wereldoorlog, en een hamer. Op handen en voeten moesten we dan allen kruipen op hetzelfde tempo en na twee stappen met de hamer slaan.Dat was het ritueel en zo gingen we dan naar onze leider die ons ontdoopte.

Het theater in  Vlaanderen van de jaren zeventig was nogal politiek gekleurd. Heeft Parisiana ooit politieke statements ingenomen?

Wij hebben ons nooit politiek uitgesproken, maar waren wel maatschappijkritisch en konden ook wel uithalen naar het establishment. Alles wat nog maar een beetje naar middelmatigheid en kleinburgerlijkheid rook, werd met gretigheid ‘te kakken’ gezet.

Denk je dat Parisiana een verandering heeft teweeg gebracht in de Vlaamse of Gentse theaterwereld?

Het klinkt misschien pretentieus, maar ik denk van wel. De performancecultuur in Gent van eind jaren zeventig tot ongeveer 1985 heeft een blijvende indruk nagelaten in de Gentse theaterwereld. Eric de Volder was in de tijd van Parisiana niet echt bezig met theater, hij is pas later stukken beginnen schrijven en regisseren.

Kan je wat meer vertellen over Eric de Volder?

Dat was een rare kwiet, geen zachte man. Hij had soms zelfs een satanisch kantje, maar ik had hem wel enorm graag. Hij slaagde er soms in om gewone, simpele mensen te overtuigen om op de scène  te staan. Ze wisten dan niet hoe ze zich moesten gedragen, er was een zekere angst. Zoiets kan je niet spelen en is bijgevolg enorm puur. Achteraf konden die mensen dat dan wel een beetje plaatsen. Eric had een enorme goede voeling met de grens tussen spel en realiteit, waardoor er dan ook voortdurend op die grens gespeeld werd. Er werd niet gezocht naar de lach van het publiek, hoewel dat soms wel lachte. Wij waren ten allen tijden ernstig.

Zo is er het voorbeeld van de ‘Spaghettiman’. Een performance waar William Phlips een kok speelt die snel kokende spaghetti aan het maken is. Eric was ook weer van de partij. Wanneer de spaghetti gaar was, goot William het vergiet met dampende pasta in de open broek van Eric. Die daarna van het podium af strompelde en een poging deed de spaghetti in zijn broek te houden. Dit was dus alweer heel absurd, maar je mocht je nooit afvragen waarom. Een antwoord op de waarom-vraag, was onbestaande binnen Parisiana.

Wat deed u buiten Parisiana?

Ik heb gewerkt als cultuurredacteur bij De Gentenaar. Verslaggeving en bepalen wat op de cultuurpagina’s kwam, dat was mijn taak.

Heeft u via uw werk als cultuurredacteur nog een zekere evolutie in performance of happening kunnen waarnemen?

Ik ervaar performancekunst en happening als iets zeer tijdelijk, behalve misschien dat het een startschot heeft gegeven in de beeldende kunst. Theater is iets heel anders dan performancekunst of happenings, vanwege het ingestudeerde aspect.

Terug naar Parisiana. Merkte u dat taal een belangrijke status had in performances?

Eigenlijk had taal niet zo een belangrijke rol, dat was ook juist een van onze sterktes. Doordat de performance niet afhing van taal, konden we heel gemakkelijk in het buitenland gaan spelen. Eigenlijk is dat ook een typisch Vlaams verschijnsel. Er is geen ander land dat zoveel theatervoorstellingen naar het buitenland brengt. Wij, Vlamingen zitten er niks mee in om in een andere taal te spreken, daarin zijn we vrij uniek. 

Welke performance heeft een diepe indruk op u achtergelaten en waarom?

Daar kan ik niet meteen een bepaalde performance opplakken. Ik kan wel een performance aanhalen die heel erg indrukwekkend was. Het was een initiatief van Johan DeHollander, een performance die zich op een soort catwalk afspeelde. Er werden existentiële verschijningen van samenlevingen en mensen getoond. Het had een cerebrale sfeer en dat was heel vernieuwend. Het was bijna poëzie, maar dan met beweging. Jammer genoeg kan ik me de naam van de voorstelling niet meer herinneren. 

Kan je iets meer vertellen over het Thee-en-Taart-festival?

We waren daar met Parisiana gevraagd, maar ik weet de aanleiding van het festival niet meer. Het speelde zich af in een grote zaal in Amsterdam en iedere toeschouwer moest een taart meebrengen. Wij liepen gewoon tussen de toeschouwers en waren lichtjes opgetut. Op een bepaald moment werd er een hele grote taart binnengerold. Zo een die niet zou misstaan in een van die tv-programma’s over taarten van tegenwoordig. Plots klapte de taart op en kwam ‘Dikke Maya’ er uit. Zij was een gekend Amsterdams figuur, een hele dikke maar uiterst knappe verschijning die graag naakt poseerde.  Ze leek een beetje op zo’n vruchtbaarheidsbeeldje uit de prehistorie.

Wanneer ze uit de taart tevoorschijn kwam – ze zat daar als een dikke kers op een taart – begon ze met taarten te gooien. Dit had als gevolg had dat iedereen in de zaal met taarten begon te gooien. De strijkers van het ensemble staken angstvallig hun instrumenten onder tafel, het was pure decadentie, maar toch zo hilarisch! Daar eindigde de performance. Het was een eenmalige gebeurtenis en uiteraard het idee van Eric de Volder, een man met bijzondere ideeën.

Kan je tot slot wat meer vertellen over de ‘Megafoonfanfare’?

De Megafoonfanfare was een idee van Dirk Pauwels van Radeis. Het was een groep mensen die met behulp van megafoons een fanfare vormden, er kwamen geen instrumenten aan te pas. Het was een  soort a-capellagroep als het ware. De ene kon al wat beter zingen dan de andere dus je plaats in de rij was van groot belang. Als je achter iemand stond die de maat niet kon houden, was het heel moeilijk om zelf juist te zingen. We gingen met de megafoonfanfare op stap op hetzelfde moment dat we actief waren binnen Parisiana, daaruit deden dus ook heel wat mensen mee. 

We hadden een uniform zoals het een echte fanfare betaamt, met een vest en  broek of rok uit dezelfde stof. We hadden ook allemaal een rode das aan die met het einde vastgenaaid werd op onze schouders, alsof de wind de das wegblies. We werden gevraagd om op bepaalde plaatsen te komen spelen. We waren erbij op de opening van de Gentse Feesten in 1982 en bij de anti-atoombetoging in Brussel datzelfde jaar. Een keer hebben we eenzelfde liedje drie uur aan een stuk moeten zingen. Je kan je inbeelden hoe beu we dat na verloop van tijd waren.

Al bij al kregen we goede reacties. We werden zelfs hier en daar het nieuwe geluid op de Vlaamse podia genoemd, maar we maakten er eigenlijk vooral heel veel plezier mee. Net als bij Parisiana.


Interview: Anneleen Bouving en Liesje De Smet

Transcriptie: Anneleen Bouving en Liesje De Smet

Eindredactie: Thomas Crombez

Comments