Home‎ > ‎Interviews‎ > ‎

Anny De Decker (S. Wouters, 2010)

Datum

14 okt. 2010

Plaats

Antwerpen

Bio

Anny De Decker, critica en curator, was samen met Bernd Lohaus medestichter van de Antwerpse galerie "Wide White Space" (1966-1976). 

Interview

Hebt u alle happenings gezien met Panamarenko & co?

Ik heb die allemaal gezien, misschien de eerste niet.

Was u het die Yoshio Nakajima in contact bracht met Panamarenko en Hugo Heyrman?

Neen, Yoshio Nakajima heb ik leren kennen of veeleer gezien via Panamarenko. Misschien dat de Nederlanders [mensen uit het Nederlandse provomilieu, nvdr] het adres hebben gegeven van Panamarenko of Hugo Heyrman. Toen ging dat allemaal heel simpel. Als je ergens een vriend had of iemand die je kende, bleef je daar slapen. Ik weet niet of dat nu nog zo is bij jonge kunstenaars. Dat was toen de gewoonte. Niemand kon Yoshio verstaan. Hij sloeg wat in het wild, dat was altijd heel eigenaardig.

Panamarenko vertelde me dat hij reeds voor de komst van Nakajima bezig was met happenings. Heeft u hier iets van gehoord of gezien?

Neen, maar misschien waren ze wel al bezig waren op straat of zoiets, maar werd daar nog nooit over geschreven.

Hoe is Bernd Lohaus in contact gekomen met Panamarenko?

Dat gebeurde via mij. Ik had Panamarenko leren kennen op zijn tentoonstelling in het C.A.W., waar hij 'kunststructuren' tentoonstelde [24.04-07.05.1964]. Dat waren plaatjes waarin hij had geschoten met een geweer. Daar heb ik met hem gepraat en een beetje later ben ik hem nog eens tegengekomen in café De Muze. Was dat nu toevallig, of gebeurde het via Wout Vercammen, want die kende ik al veel langer, dat weet ik niet meer. Toen waren ze ook bezig met dat tijdschriftje Happening News.

Wie de Muze zegt, denkt aan Ferre Grignard. Kwam hij ook kijken naar die happenings?

Ik denk dat iedereen in De Muze wel van die happenings wist, maar ik geloof niet dat Ferre ooit is komen kijken.

De relatie tussen Wout Vercammen en Panamarenko is verzuurd. Panamarenko kon het niet appreciëren dat Vercammen steeds meer dronk en zich aan de zijkant van die happenings opstelde.

Ja, ze hadden beiden toch een sterk verschillende mentaliteit. Wout was wat ouder, niet veel, misschien maar vijf jaar, maar die was toch al wel een hele tijd bezig met schilderijen en exposities. Hij was heel vroeg begonnen en kende dat kunstwereldje veel beter. Wout kan gezien worden als het bindmiddel, hij voelde ook heel goed een sfeer aan. Tijdens de eerste tentoonstelling in de Wide White Space mocht Wout niet meedoen van Panamarenko en Heyrman. Dat was heel kinderachtig en ja, ik vond hun werk nieuwer. Dat van Wout was toen veel zen-achtiger, zoals dat van René Guiette. Heel eenvoudige tekeningen en monochromen. Bruin. 

Geen pop-art dan?

Neen, dat kwam pas later. Het was eerder in de stijl van G58, zoals Jef Verheyen en zo. Hij is in die richting verdergegaan. Terwijl Panamarenko precies uit het niets kwam. Niet dat het werk van Vercammen slecht was of zo, integendeel, maar dat was meer een evolutie.

Waar zou Panamarenko het concept van de happening hebben opgepikt?

Misschien uit de bibliotheek van de Academie. Daar waren allerlei boekjes en zo. En ook uit de kranten. Dat sprak waarschijnlijk direct tot de verbeelding en zo wou hij waarschijnlijk ook iets in die richting doen.

De peetvader van de happening, Allan Kaprow, legt de nadruk op de rol van het publiek. Dit merken we echter niet in de Antwerpse happenings. Zouden we dan niet beter over een groepsperformance spreken?

Ja, maar dat woord performance is eigenlijk later gekomen. Ik denk vanaf de performances van James Lee Byars in 1969, althans in België of Europa. Joseph Beuys had Aktionen, bij Fluxus waren het events, iedereen had zo een beetje zijn terminologie. Bij Wolf Vostell ging het om een echte happening, naar Amerikaans model bijna.

Is er een bepaalde reden waarom de Groenplaats en de Meir uitgekozen werden om de openlucht happenings te houden?

Rond september liep er altijd veel volk op de Groenplaats en dat was de reden. Goed weer en veel volk en dat schepte veel ambiance.

