Home‎ > ‎Events‎ > ‎1957‎ > ‎

Het lied van de moordenaar

Timeline

Date

23 March 1957

Place

[Rotterdam, Rotterdams Toneel, Schouwburgplein 25, 3012 CL Rotterdam]

Participants

Rotterdams Toneel // Hugo Claus // Ton Lutz // Ann Hasekamp // Wim van den Brink // Pieter Lutz // Henny Orri

Auteur: Hugo Claus; regie: Ton Lutz; acteurs: Pim Dikkers, Ann Hasekamp, Ton Lutz, Wim Van den Brink, John Leddy, Jan Lemaire sr., Steye van Brandenberg, Henny Orri, Pieter Lutz *** De voorstelling heeft ondanks de zeer toegewijde regie van Ton Lutz niet kunnen waar maken dat Hugo Claus in dit stuk een groot dramaturg is. Het spelen van deze lyriek is dan ook niet gemakkelijk, zo niet onmogelijk.” [P., '”Het lied van de moordenaar”. Nieuw stuk van Hugo Claus bij Rotterdams Toneel'. In: De Maasbode, 25 maart 1957] *** “Claus heeft, blijkens het programma, in de illusie geleefd dat hij 'Een Elisabethaanse cowboyfilm, vol barok gezoem en elementaire gestes' heeft geschreven. Maar waar zijn die elementaire gestes? Ik heb in het stuk alleen stereotiep-romantische, hoogst retorische gebaren gevonden. Een formidabele he-man, onweerstaanbaar voor alle vrouwen, staat tegenover een 'femme fatale' en beiden gaan – natuurlijk – ten onder. Men kan dat “elementair” noemen, maar ook volkomen cliché achten. Het stuk is als drama bovendien allerminst geslaagd. Men kan het naar believen zich langer of korter denken; de vele taferelen waar het uit bestaat lijken geen van alle onmisbaar; in elk van hen zou geschrapt kunnen worden, maar zij zouden ook zonder bezwaar kunnen worden uitgebreid. De intrige, waarvan het slot aan het begin van het stuk al wordt verteld, heeft daardoor geen spanning. Ook de dramatische spanning ontbreekt echter. De taferelen en gesprekken hebben niets noodzakelijks. Mooie beelden, fraaie volzinnen, boordevol moderne en traditionele vergelijkingen, overwoekeren de handeling.” [Alfred Kossmann, 'Het lied van de moordenaar: stuk vol clichés, goed spel'. In: Het vrije volk, 25 maart 1957] *** “Met Het Lied van de Moordenaar heeft Claus [het] Amerikaans-realistische kader verlaten om een hoog-romantisch gegeven aan te vatten op een veelal lyrische manier. In de vorm kan men hoogstens een verwantschap zien met het epische theater van Bertolt Brecht. Ook Claus gebruikt een verteller wiens geïllustreerde verhaal het toneelstuk vormt. Evenals Brecht bereikt hij met dat procédé een anti-dramatisch, een «vervreemdings»-effect. De toeschouwer ziet het gebeuren niet meer als actueel, maar als historisch. Zijn mogelijkheden tot onmiddellijke vereenzelviging en illusie worden geremd. Ook de literaire, lyrische taal werkt in die richting. Wat in Een Bruid in de Morgen direct en simpel was, eenvoudige kost voor acteurs en toeschouwers, die een rechtstreekse communicatie zo weinig mogelijk belemmerde, is hier een hindernis geworden, een bewerktuigd poëtisch proza dat geschikt is om lyrische emoties over te brengen, maar dat dramatisch afstand schept, terwijl het, maar dat is een ander chapiter, de acteurs aanzienlijke moeilijkheden berokkent. Een verschil met de methode van Brecht is dat Claus geen enkele poging doet tot objectivering en daarmee tot een doelmatig gebruik van de afstand die hij met zijn vorm creëert. Zijn verteller is de hoofdpersoon zelf, die kort voor zijn terechtstelling, liggende in een gevangeniscel, zich een aantal gebeurtenissen voor de geest haalt. Die gebeurtenissen worden dan met de bijbehorende personages gespeeld. Zowel de vertelling als de uitgebeelde scènes zijn daardoor in hoge mate subjectief. Zij hebben in stemming en rangschikking de egocentrische vorm van pure lyriek. De oorzaak van de gebrekkigheid waarmee deze lyriek op toneel overkomt moet men m.i. dan ook zoeken in de opzettelijke verzaking van de conventionele dramatiek die in het subjectieve zoveel beter kan herbergen dan de vertellende vorm. […] Het stuk boeit, voor zover het boeit, alleen op een gemakkelijke manier in zijn melodramatische aspecten. Het waardevolle ervan, Moermans lyrische formulering van zijn levensgevoel, is overstelpt door een teveel aan onwezenlijke elementen, schimmige figuren en poëtische woorden. Men vermoedt dat Claus de stemming van een bepaalde outcast heeft willen uitbeelden, een begaafd en somber man, behept met een wanhopige behoefte aan absolute gevoelens en een wankele hypnotische macht over zijn medemensen. Men kan aan de conceptie van deze Moerman-figuur een zekere grootheid niet ontzeggen, maar omdat hij dramatisch onvoldoende gerealiseerd is, lijkt Het Lied van de Moordenaar geschikter om te lezen dan om gespeeld te worden. [H.A. Gomperts, 'Hugo Claus, Het Lied van de Moordenaar'. In: Wachten op niets. Toneelkritieken uit de jaren 1952-1965 (Modern repertoire). Amsterdam, 1970] *** “In de Stadsschouwburg [te Haarlem] is het woensdagavond, tijdens een voorstelling van “Het lied van de moordenaar” […] tot een incident gekomen. Het publiek was zo onrustig en hinderlijk dat de hoofdrolspeler, Pim Dikkers, zich op een gegeven ogenblik genoodzaakt zag zijn tekst te onderbreken om het publiek te verzoeken zich rustig te houden “of anders maar naar de bioscoop te gaan.” Nadat de zaal weer rustig was geworden onderbrak Pim Dikkers opnieuw zijn tekst om het publiek een honende uitlating toe te voegen. Dit was er de oorzaak van, dat verscheidene bezoekers de zaal verlieten.” ['Rumoer in Haarlem. Incident tijdens “Het lied van de moordenaar”'. 4 april 1957] *** “Het pleit voor het experimentele karakter van een reeks voorstellingen die door het “Rotterdams Toneel” gegeven wordt, dat zij de geesten wakker schudt. […] Wie experimenteert moet reacties verwachten, die niet altijd aangenaam zijn en dat is ook zo waar het toneelvoorstellingen betreft. […] Reeds wees bij de eerste voorstelling in Rotterdam de wilde hulde van rattenkopjes en teen-agers aan Claus op iets ongezonds, na afloop van de voorstelling. Niet elk publiek zal ongezonde voorkeur of begrijpelijk verzet zo duidelijk tonen als nu blijkbaar in Haarlem weder geschiedde. Het is onaangenaam voor de acteurs, maar wij kunnen ons die reacties begrijpen. Ten onrechte geeft men de schuld aan het publiek.” ['Acteurs en publiek. Rumoer in de zalen onjuist?' 12 april 1957]

Comments