Hoe reageerde het publiek op de Antwerpse happenings?

Soms was dat een stoorfactor, zoals de jonge communisten, dat waren de ergste. Die wilden de aandacht op zichzelf trekken.

Bedoelde u provo met Koen Calliauw?

Ja, soms wilden ze de happenings zelfs doen mislukken, terwijl het gewone publiek niet eens wist wat dat was, en of het kunst was of... Er was ook een dichter bij betrokken, Tony Rombouts, die deed ook mee soms. Dat was meer theater. Bijvoorbeeld wanneer Panamarenko en Hugo Heyrman in die witte doos zaten. Ik weet niet of hij nog leeft.

Op die doos was van alles geschreven. Wat stond daar precies op?

Allerlei wetenschappelijke formules, ik begreep daar niet veel van. Hugo stelde vragen en Panamarenko antwoordde dan, maar wat er precies gevraagd werd, weet ik niet meer. De eerste keer werd er niet ingegrepen, maar achteraf kwam de politie. Zij waren goed gewaarschuwd door de affiches en stonden dan ook gereed om in te grijpen. Eigenlijk kon je nooit niet goed weten wat ze bedoelden. Die doos was esthetisch gezien wel een mooi object.

Die affiches werden samen gemaakt?

Door Panamarenko en Heyrman. Ik vermoed wel dat de typografie meer van Hugo kwam.

En Bernd Lohaus deed ook iets, met een pop en verf?

Ja, dat was een pop zonder handen die hij drenkte in verf en bloem, denk ik, en op het einde werd dat allemaal in plastic samen gebonden. Een soort loof. Ik weet niet wat de bedoeling is en ik heb het hen ook nooit gevraagd. Zij wilden dat ook niet dat dat gevraagd werd. Dat hoorde erbij. Allemaal losse fladders. Het werd helemaal niet geanalyseerd. Een korte beschrijving wel, maar de mensen wisten ook niet wat dat betekende. Ik vond het plezant dat het iets nieuw was. De stemming was dat alles kon en mocht, maar de betekenis ervan werd nooit geconstrueerd.

Werd er ooit iets op voorhand opgeschreven of gepland?

Dat denk ik niet, tenzij misschien enkele nota’s, dat week ik niet. Beuys deed dat wel, maar dat duurde ook veel langer.

Panamarenko was vaak in het gezelschap van twee bodyguards. Kende u deze mensen?

Die ene was Luc Mayeres, een beeldhouwer, hij maakte vreemde dingen. Daarom is hij me bijgebleven. Die andere herinner ik me niet meer.

Hoe schat u het aandeel van Bernd in op de eerste happeningperiode te Antwerpen?

Het was net hetzelfde als wat Beuys had gedaan in Düsseldorf, dat sprak het publiek toch ook wel erg aan. Intussen werd er ook een Fluxus-festival gehouden, twee keer zelfs. Beuys had dat georganiseerd in de Academie van Düsseldorf, met performances, hoewel ik niet weet of je dat woord al mag gebruiken, en Bernd vertelde daar over. We zijn ook eens een keer naar het Wuppertal geweest, in 1965, voor de 24 Stunden happening. Dat liep heel de tijd door, wel al eens met een half uurtje pauze.

Een groot verschil met de relatief korte happenings te Antwerpen.

Dat was misschien wel gepland voor een half uurtje, maar er kwam altijd de politie tussen en zo. En dan kwam het er op aan om alles snel op te pakken en weg te wezen.

In een catalogus van Panamarenko heb ik gelezen dat er ook plastic vliegtuigjes te zien waren tijdens de happening van het Lange Wapper Gasmonster. Zelf heeft Panamarenko daar niets over verteld. Hebt u die soms gezien?

Neen, dat zegt me niets. Hij was daar al wel mee bezig, maar hij vreesde dat de mensen dat niet als kunst zouden aanzien. Hij maakte dat wel, maar zag dat apart van zijn andere activiteiten.

Het Lange Wapper Gasmonster was visueel sterk en lijkt me ook herhaalbaar in een andere context. Werden er ooit happenings herhaald?

Neen, het Gasmonster werd in beslag genomen, en andere dingen gingen stuk op straat veronderstel ik. Het was dan te veel moeite om dat allemaal te repareren.

Ik heb ook gelezen dat er gefilmd werd tijdens deze happening. Niet noodzakelijk voor de televisie, maar misschien eerder voor beperkte kring. Weet u hier iets over?

Dat weet ik niet, maar tijdens de retrospectieve in Brussel over Panamarenko heb ik wel wat filmpjes gezien die ik nog nooit eerder had gezien. Niet over het Gasmonster, denk ik, maar wel uit de happeningperiode.

Comments